PED in gewone taal
De richtlijn drukapparatuur (PED), formeel Richtlijn 2014/68/EU, is het EU-recht voor apparatuur die vloeistoffen onder druk bevat. Zij geldt voor het ontwerp, de vervaardiging en de conformiteitsbeoordeling van drukapparatuur en samenstellen met een maximaal toelaatbare druk PS groter dan 0,5 bar (art. 1, lid 1). Drukapparatuur omvat vaten, leidingen, veiligheidsappendages en drukhoudende appendages, met inbegrip van elementen die aan onder druk staande delen zijn bevestigd, zoals flenzen, aansluitstukken, koppelingen, steunen en hijsogen; een samenstel bestaat uit verschillende stukken drukapparatuur die door een fabrikant tot een geïntegreerd en functioneel geheel worden samengevoegd (art. 2, punten (1) tot en met (6)). Druk is overdruk, zodat een vacuüm een negatieve waarde is, PS is de maximale druk waarvoor de fabrikant de apparatuur ontwerpt, TS de maximaal of minimaal toelaatbare temperatuur, V de inwendige inhoud van een kamer en DN de nominale grootte van leidingen (art. 2, punten (7) tot en met (11)). Apparatuur die aan de richtlijn voldoet, circuleert vrij: de lidstaten mogen het op de markt aanbieden of in bedrijf stellen ervan om redenen van drukrisico’s niet verbieden, beperken of belemmeren (art. 5).
De tekst van 2014 is een herschikking van Richtlijn 97/23/EG, afgestemd op het nieuw wetgevingskader, met toevoeging van de verplichtingen voor marktdeelnemers, de traceerbaarheidsregels en de markttoezichtprocedures die zij deelt met de andere CE-markeringsrichtlijnen (overwegingen 1 tot en met 3). Zij trad in werking op 17 juli 2014, artikel 13 over indeling moest uiterlijk 28 februari 2015 worden omgezet en gold vanaf 1 juni 2015, en de rest moest uiterlijk 18 juli 2016 worden omgezet en geldt vanaf 19 juli 2016, toen Richtlijn 97/23/EG werd ingetrokken (art. 49 tot en met art. 51). Richtlijn (EU) 2024/2749 voegde hoofdstuk 5 bis over noodprocedures toe, in werking sinds 28 november 2024 en door de lidstaten toegepast vanaf 30 mei 2026 (Richtlijn (EU) 2024/2749, art. 10 tot en met art. 12). Van de acht op EUR-Lex geregistreerde rectificaties betreft alleen die van 23 juni 2015 de Engelse tekst; zij corrigeerde artikel 14, lid 7, en artikel 48, lid 2, en is in de geconsolideerde versie verwerkt.
Officiële tekst Lees de richtlijn op EUR-Lex: geconsolideerde tekst van 30 mei 2026 (CELEX 02014L0068-20260530), die Richtlijn (EU) 2024/2749 en de rectificatie van 2015 verwerkt; de oorspronkelijke handeling (CELEX 32014L0068) en de pagina met documentgegevens vermelden de wijziging, de rectificaties en de intrekking van Richtlijn 97/23/EG.
Toepassingsgebied
De eisen van de richtlijn volgen het drukgevaar, niet het producttype. Alles boven 0,5 bar valt binnen de richtlijn, tenzij artikel 1, lid 2, het uitsluit, en dat sluit eenentwintig groepen uit: leidingen vanaf het laatste afsluitorgaan van een installatie, met uitzondering van standaardapparatuur in drukverminderings- of compressiestations van een leiding; waterleverings-, distributie- en afvoernetten en drukleidingen; eenvoudige drukvaten onder Richtlijn 2014/29/EU; aerosolverpakkingen onder Richtlijn 75/324/EEG; apparatuur voor de werking van voertuigen onder Richtlijn 2007/46/EG en de Verordeningen (EU) nr. 167/2013 en 168/2013; apparatuur niet hoger dan categorie I die onder de machine-, lift-, laagspannings-, medische-hulpmiddelen-, gastoestellen- of ATEX-richtlijnen valt; militaire apparatuur onder artikel 346, lid 1, onder b), VWEU; voor nucleair gebruik ontworpen onderdelen waarvan een defect radioactiviteit kan doen vrijkomen; put-controleapparatuur; motoren, turbines, compressoren, pompen en bedieningsapparatuur waarbij druk geen belangrijke ontwerpfactor is; hoogovens en metallurgische vaten; omhulsels voor hoogspanningsschakelmateriaal en -machines; drukhoudende kabelgeleidingsbuizen; schepen, raketten, luchtvaartuigen en mobiele offshore-eenheden en hun apparatuur; flexibele omhulsels zoals banden, luchtkussens, ballen en opblaasbare vaartuigen; uitlaat- en inlaatgeluiddempers; flessen en blikjes voor koolzuurhoudende dranken; drankvervoer- en distributievaten tot 500 bar·L en 7 bar; apparatuur onder de Richtlijnen 2008/68/EG en 2010/35/EU, de IMDG-code en het Verdrag van Chicago; radiatoren en leidingen in warmwaterverwarmingssystemen; en vaten voor vloeistoffen met een gasdruk boven de vloeistof van niet meer dan 0,5 bar (art. 1, lid 2, onder a) tot en met u)). Waar die uitsluitingen verwijzen naar Richtlijn 2007/46/EG, Richtlijn 93/42/EEG van de Raad en Richtlijn 2009/142/EG, zijn die handelingen inmiddels vervangen door Verordening (EU) 2018/858, Verordening (EU) 2017/745 en Verordening (EU) 2016/426, en wijkt Richtlijn 2006/42/EG vanaf 20 januari 2027 voor Verordening (EU) 2023/1230.
Binnen de richtlijn trekt artikel 4 een tweede grens. Vaten, gestookte of verwarmde apparatuur, leidingen en hun veiligheids- en drukhoudende appendages boven de grenswaarden van artikel 4, lid 1, en de samenstellen van artikel 4, lid 2, moeten voldoen aan de essentiële veiligheidseisen van bijlage I. De grenswaarden combineren PS met V of DN en hangen af van de vloeistoftoestand en -groep: voor een gas, vloeibaar gemaakt gas, opgelost gas, damp of vloeistof waarvan de dampspanning bij TS meer dan 0,5 bar boven de atmosferische druk bedraagt, wordt een vat gevat bij meer dan 1 L en PS·V boven 25 bar·L (groep 1) of 50 bar·L (groep 2), of bij PS boven 200 bar of 1 000 bar; voor andere vloeistoffen bij meer dan 1 L en PS·V boven 200 bar·L of PS boven 500 bar (groep 1), of bij PS boven 10 bar en PS·V boven 10 000 bar·L of PS boven 1 000 bar (groep 2); alle draagbare blustoestellen en flessen voor ademhalingstoestellen worden gevat; gestookte of verwarmde apparatuur met risico van oververhitting voor stoom of oververhit water boven 110 °C wordt gevat boven 2 L, en alle snelkookpannen worden gevat; leidingen voor gassen worden gevat bij DN boven 25 (groep 1) of DN boven 32 en PS·DN boven 1 000 bar (groep 2), en voor andere vloeistoffen bij DN boven 25 en PS·DN boven 2 000 bar (groep 1) of PS boven 10 bar, DN boven 200 en PS·DN boven 5 000 bar (groep 2) (art. 4, lid 1). Samenstellen voor het opwekken van stoom of oververhit water boven 110 °C met gestookte of verwarmde apparatuur, en elk ander samenstel dat de fabrikant voornemens is als samenstel op de markt te brengen en in bedrijf te stellen, worden gevat als zij ten minste één dergelijk stuk omvatten; handmatig met vaste brandstof gevoede warmwatersamenstellen tot 110 °C boven 50 bar·L voldoen alleen aan de punten 2.10, 2.11, 3.4, 5, onder a), en 5, onder d), van bijlage I (art. 4, lid 2). Apparatuur en samenstellen op of onder de grenswaarden worden ontworpen en vervaardigd volgens goed vakmanschap van een lidstaat, gaan vergezeld van adequate gebruiksinstructies en mogen de CE-markering niet dragen op grond van de richtlijn (art. 4, lid 3); de Commissie kan om zeer ernstige veiligheidsredenen bij gedelegeerde handeling dergelijke apparatuur onder de volledige eisen brengen of apparatuur herindelen (art. 45).
De lidstaten mogen gebruikersinspecties toestaan die apparatuur beoordelen voor de industriële groep waartoe zij behoren onder de modules A2, C2, F en G; dergelijke apparatuur draagt geen CE-markering en wordt alleen gebruikt in de vestigingen van de groep, die een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid toepast (art. 16). De bevoegde autoriteiten mogen ook individuele stukken en samenstellen voor experimenten toestaan zonder de conformiteitsbeoordelingsprocedures (art. 14, lid 7). Apparatuur die voldeed aan Richtlijn 97/23/EG en vóór 19 juli 2016 in de handel is gebracht, mag nog op de markt worden aangeboden en in bedrijf worden gesteld, en certificaten en besluiten die onder de oude richtlijn zijn afgegeven, blijven geldig (art. 48, leden 2 en 3).
De verplichtingen rusten op de marktdeelnemers: fabrikant, gemachtigde, importeur en distributeur (art. 2, punt (22)). Een fabrikant is eenieder die drukapparatuur of een samenstel vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en het onder zijn eigen naam of merk op de markt brengt of voor eigen doeleinden gebruikt (art. 2, punt (18)), en een importeur of distributeur die onder zijn eigen merk verkoopt of apparatuur zodanig wijzigt dat de conformiteit kan worden beïnvloed, neemt de verplichtingen van de fabrikant over (art. 10). In Denemarken maakt uitvoeringsbesluit nr. 190 van 19 februari 2015 de richtlijn tot Deens recht door haar als bijlage 1 over te nemen, en bindt het fabrikanten, hun vertegenwoordigers, importeurs, distributeurs, aangemelde instanties en erkende derde-partijorganisaties (uitvoeringsbesluit nr. 190/2015, § 1 tot en met § 4).
Wat u moet doen
Indeling in de categorieën I tot en met IV
Drukapparatuur boven de grenswaarden van artikel 4, lid 1, wordt ingedeeld naar categorie in oplopende gevaargraad onder bijlage II. Vloeistoffen worden ingedeeld in twee groepen: groep 1 bestaat uit stoffen en mengsels die als gevaarlijk zijn ingedeeld onder zeventien fysische of gezondheidsgevarenklassen van Verordening (EG) nr. 1272/2008, instabiele ontplofbare stoffen en ontplofbare stoffen van de subklassen 1.1 tot en met 1.5, ontvlambare gassen van categorie 1 en 2, oxiderende gassen van categorie 1, ontvlambare vloeistoffen van categorie 1 en 2 en van categorie 3 waar TS hoger is dan het vlampunt, ontvlambare vaste stoffen van categorie 1 en 2, voor zelfontleding vatbare stoffen van type A tot en met F, pyrofore vloeistoffen en vaste stoffen van categorie 1, stoffen die in contact met water ontvlambare gassen afgeven van categorie 1 tot en met 3, oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen van categorie 1 tot en met 3, organische peroxiden van type A tot en met F, acute orale en dermale toxiciteit van categorie 1 en 2, acute toxiciteit bij inademing van categorie 1 tot en met 3 en specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling van categorie 1, plus elke vloeistof waarvan de maximaal toelaatbare temperatuur hoger is dan het vlampunt; groep 2 is al het overige (art. 13, lid 1). Een vat met verschillende kamers neemt de hoogste categorie van zijn kamers, en een kamer met verschillende vloeistoffen de vloeistof die de hoogste categorie vereist (art. 13, lid 2).
Bijlage II bevat negen tabellen, één voor elk geval van artikel 4, lid 1: tabellen 1 tot en met 4 voor vaten naar PS en V, tabel 5 voor gestookte of verwarmde apparatuur, tabellen 6 tot en met 9 voor leidingen naar PS en DN, met afbakeningslijnen die de bovengrens van elke categorie aangeven. Veiligheidsappendages worden ingedeeld in categorie IV, behalve dat appendages die voor specifieke apparatuur zijn vervaardigd de categorie van de apparatuur die zij beschermen kunnen aannemen; drukhoudende appendages worden ingedeeld naar PS, naar V of DN naargelang van toepassing en naar vloeistofgroep aan de hand van de tabellen voor vaten of leidingen, waarbij de hoogste categorie geldt wanneer zowel V als DN van toepassing zijn. Vaten en leidingen voor instabiele gassen die in categorie I of II zouden vallen, worden ingedeeld in categorie III, draagbare blustoestellen en flessen voor ademhalingsapparatuur ten minste in categorie III, leidingen boven 350 °C die onder tabel 7 in categorie II zouden vallen in categorie III, en het ontwerp van snelkookpannen behoeft een procedure die ten minste gelijkwaardig is aan een module van categorie III (bijlage II, punten 1 tot en met 4 en de noten bij de tabellen 1, 2, 5, 6 en 7).
Essentiële veiligheidseisen
Apparatuur boven de grenswaarden moet voldoen aan de essentiële veiligheidseisen van bijlage I, die gelden waar het overeenkomstige gevaar bestaat onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden en worden gelezen in het licht van de stand van de techniek; de fabrikant moet de gevaren en risico’s door druk analyseren en volgens die analyse ontwerpen en bouwen (bijlage I, inleidende opmerkingen). De algemene eisen vragen om veilig ontwerp, vervaardiging, controle, uitrusting en installatie en om de volgorde van het elimineren van gevaren, het beschermen tegen de resterende gevaren en het informeren van gebruikers (punt 1). De ontwerpeisen omvatten voldoende sterkte onder alle redelijkerwijs te verwachten belastingen, met gebruikmaking van berekenings-, experimentele of gecombineerde methoden met de toelaatbare spanningen en veiligheidsfactoren van punt 7, veilige hantering en bediening, middelen voor inspectie, aftapping, ontluchting, vulling en lediging, bescherming tegen corrosie, slijtage en overschrijding van de toelaatbare grenzen met veiligheidsappendages of bewakingsapparatuur, het ontwerp van veiligheidsappendages, en externe brand (punt 2). De vervaardigingseisen omvatten de voorbereiding van onderdelen, permanente verbinding door gekwalificeerd personeel en procedures, goedgekeurd voor de categorieën II, III en IV door een aangemelde instantie of een krachtens artikel 20 erkende derde-partijorganisatie, niet-destructief onderzoek door gekwalificeerd personeel, goedgekeurd voor de categorieën III en IV door een erkende derde-partijorganisatie, warmtebehandeling, materiaaltraceerbaarheid, en de eindbeoordeling met een eindcontrole, een druktest, normaliter een hydraulische test bij de druk van punt 7.4, die voor serieproductie van categorie I statistisch mag zijn, en voor samenstellen een controle van de veiligheidsvoorzieningen (punt 3). Materialen moeten geschikt, taai en buigzaam, chemisch bestendig en verouderingsbestendig zijn, gedocumenteerd via geharmoniseerde normen, een Europese materiaalgoedkeuring of een specifieke materiaalbeoordeling, die de aangemelde instantie specifiek beoordeelt voor de categorieën III en IV, met de documentatie van de materiaalfabrikant voor alle materialen en een certificaat van specifieke productcontrole voor de belangrijkste drukhoudende delen in de categorieën II tot en met IV (punt 4). De punten 5 en 6 voegen eisen toe voor gestookte apparatuur en leidingen, en punt 7 de kwantitatieve regels over toelaatbare spanningen, verbindingscoëfficiënten, druklastbeperkende apparatuur, hydraulische testdruk en materiaalkenmerken.
Geharmoniseerde normen en Europese materiaalgoedkeuringen
Apparatuur die voldoet aan geharmoniseerde normen, of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt, wordt geacht te voldoen aan de essentiële veiligheidseisen die door die normen worden gedekt, en materialen die voldoen aan bekendgemaakte Europese materiaalgoedkeuringen worden geacht te voldoen (art. 12). Europese materiaalgoedkeuringen worden afgegeven door specifiek aangewezen aangemelde instanties na kennisgeving aan de lidstaten en de Commissie, die de lijst van referentienummers bekendmaakt en bijhoudt (art. 15). De Commissie maakt de normenlijst bekend bij uitvoeringsbesluit, momenteel Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/165 van de Commissie van 30 januari 2025, dat de hele lijst in één handeling bundelt, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/79 van de Commissie van 12 januari 2026 voor naadloze stalen buizen, stompgelaste pijpfittingen, koper en koperlegeringen, ongestookte drukvaten, flenzen en hun verbindingen, industriële kleppen en veiligheidsvoorzieningen tegen overdruk, en plaatst de PED guidelines van de Working Group Pressure, die niet juridisch bindend zijn maar een consistente toepassing bevorderen (Europese Commissie, pagina’s over geharmoniseerde normen en de richtlijn drukapparatuur). Tijdens een geactiveerde noodtoestand van de interne markt kan de Commissie andere normen vermelden of gemeenschappelijke specificaties vaststellen die een vermoeden van conformiteit geven voor crisisrelevante drukapparatuur totdat de noodtoestand eindigt (art. 43 quinquies).
Conformiteitsbeoordeling per categorie
De conformiteitsbeoordelingsprocedure wordt bepaald door de categorie (art. 14, lid 1). Categorie I gebruikt module A, interne productiecontrole. Categorie II gebruikt module A2, interne productiecontrole plus toezicht op controles van drukapparatuur met willekeurige tussenpozen, module D1, kwaliteitsborging van het productieproces, of module E1, kwaliteitsborging van de eindinspectie en beproeving. Categorie III gebruikt EU-typeonderzoek van het ontwerptype (module B) met module D of module F, EU-typeonderzoek van het productietype (module B) met module E of module C2, of module H, volledige kwaliteitsborging. Categorie IV gebruikt EU-typeonderzoek van het productietype met module D of module F, module G, eenheidskeuring, of module H1, volledige kwaliteitsborging plus ontwerponderzoek (art. 14, lid 2, en bijlage III, punten 1 tot en met 12). De fabrikant kiest tussen de procedures voor de categorie en mag een procedure van een hogere categorie toepassen (art. 14, lid 3). Onder de kwaliteitsborgingsmodules voor vaten van categorie III en IV voor gassen en dampen, vaten voor vloeistoffen van groep 1 en gestookte apparatuur neemt de aangemelde instantie steekproeven bij onaangekondigde bezoeken voor de eindbeoordeling, ten minste twee bezoeken in het eerste jaar, en onder module H voor eenmalige gestookte apparatuur van categorie III verricht zij de eindbeoordeling van elke eenheid (art. 14, leden 4 en 5). Certificaten van EU-typeonderzoek zijn 10 jaar geldig en verlengbaar, en de fabrikant bewaart het certificaat samen met de technische documentatie gedurende 10 jaar (bijlage III, punten 3.1 en 3.2). Registraties en correspondentie worden opgesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de instantie is gevestigd of in een door haar aanvaarde taal (art. 14, lid 8).
Samenstellen ondergaan een algehele conformiteitsbeoordeling: elk stuk drukapparatuur dat niet eerder is beoordeeld en CE-gemarkeerd, wordt beoordeeld naar zijn eigen categorie, de integratie van de onderdelen onder de punten 2.3, 2.8 en 2.9 van bijlage I naar de hoogste categorie van de apparatuur die geen veiligheidsappendages zijn, en de bescherming tegen overschrijding van de bedrijfsgrenzen onder de punten 2.10 en 3.2.3 naar de hoogste categorie van de beschermde stukken (art. 14, lid 6). De lidstaten melden de aangemelde instanties, gebruikersinspecties en erkende derde-partijorganisaties aan en wijzen een aanmeldende autoriteit aan, die de beoordeling en het toezicht door de nationale accreditatie-instantie kan laten verrichten (art. 20 en art. 21); de Commissie kent identificatienummers toe en maakt de lijst bekend (art. 30). In Denemarken moeten de instanties rechtspersonen zijn die in Denemarken zijn gevestigd, geaccrediteerd door DANAK voor de taak en voldoend aan de artikelen 24, 25, 27, 34 tot en met 36 en 38; zij worden aangewezen door Erhvervsstyrelsen, vóór 30 mei 2026 door de directeur van Arbejdstilsynet, en klachten over hun beslissingen worden binnen 4 weken bij de autoriteit ingediend (uitvoeringsbesluit nr. 190/2015, § 6 en § 8; uitvoeringsbesluit nr. 493/2026, § 1, nr. 3 en nr. 4).
Verklaring, CE-markering, markering en instructies
De EU-conformiteitsverklaring vermeldt dat is aangetoond dat aan de essentiële veiligheidseisen van bijlage I is voldaan, volgt het model van bijlage IV, bevat de elementen van de gebruikte modules, wordt voortdurend geactualiseerd, wordt vertaald in de talen die de lidstaat waar de apparatuur wordt geplaatst of aangeboden vereist en is, waar meerdere handelingen van de Unie van toepassing zijn, één enkele verklaring die ze allemaal omvat; door haar op te stellen neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid op zich (art. 17). De CE-markering volgt de algemene beginselen van artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 en wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op elk stuk drukapparatuur of samenstel of het typeplaatje ervan, of op de verpakking en de documenten waar dat onmogelijk is, vóór het in de handel brengen; zij hoeft niet op elk stuk van een samenstel te worden aangebracht, reeds gemarkeerde stukken behouden hun markering, en zij wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie waar de instantie bij de productiecontrole betrokken is, aangebracht door de instantie of onder haar instructies (art. 18 en art. 19). Apparatuur die is gemachtigd krachtens de noodafwijking draagt geen CE-markering (art. 43c, lid 7).
Naast de CE-markering draagt de apparatuur of een stevig bevestigd typeplaatje het bouwjaar, de identificatie naar type, serie of partij en serienummer en de essentiële maximale en minimale toelaatbare grenzen, en waar van toepassing V in L, DN, de testdruk PT en de datum ervan, de instelling van de veiligheidsvoorziening, het vermogen in kW, de voedingsspanning, het beoogde gebruik, de vulverhouding, de maximale vulmassa, de taramassa en de vloeistofgroep, plus waarschuwingen tegen verkeerd gebruik; documentatie mag de herhaalde markering van leidingcomponenten vervangen, en voor kleine apparatuur mogen etiketten worden gebruikt (bijlage I, punt 3.3). De apparatuur gaat vergezeld van gebruiksinstructies over montage en assemblage, inbedrijfstelling, gebruik en onderhoud met inbegrip van gebruikerscontroles, die de markeringsgegevens herhalen en restgevaren toelichten (bijlage I, punt 3.4), in een taal die de lidstaat bepaalt (art. 6, lid 7). In Denemarken moeten de verklaring, de markering en de instructies in het Deens zijn (uitvoeringsbesluit nr. 190/2015, § 5).
Verplichtingen per rol
Fabrikanten ontwerpen en vervaardigen apparatuur boven de drempels volgens bijlage I en apparatuur onder de drempels volgens goed vakmanschap, stellen de technische documentatie op en verrichten de conformiteitsbeoordeling, stellen de verklaring op en brengen de CE-markering aan, bewaren de documentatie en de verklaring gedurende 10 jaar, houden de serieproductie conform, verrichten steekproeven en houden een klachtenregister bij waar de risico’s dit rechtvaardigen, brengen de identificatie en hun naam en adres aan, verstrekken instructies in de vereiste taal, nemen corrigerende maatregelen, informeren de autoriteiten over risico’s en werken mee op verzoek (art. 6). Gemachtigden handelen op grond van een mandaat dat ten minste het bewaren van de documenten en de samenwerking met de autoriteiten moet dekken, en kunnen de ontwerp- of documentatieverplichtingen niet overnemen (art. 7). Importeurs brengen uitsluitend conforme apparatuur in de handel, verifiëren de beoordeling, de documentatie, de CE-markering, de instructies en de identificatie van de fabrikant, voegen hun eigen naam en adres toe, zorgen voor de instructies, beschermen de apparatuur bij opslag en vervoer, verrichten steekproeven waar dit gerechtvaardigd is, nemen corrigerende maatregelen en bewaren de verklaring gedurende 10 jaar (art. 8). Distributeurs verifiëren de CE-markering, de documenten, de instructies en de identificatie voordat zij apparatuur aanbieden, beschermen haar bij opslag en vervoer en zien erop toe dat corrigerende maatregelen worden genomen (art. 9). Importeurs en distributeurs die onder hun eigen merk verkopen of apparatuur wijzigen, worden fabrikant (art. 10), en elke marktdeelnemer identificeert zijn leveranciers en afnemers gedurende 10 jaar (art. 11). Sinds 16 juli 2021 vereist Verordening (EU) 2019/1020 bovendien voor elk stuk drukapparatuur of elk samenstel dat op de markt wordt gebracht een in de Unie gevestigde marktdeelnemer, een fabrikant, importeur, gemachtigde of fulfilmentdienstverlener (Verordening (EU) 2019/1020, art. 4).
Noodprocedures sinds 2026
Richtlijn (EU) 2024/2749 heeft hoofdstuk 5 bis ingevoegd. De maatregelen ervan gelden alleen als de Commissie op grond van artikel 28 van Verordening (EU) 2024/2747 een uitvoeringshandeling heeft vastgesteld voor drukapparatuur, alleen voor apparatuur die als crisisrelevant goed is aangewezen en alleen tijdens een geactiveerde noodtoestand van de interne markt (art. 43 bis). Aangemelde instanties behandelen dan aanvragen voor dergelijke apparatuur bij voorrang zonder onevenredige extra kosten en spannen zich redelijkerwijs in om hun testcapaciteit te vergroten (art. 43 ter). Een lidstaat kan, op een gemotiveerd verzoek, het in de handel brengen of eigen gebruik toestaan van specifieke apparatuur waarvoor de procedures van de aangemelde instantie niet zijn doorlopen, maar waarvan de conformiteit met bijlage I is aangetoond zoals de machtiging voorschrijft; de Commissie kan de machtiging tot de gehele Unie uitbreiden, de apparatuur moet dan als crisisrelevant goed worden geïdentificeerd, de fabrikant verklaart de conformiteit op eigen verantwoordelijkheid, de machtiging bepaalt de traceerbaarheid, een einddatum die niet verder gaat dan de noodtoestand en de maatregelen die moeten worden genomen wanneer deze eindigt, en de apparatuur draagt geen CE-markering (art. 43 quater). De Commissie kan normen vermelden of gemeenschappelijke specificaties vaststellen die een vermoeden van conformiteit geven voor de duur van de noodtoestand, en apparatuur die op die grond in de handel is gebracht, blijft daarna geacht conform te zijn, tenzij er reden is om aan te nemen dat zij een risico vormt (art. 43 quinquies); markttoezicht voor de vermelde apparatuur krijgt voorrang met wederzijdse bijstand tussen de autoriteiten (art. 43 sexies). In Denemarken verleent Erhvervsstyrelsen de machtigingen, informeert zij de Commissie en de andere lidstaten, en moeten de informatie en de etikettering in het Deens of het Engels zijn (uitvoeringsbesluit nr. 493/2026, § 1, nr. 5).
Handhaving en sancties
Artikel 39 past artikel 15, lid 3, en de artikelen 16 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 toe op alle apparatuur die onder artikel 1 valt; die artikelen zijn met ingang van 16 juli 2021 geschrapt bij Verordening (EU) 2019/1020, die de richtlijn als punt 57 van bijlage I vermeldt, zodat de verwijzing wordt gelezen als die verordening. Wanneer een autoriteit voldoende redenen heeft om aan te nemen dat apparatuur een risico vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen, huisdieren of eigendom, beoordeelt zij de apparatuur, verplicht zij corrigerende maatregelen, het uit de handel nemen of terugroepen binnen een termijn die is afgestemd op het risico, informeert zij de aangemelde instantie en verbiedt of beperkt zij, indien de marktdeelnemer geen actie onderneemt, het op de markt aanbieden, neemt zij de apparatuur uit de handel of roept zij haar terug en informeert zij de Commissie en de andere lidstaten (art. 40). De Commissie beslist over betwiste nationale maatregelen via de vrijwaringsprocedure van de Unie (art. 41), conforme apparatuur die niettemin een risico vormt kan op dezelfde wijze worden behandeld (art. 42), en formele non-conformiteit, een verkeerd of helemaal niet aangebrachte CE-markering, een ontbrekend of verkeerd aangebracht nummer van de aangemelde instantie, een ontbrekende markering van bijlage I, punt 3.3, een ontbrekende of onjuiste verklaring, ontbrekende documentatie, ontbrekende identificatie of enige andere niet-nageleefde administratieve eis van de artikelen 6 en 8, moet worden beëindigd en leidt anders tot beperking, verbod, het uit de handel nemen of terugroepen (art. 43).
Sancties worden nationaal vastgesteld: de lidstaten stellen doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast voor inbreuken op hun omzettingswetten, die strafrechtelijke sancties kunnen omvatten voor ernstige inbreuken (art. 47). In Denemarken past uitvoeringsbesluit nr. 190 van 19 februari 2015 de richtlijn toe en bestraft het met een boete, tenzij een hogere straf verschuldigd is op grond van de wet over de constructie van bepaalde producten (lov nr. 155 van 20 februari 2013) of andere wetgeving — een subsidiariteitsclausule die het wijzigingsbesluit van 2026 ongewijzigd heeft gelaten, hoewel het besluit zelf nu berust op de productwet — inbreuken op § 4 en § 5 ervan en op de richtlijn in bijlage 1, en niet-naleving van bevelen en verboden, met bedrijfsaansprakelijkheid op grond van het wetboek van strafrecht (uitvoeringsbesluit nr. 190/2015, § 9); vanaf 30 mei 2026 berust het besluit op de productwet en dekt de boete ook de taaleis voor crisisrelevante etikettering (uitvoeringsbesluit nr. 493/2026, § 1, nr. 2 en nr. 6). De productwet (lov om produkter og markedsovervågning) vermeldt de richtlijn in § 2 als productgebied nr. 5, wijst Erhvervsstyrelsen aan als controle-autoriteit en geeft bevelen om gebruikers te waarschuwen, misleidende reclame te stoppen, te verhelpen, verkoop te stoppen, terug te roepen of te vernietigen, verboden, bevelen om de verkoop te stoppen en een verkeerd aangebrachte CE-markering te verwijderen, en boetes die bij verzwarende omstandigheden kunnen oplopen tot gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaar (LBK nr. 22/2026, § 2, § 9, § 14, § 15 en § 37). Sikkerhedsstyrelsen heeft sinds 1 december 2018 de controle op drukapparatuur en eenvoudige drukvaten uitgeoefend en is sinds januari 2026 de afdeling Markedsovervågning van Erhvervsstyrelsen, terwijl de eigen richtsnoeren van de controle-autoriteit vermelden dat Arbejdstilsynet de markttoezichtautoriteit blijft voor op bestelling vervaardigde drukapparatuur en voor apparatuur die uit derde landen wordt ingevoerd voor offshore olie- en gasactiviteiten op grond van de offshore-veiligheidswet. Die verdeling verloopt via § 9, stuk 2, van de productwet, op grond waarvan de autoriteit die toezicht houdt op andere wetgeving over specifieke risico’s van bepaalde producten de relevante controle-autoriteit is; sinds wijzigingsbesluit nr. 493/2026 elke vermelding van Arbejdstilsynet in het besluit over drukapparatuur heeft vervangen, noemt geen enkel uitvoeringsbesluit deze instantie nog voor drukapparatuur (LBK nr. 22/2026, § 9, stk. 1 en stk. 2; uitvoeringsbesluit nr. 493/2026, § 1, nr. 3; Sikkerhedsstyrelsen, regels- en controlepagina’s; Erhvervsstyrelsen, Sikkerhedsstyrelsen-pagina).
Hoe Conphora helpt
Conphora volgt de richtlijn drukapparatuur, de geharmoniseerde normen ervan, de PED guidelines en de Deense uitvoeringsbesluiten, en brengt uw apparatuur in kaart aan de hand van de uitsluitingen van artikel 1, de drempels van artikel 4, de vloeistofgroepen, de categorieën van bijlage II en de moduletrajecten, waarbij hiaten in de technische documentatie, de EU-conformiteitsverklaring, de CE-markering en het nummer van de aangemelde instantie, de markering van bijlage I en de instructies worden gesignaleerd voordat zij tot handhavingsproblemen leiden. Het platform helpt u de documentatie en de 10-jarige registratie op te bouwen en bij te houden, combineert de PED-verklaring met de machinerichtlijn-, ATEX-, EMC-, laagspannings- en andere verklaringen die hetzelfde product nodig heeft, en waarschuwt u wanneer een norm, een Deens uitvoeringsbesluit, de activering van een noodtoestand of de handhavingsstructuur verandert.
Zie hoe Conphora werkt · Bekijk abonnementen en prijzen
Bronnen
- Richtlijn 2014/68/EU inzake drukapparatuur, geconsolideerde tekst van 30 mei 2026 (EUR-Lex)
- Richtlijn 2014/68/EU inzake drukapparatuur, zoals gepubliceerd in PB L 189 van 27 juni 2014 (EUR-Lex)
- Documentgegevens, data, rectificaties en verbanden voor CELEX 32014L0068 (EUR-Lex)
- Richtlijn (EU) 2024/2749 inzake noodprocedures voor de conformiteitsbeoordeling, het vermoeden van conformiteit, gemeenschappelijke specificaties en markttoezicht tijdens een noodsituatie op de interne markt (EUR-Lex)
- Richtlijn 97/23/EG inzake drukapparatuur, ingetrokken met ingang van 19 juli 2016 (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten (EUR-Lex)
- Richtlijn drukapparatuur, met de PED guidelines van de Working Group Pressure (Europese Commissie, DG GROW)
- Geharmoniseerde normen voor drukapparatuur onder Richtlijn 2014/68/EU (Europese Commissie, DG GROW)
- Bekendtgørelse nr. 190 af 19. februar 2015 om indretning m.v. af trykbærende udstyr (Retsinformation)
- Bekendtgørelse nr. 480 af 25. maj 2016 om ændring af bekendtgørelse om indretning m.v. af trykbærende udstyr (Retsinformation)
- Bekendtgørelse nr. 493 af 28. maj 2026 om ændring af bekendtgørelse om indretning m.v. af trykbærende udstyr (Retsinformation)
- Bekendtgørelse af lov om produkter og markedsovervågning, LBK nr. 22 af 8. januar 2026 (Retsinformation)
- Regler for trykbærende udstyr og simple trykbeholdere (Sikkerhedsstyrelsen, Erhvervsstyrelsen Markedsovervågning)
- Kontrol med trykbærende udstyr og simple trykbeholdere (Sikkerhedsstyrelsen, Erhvervsstyrelsen Markedsovervågning)
- Sikkerhedsstyrelsen, en del af Erhvervsstyrelsen vanaf januari 2026 (Erhvervsstyrelsen)
Deze gids bevat algemene informatie en vormt geen juridisch advies.