Esc

Zoeken op de site komt met de platformcatalogus. Begin tot die tijd bij een van deze:

CIR CE / Product Safety 11 min

CIR: Kabelbaaninstallatieverordening (Verordening (EU) 2016/424), uitgelegd

De Kabelbaaninstallatieverordening regelt subsystemen, veiligheidscomponenten en nieuwe personenkabelbanen op de EU-markt, met veiligheidsanalyse, beoordeling door een aangemelde instantie, CE-markering en plichten voor fabrikanten, importeurs en de verantwoordelijke persoon. Zij geldt sinds 21 april 2018; de noodprocedures van Verordening (EU) 2024/2748 gelden vanaf 29 mei 2026.

Free account · no card · opens in the Demo Company

Beoordeeld op 24 september 2026 door Conphora compliance team · Volgende beoordeling 11 maart 2027 · Geen juridisch advies

Voor wie het geldt

Valt onder de rechtshandeling

  • Nieuwe kabelbaaninstallaties ontworpen voor het vervoer van personen, waarbij de tractie wordt geleverd door kabels die langs de reisweg zijn geplaatst: kabelbanen (dragers die aan een of meer kabels zijn opgehangen en daardoor worden voortbewogen), sleepliften (passagiers met geschikte uitrusting die langs een aangelegd traject worden gesleept) en kabelspoorwegen (dragers die door een of meer kabels worden getrokken langs een baan op de grond of op vaste constructies)
  • Wijzigingen van bestaande kabelbaaninstallaties waarvoor een nieuwe machtiging voor in bedrijfstelling vereist is
  • Subsystemen bestemd om in een kabelbaaninstallatie te worden ingebouwd: de zes groepen van bijlage I (kabels en kabelverbindingen; aandrijvingen en remmen; mechanische uitrusting; voertuigen; elektrotechnische voorzieningen; reddingsuitrusting)
  • Veiligheidscomponenten: elk onderdeel van uitrusting of elk apparaat dat bestemd is om in een subsysteem of een kabelbaaninstallatie te worden ingebouwd om een veiligheidsfunctie te vervullen, waarvan het falen passagiers, bedienend personeel of derden in gevaar brengt
  • De marktdeelnemers voor subsystemen en veiligheidscomponenten (fabrikant, gemachtigde, importeur, distributeur) en de voor de kabelbaaninstallatie verantwoordelijke persoon, aangewezen door de lidstaat op grond van nationaal recht

Afgeleide en downstreamproducten

  • Subsystemen en veiligheidscomponenten die voldoen aan geharmoniseerde normen, of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt, worden geacht te voldoen aan de essentiële eisen van bijlage II die deze normen dekken; hetzelfde vermoeden geldt voor installaties (art. 5, lid 3, en art. 17)
  • Een importeur of distributeur die een subsysteem of veiligheidscomponent onder zijn eigen naam of merk in de handel brengt, of een reeds in de handel gebracht subsysteem of veiligheidscomponent zodanig wijzigt dat de conformiteit kan worden beïnvloed, wordt als fabrikant behandeld (art. 15)
  • Wie een subsysteem of veiligheidscomponent dat hij heeft vervaardigd of laten vervaardigen, in een kabelbaaninstallatie inbouwt, is fabrikant, niet alleen wie het verkoopt (art. 3, punt 13)
  • Veiligheidscomponenten die als reserveonderdelen worden ingebouwd, moeten aan de essentiële eisen voldoen en probleemloos samenwerken met de andere delen van de installatie (bijlage II, punt 2.6.4)
  • Wanneer een subsysteem of veiligheidscomponent ook onder andere Unierechtshandelingen valt die een EU-conformiteitsverklaring vereisen, wordt één verklaring opgesteld die ze alle dekt (art. 19, lid 3)
  • De lidstaten mogen aanvullende eisen vaststellen om personen, met name werknemers, te beschermen bij het gebruik van de installaties, zolang dit de installaties niet wijzigt op een wijze die niet door de verordening wordt gedekt (art. 5, lid 4)

Rollen onder de rechtshandeling

Fabrikant (met inbegrip van merkeigenaren, installateurs die hun eigen componenten inbouwen, en gemachtigden die voor een fabrikant optreden)

Elke natuurlijke of rechtspersoon die een subsysteem of een veiligheidscomponent vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en het onder zijn naam of merk in de handel brengt of het in een kabelbaaninstallatie inbouwt; een importeur of distributeur die onder zijn eigen merk verkoopt of een subsysteem of veiligheidscomponent zodanig wijzigt dat de conformiteit kan worden beïnvloed, wordt als fabrikant behandeld. Een fabrikant kan bij schriftelijk mandaat een in de Unie gevestigde gemachtigde aanwijzen om de verklaring en de technische documentatie 30 jaar te bewaren, informatie te verstrekken en met de autoriteiten samen te werken; het mandaat mag niet de plicht dekken om te ontwerpen en te vervaardigen volgens de essentiële eisen of om de technische documentatie op te stellen.

Bron · art. 3, punten 13 en 14, art. 12 en art. 15
Importeur

Elke in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een subsysteem of een veiligheidscomponent uit een derde land op de markt van de Unie brengt.

Bron · art. 3, punt 15
Distributeur (groothandelaar, dealer of wederverkoper)

Elke natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, anders dan de fabrikant of de importeur, die een subsysteem of een veiligheidscomponent op de markt aanbiedt.

Bron · art. 3, punt 16
Verantwoordelijke persoon voor de kabelbaaninstallatie (in Denemarken de bouwheer, bygherren)

De verantwoordelijke persoon voor de kabelbaaninstallatie, aangewezen door een lidstaat overeenkomstig het nationale recht, die de veiligheidsanalyse van de geplande installatie uitvoert of laat uitvoeren en het veiligheidsrapport, de EU-conformiteitsverklaringen en de overige conformiteitsdocumenten voorlegt aan de autoriteit die de bouw en de in bedrijfstelling machtigt. In Denemarken is dit de bouwheer (bygherren), die bij Erhvervsstyrelsen — tot bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026 de naam in het hele kabelbaanbesluit met ingang van 30 mei 2026 wijzigde, Sikkerhedsstyrelsen — goedkeuring aanvraagt vóór de installatie in gebruik wordt genomen.

Bron · art. 8, lid 1, en art. 9, lid 2Bron · § 5 en § 6Bron · § 1, nr. 3

Verkopen van buiten de EU? Begin hier →

Is CIR van toepassing op uw product?

Drie vragen, een eerste antwoord op basis van de eigen reikwijdteregels van de verordening. Geen account nodig.

De regels achter deze check
  1. Lift gedekt door de Liftenrichtlijn 2014/33/EU · elke · elke Buiten de reikwijdte Liften die onder Richtlijn 2014/33/EU vallen, zijn van de verordening uitgesloten; in plaats daarvan geldt de Liftenrichtlijn. Bron · art. 2, lid 2, onder a
  2. Historische installatie of installatie met culturele of erfgoedwaarde die sinds vóór 1 januari 1986 in bedrijf is zonder significante wijzigingen in ontwerp of constructie, Installatie bestemd voor land- of bosbouwdoeleinden, Kabelbaan die berghutten en -schuilplaatsen bedient, uitsluitend voor goederen en specifiek aangewezen personen, Vaste of mobiele uitrusting uitsluitend ontworpen voor recreatie- en amusementsdoeleinden, niet als vervoermiddel voor personen, Mijnbouwinstallatie of andere industriële installatie ter plaatse die voor industriële activiteiten wordt gebruikt, Installatie waarbij de gebruikers of hun dragers zich op het water bevinden (kabelveer) · elke · elke Buiten de reikwijdte Artikel 2, lid 2, sluit uit: kabelbaaninstallaties die door de lidstaten worden aangemerkt als historische installaties of installaties met culturele of erfgoedwaarde die vóór 1 januari 1986 in bedrijf zijn gesteld, nog in bedrijf zijn en geen significante wijzigingen in ontwerp of constructie hebben ondergaan (met inbegrip van specifiek daarvoor ontworpen subsystemen en veiligheidscomponenten), installaties bestemd voor land- of bosbouwdoeleinden, kabelbanen die berghutten en -schuilplaatsen bedienen en uitsluitend bestemd zijn voor goederen en specifiek aangewezen personen, vaste of mobiele uitrusting uitsluitend ontworpen voor recreatie en amusement en niet als vervoermiddel voor personen, mijnbouw- en andere industriële installaties ter plaatse, en installaties waarbij de gebruikers of hun dragers zich op het water bevinden. Andere Unie- of nationale veiligheidswetgeving kan nog steeds van toepassing zijn. Bron · art. 2, lid 2, onder b tot en met g
  3. Materiaalkabelbaan of kabeltransportsysteem uitsluitend ontworpen voor het vervoer van goederen, niet van personen · elke · elke Buiten de reikwijdte De verordening is van toepassing op kabelbaaninstallaties ontworpen voor het vervoer van personen; een kabelbaaninstallatie wordt gedefinieerd als een systeem dat in bedrijf wordt gesteld met het doel personen te vervoeren. Een kabelbaan die uitsluitend voor het vervoer van goederen is gebouwd, valt daarom buiten de verordening, hoewel andere Uniewetgeving erop van toepassing kan zijn. Bron · art. 2, lid 1, en art. 3, punt 1
  4. Kabelbaaninstallatie geïnstalleerd, of subsysteem of veiligheidscomponent in de handel gebracht, vóór 21 april 2018 op grond van Richtlijn 2000/9/EG · elke · elke Dat hangt ervan af Subsystemen en veiligheidscomponenten die voldoen aan Richtlijn 2000/9/EG en vóór 21 april 2018 in de handel zijn gebracht, en installaties die eraan voldoen en vóór die datum zijn geïnstalleerd, mogen nog worden aangeboden en in bedrijf worden gesteld, en certificaten en goedkeuringsbesluiten die voor veiligheidscomponenten onder de richtlijn zijn afgegeven, blijven geldig. Nieuwe subsystemen en veiligheidscomponenten voor de installatie, reserveveiligheidscomponenten en elke wijziging waarvoor een nieuwe machtiging vereist is, vallen onder de verordening. Bron · art. 2, lid 1, art. 9, lid 3, art. 46 en bijlage II, punt 2.6.4
  5. Subsysteem voor een kabelbaaninstallatie (kabels, aandrijvingen en remmen, mechanische uitrusting, voertuigen, elektrotechnische voorzieningen, reddingsuitrusting), Veiligheidscomponent voor een subsysteem of kabelbaaninstallatie (kabelgrijpers, remmen, bewakings- en veiligheidsvoorzieningen, ophanginrichtingen en dergelijke) · Fabrikant (met inbegrip van merkeigenaren, installateurs die hun eigen componenten inbouwen, en gemachtigden die voor een fabrikant optreden), Importeur, Distributeur (groothandelaar, dealer of wederverkoper) · elke Binnen de reikwijdte Subsystemen en veiligheidscomponenten mogen alleen op de markt worden aangeboden als zij aan de verordening voldoen; de verplichtingen van de fabrikant, de gemachtigde, de importeur en de distributeur van de artikelen 11 tot en met 16 gelden en bevatten geen bedrijfsgrootte-drempel. Bron · art. 4, art. 11 tot art. 16
  6. Subsysteem voor een kabelbaaninstallatie (kabels, aandrijvingen en remmen, mechanische uitrusting, voertuigen, elektrotechnische voorzieningen, reddingsuitrusting), Veiligheidscomponent voor een subsysteem of kabelbaaninstallatie (kabelgrijpers, remmen, bewakings- en veiligheidsvoorzieningen, ophanginrichtingen en dergelijke) · Verantwoordelijke persoon voor de kabelbaaninstallatie (in Denemarken de bouwheer, bygherren) · elke Binnen de reikwijdte De verantwoordelijke persoon voor de installatie moet de lijst van subsystemen en veiligheidscomponenten uit de veiligheidsanalyse opstellen, hun EU-conformiteitsverklaringen en overige conformiteitsdocumenten aan de machtigende autoriteit voorleggen, kopieën bij de installatie bewaren en kan door elke leverancier 30 jaar lang als ontvanger worden geïdentificeerd. Bron · art. 8, lid 4, art. 9, lid 2, en art. 16
  7. Nieuwe kabelbaaninstallatie ontworpen voor het vervoer van personen (kabelbaan, gondelbaan, stoeltjeslift, sleeplift, kabelspoorweg), Wijziging van een bestaande kabelbaaninstallatie waarvoor een nieuwe machtiging voor in bedrijfstelling vereist is · Verantwoordelijke persoon voor de kabelbaaninstallatie (in Denemarken de bouwheer, bygherren) · elke Binnen de reikwijdte Nieuwe installaties ontworpen voor het vervoer van personen en wijzigingen waarvoor een nieuwe machtiging vereist is, vallen onder de verordening: de verantwoordelijke persoon moet de veiligheidsanalyse uitvoeren of laten uitvoeren, het veiligheidsrapport opstellen en de nationale machtiging voor bouw en in bedrijfstelling verkrijgen; in Denemarken vraagt de bouwheer bij Erhvervsstyrelsen (vóór 30 mei 2026 Sikkerhedsstyrelsen) goedkeuring aan vóór de installatie in gebruik wordt genomen en opnieuw bij elke significante wijziging, dat wil zeggen een uitbreiding, een ontmanteling, een verplaatsing of een andere wijziging die de constructie, de veiligheidskenmerken of het veiligheidsprofiel van de installatie beïnvloedt. Bron · art. 2, lid 1, art. 8 en art. 9Bron · § 6 en § 7Bron · § 1, nr. 3
  8. Nieuwe kabelbaaninstallatie ontworpen voor het vervoer van personen (kabelbaan, gondelbaan, stoeltjeslift, sleeplift, kabelspoorweg), Wijziging van een bestaande kabelbaaninstallatie waarvoor een nieuwe machtiging voor in bedrijfstelling vereist is · Fabrikant (met inbegrip van merkeigenaren, installateurs die hun eigen componenten inbouwen, en gemachtigden die voor een fabrikant optreden), Importeur, Distributeur (groothandelaar, dealer of wederverkoper) · elke Binnen de reikwijdte Een marktdeelnemer die subsystemen en veiligheidscomponenten levert voor of inbouwt in een nieuwe installatie of een wijziging, draagt de verplichtingen van de artikelen 11 tot en met 16 voor die subsystemen en veiligheidscomponenten, en wie een subsysteem of veiligheidscomponent inbouwt dat hij heeft vervaardigd of laten vervaardigen, is fabrikant; de veiligheidsanalyse en machtiging op installatieniveau berusten bij de verantwoordelijke persoon voor de installatie. Bron · art. 3, punt 13, art. 8, lid 1, en art. 11 tot art. 16
  9. elke · elke · elke Dat hangt ervan af Of de verordening van toepassing is, hangt af van de vraag of de installatie ontworpen is voor het vervoer van personen, of een uitsluiting van artikel 2, lid 2, van toepassing is, of het product een subsysteem of veiligheidscomponent is, wanneer het in de handel is gebracht of geïnstalleerd, en welke rol de marktdeelnemer heeft. Bron · art. 2 en art. 3

Belangrijke data

  1. Verordening (EU) 2016/424 aangenomen door het Europees Parlement en de Raad, ter vervanging van Richtlijn 2000/9/EG door een rechtstreeks toepasselijke verordening afgestemd op het nieuwe wetgevingskader Bron · titel en ondertekeningsblok na art. 48
  2. Bekendmaking in het Publicatieblad, PB L 81 van 31 maart 2016, blz. 1 Bron · header van de geconsolideerde tekst
  3. Inwerkingtreding, de twintigste dag na bekendmaking Bron · art. 48, lid 1
  4. De artikelen 22 tot en met 38 (kennisgeving van conformiteitsbeoordelingsinstanties en aangemelde instanties) en artikel 44 (comitéprocedure) zijn van toepassing, zodat instanties konden worden aangemeld vóór de hoofdtoepassingsdatum Bron · art. 48, lid 2, onder a
  5. Artikel 45, lid 1, is van toepassing: de lidstaten moeten hun regels inzake sancties uiterlijk op deze datum hebben vastgesteld en aan de Commissie hebben meegedeeld Bron · art. 45, lid 1, en art. 48, lid 2, onder b
  6. De verordening is volledig van toepassing en Richtlijn 2000/9/EG wordt ingetrokken; subsystemen en veiligheidscomponenten die aan de richtlijn voldoen en vóór deze datum in de handel zijn gebracht, en installaties die eraan voldoen en vóór deze datum zijn geïnstalleerd, mogen nog worden aangeboden of in bedrijf worden gesteld, en certificaten en goedkeuringsbesluiten die voor veiligheidscomponenten onder de richtlijn zijn afgegeven, blijven geldig Bron · art. 46, art. 47 en art. 48, lid 2
  7. Deense bekendtgørelse nr. 2517 van 14 december 2021 over kabelbaaninstallaties in werking, ter vervanging van bekendtgørelse nr. 211 van 14 maart 2018: de bouwheer (bygherren) is de verantwoordelijke persoon voor de installatie en vraagt bij Sikkerhedsstyrelsen goedkeuring aan vóór de in bedrijfstelling; instructies en veiligheidsinformatie moeten in het Deens zijn Bron · § 5, § 6, § 8 en § 14
  8. Verordening (EU) 2024/2748 in werking: definities van crisisrelevante goederen en noodtoestand van de interne markt toegevoegd aan artikel 3 en hoofdstuk Va (artikelen 43 bis tot en met 43 sexies) over noodprocedures ingevoegd Bron · art. 2 en art. 7
  9. De noodprocedures van Verordening (EU) 2024/2748 zijn van toepassing Bron · art. 7
  10. Deense bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026 in werking: ‘Sikkerhedsstyrelsen’ wordt overal in bekendtgørelse nr. 2517 over kabelbaaninstallaties vervangen door ‘Erhvervsstyrelsen’, het besluit krijgt een nieuwe grondslag in de productwet (lovbekendtgørelse nr. 22 van 8 januari 2026, § 37, stk. 3 en 4), de voetnoot wordt bijgewerkt met Verordening (EU) 2024/2748, en een nieuwe § 8, stk. 2, vereist dat een subsysteem of veiligheidscomponent dat onder een uitgebreide machtiging op grond van artikel 43 quater, lid 2, valt, duidelijk en in het Deens of Engels de vermelding draagt dat het als crisisrelevant goed in de handel wordt gebracht Bron · § 1, nr. 1 tot en met 4, en § 2

Wat u moet doen

Verplichtingen per rol

Fabrikant (met inbegrip van merkeigenaren, installateurs die hun eigen componenten inbouwen, en gemachtigden die voor een fabrikant optreden)15
  • Zorg ervoor dat subsystemen en veiligheidscomponenten die u in de handel brengt of in een kabelbaaninstallatie inbouwt, zijn ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de essentiële eisen van bijlage II, met inbegrip van dimensionering voor alle te verwachten belastingen, veilige montage, integriteit van veiligheidscomponenten zodat hun falen zeer onwaarschijnlijk is, brand- en blikseembeveiliging, veiligheidsvoorzieningen, onderhoudbaarheid en de specifieke eisen voor kabels, aandrijvingen, remmen, voertuigen en sleepinrichtingen. art. 6, art. 11, lid 1, en bijlage II
  • Stel de technische documentatie van bijlage VIII op: een algemene beschrijving, tekeningen en schema's, de volledig of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen of de in plaats daarvan gekozen oplossingen, ontwerpberekeningen en testverslagen, een kopie van de instructies en, voor subsystemen, de EU-conformiteitsverklaringen van de ingebouwde veiligheidscomponenten. art. 11, lid 2, en bijlage VIII
  • Onderwerp het subsysteem of de veiligheidscomponent, voordat u het in de handel brengt, aan een procedure van artikel 18: EU-typeonderzoek (module B) met module D of F, eenheidskeuring (module G), of volledige kwaliteitsborging plus ontwerponderzoek (module H1); elke route omvat een aangemelde instantie. art. 11, lid 2, art. 18 en de bijlagen III tot VII
  • Stel de EU-conformiteitsverklaring op volgens het model van bijlage IX met de elementen van de gebruikte module, houd deze voortdurend bijgewerkt, vertaal ze in de talen die de lidstaat vereist, en maak er één verklaring van wanneer andere Unierechtshandelingen er ook een vereisen. art. 11, lid 2, art. 19 en bijlage IX
  • Breng de CE-markering zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aan vóór het in de handel brengen van het subsysteem of de veiligheidscomponent, gevolgd door het identificatienummer van de bij de productiecontrolefase betrokken aangemelde instantie. art. 11, lid 2, en art. 21
  • Bewaar de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring 30 jaar nadat het subsysteem of de veiligheidscomponent in de handel is gebracht, samen met de moduledossiers (EU-typeonderzoekcertificaat, goedkeuringen van het kwaliteitssysteem, conformiteitscertificaten) voor dezelfde periode. art. 11, lid 3, bijlage III, punt 9, bijlage IV, punt 6, bijlage V, punt 4.2, bijlage VI, punt 3.2, en bijlage VII, punt 6
  • Houd de serieproductie van het subsysteem of de veiligheidscomponent conform, rekening houdend met wijzigingen in het ontwerp of de kenmerken ervan en in de geharmoniseerde normen of technische specificaties waarnaar de conformiteit wordt verklaard. art. 11, lid 4
  • Test, waar de risico's dit rechtvaardigen, steekproefsgewijs op de markt aangeboden subsystemen en veiligheidscomponenten, onderzoek klachten en houd een register bij van klachten, non-conforme producten en terugroepacties, en houd distributeurs op de hoogte van die monitoring. art. 11, lid 4
  • Voorzie elk subsysteem of elke veiligheidscomponent van een type-, partij- of serienummer of een andere identificatie en van uw naam, geregistreerde handelsnaam of merk en één postadres, in een taal die voor gebruikers en autoriteiten gemakkelijk te begrijpen is, of op de verpakking of in een begeleidend document wanneer de omvang of aard dit niet toelaat. art. 11, leden 5 en 6
  • Voeg bij elk subsysteem of elke veiligheidscomponent een kopie van de EU-conformiteitsverklaring; één kopie per partij of zending aan één marktdeelnemer of gebruiker volstaat. art. 11, lid 7
  • Verstrek bij elk subsysteem of elke veiligheidscomponent duidelijke instructies en veiligheidsinformatie in de taal die de lidstaat bepaalt, wat in Denemarken het Deens betekent. art. 11, lid 7§ 8
  • Als u van mening bent of reden hebt om aan te nemen dat een door u in de handel gebracht subsysteem of veiligheidscomponent niet conform is, breng het onmiddellijk in overeenstemming, neem het terug of roep het terug, en informeer, wanneer het een risico vormt, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar u het op de markt hebt aangeboden. art. 11, lid 8
  • Verstrek op gemotiveerd verzoek van een bevoegde nationale autoriteit alle informatie en documentatie die nodig zijn om de conformiteit van het subsysteem of de veiligheidscomponent aan te tonen, in een taal die de autoriteit gemakkelijk begrijpt, en werk met haar samen aan elke maatregel om de risico's ervan weg te nemen. art. 11, lid 9
  • Zorg dat u tegenover de markttoezichtautoriteiten 30 jaar lang elke marktdeelnemer die u heeft beleverd en elke marktdeelnemer en verantwoordelijke persoon voor een kabelbaaninstallatie aan wie u een subsysteem of veiligheidscomponent hebt geleverd, kunt identificeren. art. 16
  • Als u een gemachtigde aanwijst, geef hem een schriftelijk mandaat dat ten minste omvat: de EU-conformiteitsverklaring en de technische documentatie 30 jaar bewaren, informatie op verzoek verstrekken en met de autoriteiten samenwerken; de ontwerp- en fabricageplichten en het opstellen van de technische documentatie blijven bij u. art. 12
Importeur10
  • Breng alleen conforme subsystemen en veiligheidscomponenten in de handel, en controleer vooraf of de fabrikant de conformiteitsbeoordeling van artikel 18 heeft uitgevoerd, de technische documentatie heeft opgesteld, de CE-markering heeft aangebracht, de EU-conformiteitsverklaring, instructies, veiligheidsinformatie en andere vereiste documenten heeft geleverd, en de identificatie- en adresmarkeringen heeft aangebracht; houd non-conforme producten tegen en informeer de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten wanneer zij een risico vormen. art. 13, leden 1 en 2
  • Vermeld uw naam, geregistreerde handelsnaam of merk en een postadres op het subsysteem of de veiligheidscomponent of, waar dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een begeleidend document, in een taal die voor gebruikers en autoriteiten gemakkelijk te begrijpen is, en houd elke door u vermelde website toegankelijk en actueel. art. 13, lid 3
  • Zorg dat het subsysteem of de veiligheidscomponent vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie in de door de lidstaat bepaalde taal, in Denemarken het Deens. art. 13, lid 4§ 8
  • Zorg, zolang een subsysteem of veiligheidscomponent onder uw verantwoordelijkheid valt, dat de opslag- en vervoersomstandigheden ervan de naleving van de essentiële eisen niet in gevaar brengen. art. 13, lid 5
  • Test, waar de risico's dit rechtvaardigen, steekproefsgewijs op de markt aangeboden subsystemen en veiligheidscomponenten, onderzoek klachten en houd een register bij van klachten, non-conforme producten en terugroepacties, en houd distributeurs op de hoogte van die monitoring. art. 13, lid 6
  • Als een door u in de handel gebracht subsysteem of veiligheidscomponent niet conform is, neem onmiddellijk corrigerende maatregelen, neem het terug of roep het terug, en informeer, wanneer het een risico vormt, de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten. art. 13, lid 7
  • Houd een kopie van de EU-conformiteitsverklaring 30 jaar na het in de handel brengen van het subsysteem of de veiligheidscomponent ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten, en zorg dat de technische documentatie op verzoek aan hen beschikbaar kan worden gesteld. art. 13, lid 8
  • Verstrek op gemotiveerd verzoek van een bevoegde nationale autoriteit alle informatie en documentatie die nodig zijn om de conformiteit van het subsysteem of de veiligheidscomponent aan te tonen, in een taal die de autoriteit gemakkelijk begrijpt, en werk met haar samen aan elke maatregel om de risico's ervan weg te nemen. art. 13, lid 9
  • Zorg dat u tegenover de markttoezichtautoriteiten 30 jaar lang elke marktdeelnemer die u heeft beleverd en elke marktdeelnemer en verantwoordelijke persoon voor een kabelbaaninstallatie aan wie u een subsysteem of veiligheidscomponent hebt geleverd, kunt identificeren. art. 16
  • Als u een subsysteem of veiligheidscomponent onder uw eigen naam of merk in de handel brengt, of een reeds op de markt aanwezig subsysteem of veiligheidscomponent zodanig wijzigt dat de conformiteit kan worden beïnvloed, draagt u de verplichtingen van de fabrikant op grond van artikel 11. art. 15
Distributeur (groothandelaar, dealer of wederverkoper)6
  • Handel met de nodige zorgvuldigheid en controleer, vóór u een subsysteem of veiligheidscomponent op de markt aanbiedt, of het de CE-markering draagt en vergezeld gaat van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring, instructies, veiligheidsinformatie en andere vereiste documenten in de taal van de lidstaat, en of de fabrikant en de importeur hun identificatie- en adresmarkeringen hebben aangebracht; houd non-conforme producten tegen en informeer de fabrikant of importeur en de markttoezichtautoriteiten wanneer zij een risico vormen. art. 14, leden 1 en 2
  • Zorg dat opslag- en vervoersomstandigheden de naleving van de essentiële eisen van bijlage II niet in gevaar brengen zolang het product onder uw verantwoordelijkheid valt. art. 14, lid 3
  • Als een door u aangeboden subsysteem of veiligheidscomponent niet conform is, zorg dat corrigerende maatregelen worden genomen om het in overeenstemming te brengen, neem het terug of roep het terug, en informeer, wanneer het een risico vormt, onmiddellijk de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten. art. 14, lid 4
  • Verstrek op gemotiveerd verzoek van een bevoegde nationale autoriteit alle informatie en documentatie die nodig zijn om de conformiteit van het subsysteem of de veiligheidscomponent aan te tonen, en werk met haar samen aan elke maatregel om de risico's van door u aangeboden producten weg te nemen. art. 14, lid 5
  • Zorg dat u tegenover de markttoezichtautoriteiten 30 jaar lang elke marktdeelnemer die u heeft beleverd en elke marktdeelnemer en verantwoordelijke persoon voor een kabelbaaninstallatie aan wie u een subsysteem of veiligheidscomponent hebt geleverd, kunt identificeren. art. 16
  • Als u onder uw eigen naam of merk verkoopt of een subsysteem of veiligheidscomponent zodanig wijzigt dat de conformiteit kan worden beïnvloed, neemt u de verplichtingen van de fabrikant over. art. 15
Verantwoordelijke persoon voor de kabelbaaninstallatie (in Denemarken de bouwheer, bygherren)5
  • Voer een veiligheidsanalyse van de geplande kabelbaaninstallatie uit, of laat deze uitvoeren, die rekening houdt met alle beoogde bedrijfsmodi, een erkende of gevestigde methode volgt, de stand van de techniek en de complexiteit van de installatie weerspiegelt, rekening houdt met de plaatselijke omgeving en de ongunstigste situaties, alle veiligheidsaspecten van ontwerp, bouw en in bedrijfstelling dekt, het mogelijk maakt om op grond van eerdere ervaring de risico's te identificeren die zich tijdens de exploitatie kunnen voordoen, en de veiligheidsvoorzieningen en hun effecten op de installatie dekt. art. 8, lid 1, lid 2 en lid 3
  • Gebruik de veiligheidsanalyse om de inventaris van risico's en gevaarlijke situaties, de beoogde maatregelen daartegen en de lijst van in te bouwen subsystemen en veiligheidscomponenten op te stellen, en leg het resultaat vast in een veiligheidsrapport. art. 8, lid 4 en lid 5
  • Leg het veiligheidsrapport, de EU-conformiteitsverklaringen en de overige conformiteitsdocumenten voor de subsystemen en veiligheidscomponenten, en de documentatie over de kenmerken van de installatie, met inbegrip van de voorwaarden en beperkingen voor de exploitatie en volledige gegevens voor onderhoud, toezicht, afstelling en instandhouding, voor aan de autoriteit of instantie die de installatie machtigt; in Denemarken stuurt de bouwheer ze uiterlijk bij aanvang van de bouw naar Erhvervsstyrelsen, de eerste drie in het Deens of Engels, en verkrijgt hij de goedkeuring daarvan vóór de installatie in gebruik wordt genomen. art. 9, lid 2, eerste en tweede zin§ 6§ 1, nr. 3
  • Bewaar een kopie van het veiligheidsrapport, de EU-conformiteitsverklaringen, de overige conformiteitsdocumenten en de documentatie over de kenmerken van de installatie bij de kabelbaaninstallatie. art. 9, lid 2, laatste zin
  • Wanneer belangrijke kenmerken, subsystemen of veiligheidscomponenten van een bestaande installatie zodanig worden gewijzigd dat een nieuwe machtiging voor in bedrijfstelling vereist is, verkrijg die machtiging voor een wijziging die, met haar gevolgen voor de installatie als geheel, aan de essentiële eisen van bijlage II voldoet; in Denemarken heeft elke significante wijziging (een uitbreiding, een ontmanteling, een verplaatsing of elke andere wijziging die de constructie, de veiligheidskenmerken of het veiligheidsprofiel beïnvloedt) een nieuwe goedkeuring van Erhvervsstyrelsen nodig, terwijl kleine wijzigingen die de omvang en de integriteit van de installatie behouden, dat niet nodig hebben. art. 9, lid 3§ 7§ 1, nr. 3

CIR in gewone taal

De Kabelbaaninstallatieverordening (CIR), formeel Verordening (EU) 2016/424, is de EU-veiligheidswet voor installaties die personen per kabel vervoeren: kabelbanen en gondelbanen, stoeltjesliften, sleepliften en kabelspoorwegen. Zij kent twee lagen. Zij stelt regels vast voor het op de markt aanbieden en het vrije verkeer van subsystemen en veiligheidscomponenten voor kabelbaaninstallaties, en zij bevat regels voor het ontwerp, de bouw en de in bedrijfstelling van nieuwe kabelbaaninstallaties (art. 1). Subsystemen en veiligheidscomponenten mogen alleen op de markt worden aangeboden als zij aan de verordening voldoen (art. 4), de lidstaten mogen conforme producten niet belemmeren (art. 7), en de installaties zelf mogen alleen in bedrijf worden gesteld als zij conform zijn en geen personen of goederen dreigen in gevaar te brengen (art. 5).

De verordening verving Richtlijn 2000/9/EG op 21 april 2018 (art. 47). Als verordening is zij rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat, maar zij laat de machtiging voor bouw en in bedrijfstelling, de exploitatie van installaties en de identiteit van de verantwoordelijke persoon voor de installatie bewust over aan nationale procedures (art. 8, art. 9 en art. 10).

Officiële tekst Lees de verordening op EUR-Lex: Verordening (EU) 2016/424 (CELEX 32016R0424), of de geconsolideerde tekst van 29 mei 2026 die de noodprocedures voor de interne markt bevat.

Toepassingsgebied

De verordening is van toepassing op nieuwe kabelbaaninstallaties ontworpen voor het vervoer van personen, op wijzigingen van kabelbaaninstallaties waarvoor een nieuwe machtiging vereist is, en op subsystemen en veiligheidscomponenten voor kabelbaaninstallaties (art. 2, lid 1). Een kabelbaaninstallatie is een geheel systeem ter plaatse van infrastructuur en subsystemen, ontworpen, gebouwd, gemonteerd en in bedrijf gesteld om personen te vervoeren, waarbij de tractie wordt geleverd door kabels die langs de reisweg zijn geplaatst (art. 3, punt 1). Drie types worden gedefinieerd: de kabelbaan, waarvan de dragers aan een of meer kabels zijn opgehangen en daardoor worden voortbewogen; de sleeplift, waarbij passagiers met geschikte uitrusting langs een aangelegd traject worden gesleept; en de kabelspoorweg, waarvan de dragers door kabels worden getrokken langs een baan op de grond of op vaste constructies (art. 3, punten 7 tot en met 9).

Artikel 2, lid 2, somt op wat erbuiten valt: a) liften die onder Richtlijn 2014/33/EU vallen; b) kabelbaaninstallaties die door de lidstaten worden aangemerkt als historische installaties of installaties met culturele of erfgoedwaarde die vóór 1 januari 1986 in bedrijf zijn gesteld, nog in bedrijf zijn en geen significante wijzigingen in ontwerp of constructie hebben ondergaan, met inbegrip van specifiek daarvoor ontworpen subsystemen en veiligheidscomponenten; c) installaties bestemd voor land- of bosbouwdoeleinden; d) kabelbaaninstallaties voor de bediening van berghutten en -schuilplaatsen die uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van goederen en specifiek aangewezen personen; e) vaste of mobiele uitrusting uitsluitend ontworpen voor recreatie- en amusementsdoeleinden en niet als vervoermiddel voor personen; f) mijnbouwinstallaties of andere industriële installaties ter plaatse die voor industriële activiteiten worden gebruikt; en g) installaties waarbij de gebruikers of hun dragers zich op het water bevinden. Een kabelbaan die uitsluitend voor het vervoer van goederen is gebouwd, is helemaal geen kabelbaaninstallatie, omdat de definitie het doel van personenvervoer vereist.

Een subsysteem is een in bijlage I vermeld systeem, of een combinatie daarvan, bestemd om in een installatie te worden ingebouwd (art. 3, punt 2). Bijlage I verdeelt een installatie in infrastructuur en zes subsysteemgroepen: kabels en kabelverbindingen; aandrijvingen en remmen; mechanische uitrusting (kabelwindwerk, stationsmachines, lijntechniek); voertuigen (cabines, stoelen of sleepinrichtingen, ophanginrichtingen, aandrijfinrichtingen, verbindingen met de kabel); elektrotechnische voorzieningen (bewakings-, besturings- en veiligheidsvoorzieningen, communicatie- en informatieapparatuur, bliksembeveiliging); en reddingsuitrusting (vast en mobiel). Een veiligheidscomponent is elk onderdeel of apparaat dat bestemd is om in een subsysteem of een installatie te worden ingebouwd om een veiligheidsfunctie te vervullen, waarvan het falen de veiligheid of gezondheid van passagiers, bedienend personeel of derden in gevaar brengt (art. 3, punt 4). Infrastructuur, de ter plaatse voor elke installatie gebouwde station- en lijnconstructies, valt onder de essentiële eisen maar is geen op de markt gebracht product (art. 3, punt 3, en art. 6).

De plichten rusten op de marktdeelnemers voor subsystemen en veiligheidscomponenten, namelijk de fabrikant, de gemachtigde, de importeur en de distributeur (art. 3, punten 13 tot en met 17), en op de verantwoordelijke persoon voor de kabelbaaninstallatie, die elke lidstaat op grond van nationaal recht aanwijst (art. 8, lid 1). Een fabrikant is wie een subsysteem of veiligheidscomponent vervaardigt, of laat ontwerpen of vervaardigen, en het onder zijn naam of merk in de handel brengt of het in een kabelbaaninstallatie inbouwt (art. 3, punt 13); een importeur of distributeur die onder zijn eigen merk verkoopt of een product zodanig wijzigt dat de conformiteit kan worden beïnvloed, neemt de verplichtingen van de fabrikant over (art. 15). In Denemarken is de verantwoordelijke persoon voor de installatie de bouwheer, bygherren (bekendtgørelse nr. 2517 van 14 december 2021, § 5).

Wat u moet doen

Veiligheidsanalyse, veiligheidsrapport en machtiging

Elke geplande installatie heeft een veiligheidsanalyse nodig, uitgevoerd of besteld door de verantwoordelijke persoon voor de installatie. Deze moet rekening houden met alle beoogde bedrijfsmodi, een erkende of gevestigde methode volgen, de stand van de techniek en de complexiteit van de installatie weerspiegelen, ervoor zorgen dat het ontwerp en de configuratie rekening houden met de plaatselijke omgeving en de ongunstigste situaties, alle veiligheidsaspecten van de installatie en de externe factoren ervan in ontwerp, bouw en in bedrijfstelling dekken, en het mogelijk maken de risico’s die op grond van eerdere ervaring in bedrijf kunnen optreden, te identificeren (art. 8, leden 1 en 2). Zij dekt ook de veiligheidsvoorzieningen, die op een gedetecteerd defect moeten reageren door in een veilige toestand, een lagere bedrijfsmodus of een fail-safe toestand te blijven, redundant en bewaakt te zijn, of een tot een gelijkwaardige norm evalueerbare faalkans te hebben (art. 8, lid 3). De analyse levert de inventaris van risico’s en gevaarlijke situaties, de maatregelen daartegen en de lijst van in te bouwen subsystemen en veiligheidscomponenten op, en het resultaat komt in een veiligheidsrapport (art. 8, leden 4 en 5).

Elke lidstaat stelt procedures vast voor het machtigen van de bouw en de in bedrijfstelling van installaties op zijn grondgebied. De verantwoordelijke persoon legt het veiligheidsrapport, de EU-conformiteitsverklaringen en de overige conformiteitsdocumenten voor de subsystemen en veiligheidscomponenten, en de documentatie over de kenmerken van de installatie, met inbegrip van de voorwaarden en beperkingen voor de exploitatie en volledige gegevens voor onderhoud, toezicht, afstelling en instandhouding, voor; een kopie wordt bij de installatie bewaard (art. 9, leden 1 en 2). Wijzigingen van belangrijke kenmerken, subsystemen of veiligheidscomponenten waarvoor een nieuwe machtiging vereist is, moeten in hun gevolgen voor de installatie als geheel aan de essentiële eisen voldoen (art. 9, lid 3). De lidstaten mogen deze procedures niet gebruiken om conforme installaties of het vrije verkeer van conforme subsystemen en veiligheidscomponenten te belemmeren (art. 9, leden 4 en 5), en een installatie blijft alleen in bedrijf als zij aan de voorwaarden van het veiligheidsrapport voldoet (art. 10). In Denemarken vraagt de bouwheer bij Erhvervsstyrelsen goedkeuring aan vóór de installatie in gebruik wordt genomen, stuurt hij het veiligheidsrapport, de EU-conformiteitsverklaring, de overige conformiteitsdocumenten en de documentatie over de kenmerken van de installatie uiterlijk bij aanvang van de bouw — de eerste drie in het Deens of Engels — en vraagt hij opnieuw aan bij elke significante wijziging, maar niet bij kleine wijzigingen die de omvang en de integriteit van de installatie behouden zodat zij nog steeds voldoet aan de regels die golden toen zij oorspronkelijk werd gebouwd (bekendtgørelse nr. 2517, §§ 6 tot 8, zoals gewijzigd bij bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026).

Essentiële eisen en geharmoniseerde normen

Installaties, hun infrastructuur, subsystemen en veiligheidscomponenten moeten voldoen aan de essentiële eisen van bijlage II die op hen van toepassing zijn (art. 6). Bijlage II begint met algemene eisen: de veiligheid van passagiers, bedienend personeel en derden is fundamenteel; risico’s worden eerst door ontwerp weggenomen, dan beschermd, dan aangepakt met vermelde voorzorgsmaatregelen, in die volgorde; installaties, subsystemen en veiligheidscomponenten zijn gedimensioneerd om alle te verwachten belastingen te weerstaan, met inbegrip van dynamische effecten en vermoeiing; veiligheidscomponenten zijn zo ontworpen dat montagefouten onmogelijk zijn en hun falen zeer onwaarschijnlijk is; brand en bliksem worden aangepakt; veiligheidsvoorzieningen detecteren en verwerken defecten, de installatie kan altijd handmatig worden stilgelegd en kan na een veiligheidsstop niet zonder passende actie opnieuw worden gestart; en er gelden eisen inzake onderhoudbaarheid en hinderbeperking (bijlage II, afdeling 2). De afdelingen 3 tot en met 7 voegen eisen toe voor infrastructuur (indeling, snelheid, afstand tussen voertuigen, stations en lijnconstructies), voor kabels, aandrijvingen en remmen (twee of meer remsystemen behalve op sleepliften, een reserveaandrijving tenzij de veiligheidsanalyse aantoont dat deze niet nodig is), besturings- en communicatievoorzieningen, voertuigen en sleepinrichtingen (geen passagier kan eruit vallen, deuren die sluiten en vergrendelen, ontsporingsbeveiliging en spoorremmen waar het risico niet kan worden uitgesloten), uitrusting voor passagiers en bedienend personeel, en bedrijfsvoering, met inbegrip van een gebruiksaanwijzing in de taal van de lidstaat waar de installatie is gebouwd, gekwalificeerd bedienend personeel en redding van passagiers binnen een vastgestelde tijd wanneer de installatie stilstaat.

Subsystemen en veiligheidscomponenten die voldoen aan geharmoniseerde normen, of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt, worden geacht te voldoen aan de essentiële eisen die deze normen dekken (art. 17); hetzelfde vermoeden geldt voor installaties (art. 5, lid 3). De Commissie publiceert de lijst van geharmoniseerde normen voor kabelbaaninstallaties en een toepassingsgids op haar kabelbanenpagina.

Conformiteitsbeoordeling met een aangemelde instantie

Vóór het in de handel brengen van een subsysteem of veiligheidscomponent onderwerpt de fabrikant het naar eigen keuze aan een van de procedures van artikel 18: EU-typeonderzoek (module B, productietype, bijlage III) in combinatie met hetzij typeconformiteit op basis van kwaliteitsborging van het productieproces (module D, bijlage IV) hetzij typeconformiteit op basis van verificatie van het subsysteem of de veiligheidscomponent (module F, bijlage V); conformiteit op basis van eenheidskeuring (module G, bijlage VI); of conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging plus ontwerponderzoek (module H1, bijlage VII). Elke route omvat een aangemelde instantie. Onder module B onderzoekt de instantie de technische documentatie en een representatief exemplaar en geeft een EU-typeonderzoekcertificaat af dat ten hoogste 30 jaar geldig is (bijlage III, punt 6); onder module D keurt zij het kwaliteitssysteem voor de productie goed en audit zij het ten minste om de twee jaar (bijlage IV, punt 4.3); onder module F onderzoekt en test zij elke eenheid of statistische partijen en geeft zij conformiteitscertificaten af (bijlage V, punten 4 en 5); onder module G verifieert zij elke eenheid (bijlage VI); en onder module H1 keurt zij het volledige kwaliteitssysteem goed, onderzoekt zij het ontwerp en geeft zij een EU-certificaat van ontwerponderzoek af, met een volledige herbeoordeling om de drie jaar (bijlage VII, punten 3.6 en 4.3). Dossiers en correspondentie worden opgesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de aangemelde instantie is gevestigd of in een taal die zij aanvaardt (art. 18, lid 3).

De technische documentatie van bijlage VIII moet het mogelijk maken de conformiteit te beoordelen en omvat een adequate analyse en beoordeling van de risico’s, een algemene beschrijving, ontwerp- en fabricagetekeningen en -schema’s met de nodige toelichtingen om ze te begrijpen, de lijst van volledig of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen of de in plaats daarvan gekozen oplossingen, het bewijsmateriaal voor het ontwerp met inbegrip van berekeningen en testverslagen, een kopie van de instructies en, voor subsystemen, kopieën van de EU-conformiteitsverklaringen van de ingebouwde veiligheidscomponenten.

EU-conformiteitsverklaring en CE-markering

De EU-conformiteitsverklaring verklaart dat is aangetoond dat aan de essentiële eisen van bijlage II is voldaan, volgt het model van bijlage IX, bevat de elementen van de gebruikte module, wordt voortdurend bijgewerkt, vergezelt het subsysteem of de veiligheidscomponent en wordt vertaald in de talen die de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden vereist; wanneer andere Unierechtshandelingen ook een verklaring vereisen, dekt één verklaring ze alle (art. 19). De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen van artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 (art. 20) en wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het product of het gegevensplaatje ervan, of op de verpakking en documenten wanneer de aard van het product dit niet toelaat, vóór het in de handel brengen, en wordt gevolgd door het identificatienummer van de bij de productiecontrolefase betrokken aangemelde instantie (art. 21).

Verplichtingen per rol

Fabrikanten ontwerpen en vervaardigen volgens de essentiële eisen, stellen de technische documentatie op, voeren de conformiteitsbeoordeling uit, stellen de verklaring op en brengen de CE-markering aan, bewaren de documentatie en verklaring 30 jaar, houden de serieproductie conform met steekproeftesten en een klachtenregister waar de risico’s dit rechtvaardigen, voorzien het product van een identificatie en hun naam en adres, verstrekken de verklaring, instructies en veiligheidsinformatie in de vereiste taal, nemen corrigerende maatregelen en informeren de autoriteiten over risico’s, en werken op verzoek mee (art. 11). Een gemachtigde handelt op grond van een schriftelijk mandaat dat ten minste omvat: de verklaring en documentatie 30 jaar bewaren, informatie verstrekken en met de autoriteiten samenwerken, en mag de ontwerpplichten of het opstellen van de technische documentatie niet overnemen (art. 12). Importeurs brengen alleen conforme producten in de handel, controleren het werk van de fabrikant, voegen hun eigen naam en adres toe, zorgen voor instructies in de vereiste taal, beschermen het product bij opslag en vervoer, nemen corrigerende maatregelen en bewaren de verklaring 30 jaar (art. 13). Distributeurs controleren de CE-markering, documenten, taal en markeringen vóór het product op de markt wordt aangeboden, beschermen het bij opslag en vervoer en zien erop toe dat corrigerende maatregelen worden genomen (art. 14). Importeurs en distributeurs die onder hun eigen merk verkopen of een product wijzigen, worden fabrikant (art. 15), en elke marktdeelnemer identificeert zijn leveranciers en de marktdeelnemers en verantwoordelijke personen voor installaties die hij heeft beleverd, 30 jaar lang (art. 16).

Noodprocedures vanaf 29 mei 2026

Verordening (EU) 2024/2748 voegde hoofdstuk Va in. De artikelen 43 ter tot en met 43 sexies gelden alleen voor subsystemen en veiligheidscomponenten die als crisisrelevante goederen zijn aangewezen, alleen zolang een noodtoestand van de interne markt op grond van Verordening (EU) 2024/2747 actief is en pas nadat de Commissie de activerende uitvoeringshandeling heeft vastgesteld (art. 43 bis). Gedurende zo’n periode behandelen aangemelde instanties aanvragen voor de vermelde producten bij voorrang (art. 43 ter); een lidstaat mag, op gemotiveerd verzoek, het in de handel brengen of inbouwen machtigen van een specifiek product waarvoor de procedure van de aangemelde instantie niet is uitgevoerd maar waarvan de conformiteit met bijlage II anderszins is aangetoond, waarbij het product de vermelding draagt dat het als crisisrelevant goed in de handel wordt gebracht en geen CE-markering draagt (art. 43 quater); de Commissie mag normen vermelden of gemeenschappelijke specificaties vaststellen die een vermoeden van conformiteit geven (art. 43 quinquies); en de lidstaten geven prioriteit aan markttoezicht op de vermelde producten en bieden elkaar bijstand (art. 43 sexies).

Handhaving en sancties

Het markttoezicht op subsystemen en veiligheidscomponenten volgt artikel 39, dat artikel 15, lid 3, en de artikelen 16 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 toepast; die artikelen werden met ingang van 16 juli 2021 ingetrokken door Verordening (EU) 2019/1020 en de verordening staat vermeld in punt 61 van bijlage I bij die verordening, zodat de verwijzing wordt gelezen als Verordening (EU) 2019/1020. Wanneer een autoriteit voldoende reden heeft om aan te nemen dat een subsysteem of veiligheidscomponent een risico voor personen of goederen vormt, beoordeelt zij het product, eist zij corrigerende maatregelen, terugname of terugroeping binnen een termijn die in verhouding staat tot het risico, informeert zij de aangemelde instantie en verbiedt of beperkt zij, als de marktdeelnemer niet handelt, het op de markt aanbieden, neemt zij het product terug of roept zij het terug en informeert zij de Commissie en de andere lidstaten (art. 40). Artikel 40, lid 1, verklaart ook artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 van toepassing op die maatregelen; dat artikel is een van de bepalingen die door Verordening (EU) 2019/1020 zijn ingetrokken en wordt gelezen als de overeenkomstige bepalingen van die verordening, terwijl artikel 30 over de CE-markering, waarnaar de artikelen 20 en 43, lid 1, onder a, verwijzen, van kracht blijft. De Commissie beslist over betwiste nationale maatregelen via de vrijwaringsprocedure van de Unie (art. 41), conforme producten die nog steeds een risico vormen, kunnen op dezelfde wijze worden behandeld (art. 42), en formele non-conformiteit, zoals ontbrekende of onjuist aangebrachte CE-markering of nummer van de aangemelde instantie, een ontbrekende of onjuiste verklaring, onvolledige technische documentatie of ontbrekende identificatie- en adresgegevens, moet worden beëindigd en leidt anders tot beperking, verbod, terugname of terugroeping (art. 43). Een lidstaat die vaststelt dat een gemachtigde installatie personen of goederen dreigt in gevaar te brengen, beperkt of verbiedt de exploitatie ervan (art. 10, lid 2).

Sancties worden nationaal vastgesteld: de lidstaten stellen doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast voor inbreuken door marktdeelnemers, die strafrechtelijke sancties kunnen omvatten voor ernstige inbreuken en kunnen worden verzwaard bij herhaalde inbreuken (art. 45). In Denemarken wordt de verordening aangevuld door bekendtgørelse nr. 2517 van 14 december 2021 over kabelbaaninstallaties, van kracht sinds 1 januari 2022 en gewijzigd bij bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026 met ingang van 30 mei 2026. Zij maakt de bouwheer tot verantwoordelijke persoon, vereist goedkeuring vóór in bedrijfstelling en na significante wijzigingen, vereist instructies en veiligheidsinformatie in het Deens, en bestraft inbreuken met een boete tenzij een hogere straf op grond van andere wetgeving verschuldigd is; voor inbreuken op de regels voor in bedrijfstelling en de markt en op de taalvereisten (§§ 3, 4 en 8) kan de straf oplopen tot gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaar bij verzwarende omstandigheden zoals gevaar voor de veiligheid of gezondheid, een ongeval met ernstig letsel of overlijden, een herhaald delict, een stelselmatige inbreuk voor economisch gewin of een poging om de controleautoriteit te ontlopen (§ 13). Sinds 30 mei 2026 noemt het besluit overal Erhvervsstyrelsen, en een nieuwe § 8, stk. 2, vereist dat een subsysteem of veiligheidscomponent dat onder een uitgebreide machtiging op grond van artikel 43 quater, lid 2, valt, de vermelding ‘crisisrelevant goed’ in het Deens of Engels draagt. Sikkerhedsstyrelsen nam het gebied op 1 december 2018 over van Arbejdstilsynet en werd in januari 2026 een afdeling van Erhvervsstyrelsen (de Deense ondernemingsautoriteit) met de naam Markedsovervågning; Erhvervsstyrelsen is de controleautoriteit op grond van de Deense productwet, die de kabelbaanverordening vermeldt in § 2, stk. 1, nr. 39, en wijst de Deense aangemelde instanties aan, die door DANAK geaccrediteerd moeten zijn. Arbejdstilsynet blijft de controleautoriteit voor installaties die op bestelling zijn gemaakt of ingevoerd voor offshore olie- en gasactiviteiten op grond van de offshore-veiligheidswet.

Gerelateerde gidsen

Hoe Conphora helpt

Conphora volgt de Kabelbaaninstallatieverordening en de geharmoniseerde normen ervan en brengt uw subsystemen en veiligheidscomponenten in kaart tegen de essentiële eisen van bijlage II, waarbij hiaten in de technische documentatie, de module van de aangemelde instantie, de EU-conformiteitsverklaring, de CE-markering met het nummer van de aangemelde instantie en de markeringen worden gesignaleerd voordat zij handhavingsproblemen worden. Het platform helpt u de bewaartermijn van 30 jaar bij te houden voor documentatie, verklaringen, certificaten en leveranciers- en afnemerstraceerbaarheid, en waarschuwt u wanneer een norm, de verordening of het Deense besluit verandert.

Zie hoe Conphora werkt · Zie plannen en prijzen

Bronnen

Deze gids bevat algemene informatie en vormt geen juridisch advies.

Sancties

Gehandhaafd door Nationale markttoezichtautoriteiten handhaven de verordening voor subsystemen en veiligheidscomponenten op grond van artikel 39, dat nog steeds artikel 15, lid 3, en de artikelen 16 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 aanhaalt, gelezen als Verordening (EU) 2019/1020 sinds 16 juli 2021 (de verordening staat vermeld in punt 61 van bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1020), terwijl de machtiging, de in bedrijfstelling en de exploitatie van de installaties zelf nationale procedures zijn op grond van de artikelen 5, 9 en 10. In Denemarken is Erhvervsstyrelsen, dat Sikkerhedsstyrelsen in januari 2026 heeft opgenomen en de afdeling Markedsovervågning ervan voert, de controleautoriteit op grond van de productwet (lovbekendtgørelse nr. 22 van 8 januari 2026, § 2, stk. 1, nr. 39, en § 9) en, sinds bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026 ‘Sikkerhedsstyrelsen’ overal in bekendtgørelse nr. 2517 van 14 december 2021 over kabelbaaninstallaties door ‘Erhvervsstyrelsen’ verving, is zij ook de in dat besluit genoemde autoriteit: zij keurt nieuwe installaties goed voor in bedrijfstelling en wijst de aangemelde instanties aan; Arbejdstilsynet blijft de autoriteit voor installaties die op bestelling zijn gemaakt of ingevoerd voor offshore olie- en gasactiviteiten. Het instrumentarium omvat corrigerende maatregelen binnen een termijn die in verhouding staat tot het risico, verbod of beperking van het op de markt aanbieden, terugname of terugroeping, bevelen om formele non-conformiteit zoals ontbrekende CE-markering, nummer van de aangemelde instantie of verklaring te beëindigen, beperking of verbod van de exploitatie van een installatie die personen of goederen in gevaar brengt, en nationale sancties die doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn en strafrechtelijke sancties kunnen omvatten voor ernstige inbreuken. Artikel 40, lid 1, verklaart ook artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 van toepassing op die maatregelen; dat artikel is een van de bepalingen die door Verordening (EU) 2019/1020 zijn ingetrokken en wordt gelezen als de overeenkomstige bepalingen van die verordening, terwijl artikel 30 over de CE-markering, waarnaar de artikelen 20 en 43, lid 1, onder a, verwijzen, van kracht blijft.

De lidstaten stellen de regels vast voor sancties bij inbreuken door marktdeelnemers op de verordening en op het nationale recht dat op grond ervan is vastgesteld; de sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, kunnen strafrechtelijke sancties omvatten voor ernstige inbreuken en kunnen worden verzwaard bij herhaalde inbreuken, en de regels moesten uiterlijk op 21 maart 2018 aan de Commissie zijn meegedeeld. Markttoezichtautoriteiten beoordelen subsystemen en veiligheidscomponenten die een risico voor personen of goederen vormen, eisen corrigerende maatregelen, terugname of terugroeping binnen een termijn die in verhouding staat tot het risico, informeren de aangemelde instantie, en verbieden of beperken, als de marktdeelnemer niet handelt, het op de markt aanbieden, nemen het product terug of roepen het terug en stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis; conforme producten die nog steeds een risico vormen, kunnen op dezelfde wijze worden behandeld, en de lidstaten beperken of verbieden de exploitatie van een gemachtigde installatie die personen of goederen in gevaar brengt. Formele non-conformiteit, zoals ontbrekende of onjuist aangebrachte CE-markering of nummer van de aangemelde instantie, een ontbrekende of onjuiste EU-conformiteitsverklaring, onvolledige technische documentatie of ontbrekende identificatie- en adresgegevens, moet worden beëindigd en leidt anders tot beperking, verbod, terugname of terugroeping. In Denemarken bestraft bekendtgørelse nr. 2517 van 14 december 2021 over kabelbaaninstallaties, zoals gewijzigd bij bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026, met een boete, tenzij een hogere straf op grond van andere wetgeving verschuldigd is, wie een installatie in gebruik neemt of subsystemen of veiligheidscomponenten inbouwt in strijd met § 3, subsystemen of veiligheidscomponenten op de markt aanbiedt in strijd met § 4, de Deense taalvereisten van § 8 overtreedt, of nalaat de door §§ 6 en 7 vereiste goedkeuring voor in bedrijfstelling aan te vragen. Voor overtredingen van §§ 3, 4 en 8 kan de straf oplopen tot gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaar bij verzwarende omstandigheden — de inbreuk bracht gevaar voor de veiligheid of gezondheid teweeg, veroorzaakte een ongeval met ernstig letsel of overlijden, is een herhaald delict, werd gepleegd als onderdeel van een stelselmatige inbreuk voor economisch gewin, of de marktdeelnemer probeerde de controle van de controleautoriteit te omzeilen of te ontlopen — en bedrijven kunnen strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld op grond van hoofdstuk 5 van het Deense wetboek van strafrecht. Erhvervsstyrelsen, dat Sikkerhedsstyrelsen in januari 2026 heeft opgenomen en de afdeling Markedsovervågning ervan voert, is de controleautoriteit op grond van de Deense productwet, die de kabelbaanverordening vermeldt in § 2, stk. 1, nr. 39, en waarvan § 37, stk. 3 en 4, de grondslag vormt voor deze sancties.

Bron · art. 10, lid 2, art. 40, art. 42, art. 43 en art. 45Bron · § 13Bron · §§ 1 og 2Bron · § 2, stk. 1, nr. 39, § 9 en § 37Bron

Wat is er veranderd

Inwerkingtreding, wijzigingen en Compliance Radar-meldingen voor CIR, nieuwste eerst.

  1. Richtsnoer

    Gids herschreven op basis van de geconsolideerde tekst van 29 mei 2026

    De tekst volgt nu de geconsolideerde tekst: de verordening regelt ook het ontwerp, de bouw en de in bedrijfstelling van nieuwe installaties en de verantwoordelijke persoon daarvoor, niet alleen subsystemen en veiligheidscomponenten; de zeven uitsluitingen van artikel 2, lid 2, worden aangehaald; de vijf conformiteitsmodules, de bewaartermijn van 30 jaar, de overgangsbepalingen en de noodprocedures zijn toegevoegd; en de Deense handhaving is gecorrigeerd naar Sikkerhedsstyrelsen als de afdeling Markedsovervågning van Erhvervsstyrelsen op grond van bekendtgørelse nr. 2517 van 14 december 2021 en de productwet.

    Bron · art. 1, art. 2, art. 8, art. 11, art. 18 en art. 46Bron · § 5, § 6 en § 14
  2. Wijziging

    Deens kabelbaanbesluit gewijzigd: Erhvervsstyrelsen neemt het over en crisisrelevante goederen moeten worden gelabeld

    Bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026 wijzigt bekendtgørelse nr. 2517 van 14 december 2021: ‘Sikkerhedsstyrelsen’ wordt overal ‘Erhvervsstyrelsen’, zodat de bouwheer nu bij Erhvervsstyrelsen goedkeuring voor in bedrijfstelling aanvraagt en Erhvervsstyrelsen de Deense aangemelde instanties aanwijst; het besluit wordt opnieuw uitgevaardigd op grond van de productwet (lovbekendtgørelse nr. 22 van 8 januari 2026, § 8, § 26, stk. 2, § 31, stk. 1 en 2, en § 37, stk. 3 en 4); de voetnoot verwijst nu naar Verordening (EU) 2024/2748; en een nieuwe § 8, stk. 2, vereist dat een subsysteem of veiligheidscomponent dat onder een uitvoeringshandeling valt die een machtiging op grond van artikel 43 quater, lid 2, uitbreidt, de vermelding ‘crisisrelevant goed’ duidelijk, begrijpelijk en in het Deens of Engels draagt.

    Bron · § 1, nr. 1 tot en met 4, en § 2
  3. Van toepassing

    Noodprocedures voor crisisrelevante subsystemen en veiligheidscomponenten van toepassing

    Hoofdstuk Va (artikelen 43 bis tot en met 43 sexies) is van toepassing: prioritaire beoordeling door aangemelde instanties, nationale machtigingen om aangewezen producten zonder de procedure van de aangemelde instantie en zonder CE-markering in de handel te brengen, een vermoeden van conformiteit op basis van vermelde normen of gemeenschappelijke specificaties, en prioritair markttoezicht met wederzijdse bijstand, alleen voor subsystemen en veiligheidscomponenten die als crisisrelevante goederen zijn aangewezen zolang een noodtoestand van de interne markt op grond van Verordening (EU) 2024/2747 actief is.

    Bron · art. 7Bron · art. 43 bis tot art. 43 sexies
  4. Wijziging

    Verordening (EU) 2024/2748 in werking: noodprocedures voor de interne markt

    De wijzigingsverordening van 9 oktober 2024, bekendgemaakt op 8 november 2024, voegt de definities van crisisrelevante goederen en noodtoestand van de interne markt toe aan artikel 3 en voegt hoofdstuk Va in (artikelen 43 bis tot en met 43 sexies); zij is van toepassing vanaf 29 mei 2026. Een rectificatie van 22 april 2025 corrigeerde artikel 43 quinquies, lid 6.

    Bron · art. 2 en art. 7
  5. Van toepassing

    Verordening (EU) 2016/424 volledig van toepassing; Richtlijn 2000/9/EG ingetrokken

    De verplichtingen van marktdeelnemers, de conformiteitsbeoordelingsprocedures, de EU-conformiteitsverklaring, de CE-markering en de markttoezichtprocedures gelden vanaf 21 april 2018, en Richtlijn 2000/9/EG wordt met ingang van diezelfde datum ingetrokken; subsystemen, veiligheidscomponenten en installaties die aan de richtlijn voldoen en vóór die datum in de handel zijn gebracht of geïnstalleerd, mogen nog worden aangeboden of in bedrijf worden gesteld, en certificaten die voor veiligheidscomponenten onder de richtlijn zijn afgegeven, blijven geldig.

    Bron · art. 46, art. 47 en art. 48, lid 2
  6. Van toepassing

    Artikelen over aangemelde instanties en comité van toepassing

    De artikelen 22 tot en met 38 over de kennisgeving van conformiteitsbeoordelingsinstanties en artikel 44 over de comitéprocedure gelden vanaf 21 oktober 2016, achttien maanden vóór de rest van de verordening, zodat aangemelde instanties op 21 april 2018 gereed waren.

    Bron · art. 48, lid 2, onder a
  7. In werking

    Verordening (EU) 2016/424 treedt in werking

    Aangenomen op 9 maart 2016 en bekendgemaakt in PB L 81 op 31 maart 2016, trad de verordening in werking op de twintigste dag na bekendmaking. Een rectificatie, bekendgemaakt in PB L 266 van 30 september 2016, corrigeerde de tekst van bijlage II, punt 4.1.2, over ontsporing van kabels.

    Bron · art. 48, lid 1Bron · header en bijlage II, punt 4.1.2

Vragen die mensen stellen over CIR

Wanneer begon de Kabelbaaninstallatieverordening 2016/424 te gelden?

De verordening werd aangenomen op 9 maart 2016, bekendgemaakt in het Publicatieblad op 31 maart 2016 en trad in werking op 20 april 2016. De artikelen 22 tot en met 38 over aangemelde instanties en artikel 44 over het comité golden vanaf 21 oktober 2016, artikel 45, lid 1, over sancties vanaf 21 maart 2018, en de verordening als geheel vanaf 21 april 2018, toen Richtlijn 2000/9/EG werd ingetrokken. Als verordening is zij rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat, zonder omzetting.

Bron · art. 47 en art. 48
Welke installaties en producten dekt de verordening, en welke zijn uitgesloten?

Zij is van toepassing op nieuwe kabelbaaninstallaties ontworpen voor het vervoer van personen, op wijzigingen van installaties waarvoor een nieuwe machtiging vereist is, en op subsystemen en veiligheidscomponenten voor kabelbaaninstallaties. Zij geldt niet voor liften die onder Richtlijn 2014/33/EU vallen, voor installaties die door de lidstaten worden aangemerkt als historische installaties of installaties met culturele of erfgoedwaarde die vóór 1 januari 1986 in bedrijf zijn gesteld en geen significante wijzigingen hebben ondergaan (met inbegrip van specifiek daarvoor ontworpen subsystemen en veiligheidscomponenten), voor installaties voor land- of bosbouwdoeleinden, voor kabelbanen die berghutten en -schuilplaatsen bedienen en alleen goederen en specifiek aangewezen personen vervoeren, voor vaste of mobiele recreatie- en amusementsuitrusting die niet bestemd is voor het vervoer van personen, voor mijnbouw- en andere industriële installaties ter plaatse, of voor installaties waarbij de gebruikers of hun dragers zich op het water bevinden.

Bron · art. 2
Heb ik een aangemelde instantie nodig, en welke conformiteitsbeoordelingsmodules kan ik gebruiken?

Ja. Elke route in artikel 18 omvat een aangemelde instantie: EU-typeonderzoek (module B, bijlage III) in combinatie met typeconformiteit op basis van kwaliteitsborging van het productieproces (module D, bijlage IV) of typeconformiteit op basis van verificatie van het subsysteem of de veiligheidscomponent (module F, bijlage V); conformiteit op basis van eenheidskeuring (module G, bijlage VI); of conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging plus ontwerponderzoek (module H1, bijlage VII). De fabrikant kiest de route en één aangemelde instantie, een EU-typeonderzoekcertificaat is ten hoogste 30 jaar geldig, en de CE-markering wordt gevolgd door het identificatienummer van de bij de productiecontrolefase betrokken aangemelde instantie.

Bron · art. 18, art. 21, lid 3, en de bijlagen III tot VII
Hoe lang moeten de technische documentatie en dossiers worden bewaard?

Dertig jaar nadat het subsysteem of de veiligheidscomponent in de handel is gebracht. Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring 30 jaar, gemachtigden houden beide 30 jaar ter beschikking van de autoriteiten, importeurs bewaren een kopie van de verklaring 30 jaar en zorgen dat de documentatie kan worden overgelegd, en elke marktdeelnemer moet zijn leveranciers en de marktdeelnemers en verantwoordelijke personen voor installaties die hij heeft beleverd, 30 jaar na de levering kunnen identificeren.

Bron · art. 11, lid 3, art. 12, lid 2, art. 13, lid 8, en art. 16
Wat gebeurt er met installaties en componenten die onder Richtlijn 2000/9/EG zijn goedgekeurd?

De lidstaten mogen het op de markt aanbieden niet belemmeren van subsystemen en veiligheidscomponenten die voldoen aan Richtlijn 2000/9/EG en vóór 21 april 2018 in de handel zijn gebracht, noch de in bedrijfstelling van installaties die aan de richtlijn voldoen en vóór die datum zijn geïnstalleerd. Certificaten en goedkeuringsbesluiten die voor veiligheidscomponenten onder de richtlijn zijn afgegeven, blijven geldig onder de verordening. Nieuwe producten, reserveveiligheidscomponenten en wijzigingen waarvoor een nieuwe machtiging vereist is, vallen onder de verordening.

Bron · art. 2, lid 1, art. 9, lid 3, en art. 46
Wie machtigt een nieuwe kabelbaaninstallatie in Denemarken, en in welke taal moeten de documenten zijn?

De verantwoordelijke persoon voor de installatie op grond van de artikelen 8 en 9 is de bouwheer (bygherren), die bij Erhvervsstyrelsen goedkeuring moet aanvragen vóór de installatie in gebruik wordt genomen. Het kabelbaanbesluit noemde Sikkerhedsstyrelsen totdat bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026 de naam overal met ingang van 30 mei 2026 verving; Sikkerhedsstyrelsen zelf werd in januari 2026 onderdeel van Erhvervsstyrelsen. Het veiligheidsrapport, de EU-conformiteitsverklaring, de overige conformiteitsdocumenten en de documentatie over de kenmerken van de installatie moeten uiterlijk bij aanvang van de bouw worden verzonden, en de eerste drie moeten in het Deens of Engels zijn. Een nieuwe aanvraag is nodig na elke significante wijziging — een uitbreiding, een ontmanteling, een verplaatsing of een andere wijziging die de constructie, de veiligheidskenmerken of het veiligheidsprofiel beïnvloedt — maar niet voor kleine wijzigingen die de omvang en de integriteit van de installatie behouden zodat zij nog steeds voldoet aan de regels die golden toen zij oorspronkelijk werd gebouwd. Instructies en veiligheidsinformatie moeten in het Deens zijn; de EU-conformiteitsverklaring, contactgegevens en andere vereiste documenten mogen in het Deens of Engels zijn. Erhvervsstyrelsen wijst ook de Deense aangemelde instanties aan, die door DANAK geaccrediteerd moeten zijn.

Bron · § 5 tot § 10BronBron · § 1, nr. 3
Wat moet op een subsysteem of veiligheidscomponent en de bijbehorende documenten staan?

De CE-markering gevolgd door het nummer van de aangemelde instantie, een type-, partij- of serienummer of een andere identificatie, de naam, geregistreerde handelsnaam of het merk van de fabrikant en één postadres, en de naam en het adres van de importeur wanneer het product is ingevoerd, alles in een taal die voor gebruikers en autoriteiten gemakkelijk te begrijpen is. Wanneer de omvang of aard van het product dit niet toelaat, komen de identificatie en adressen op de verpakking of in een begeleidend document. Elk product gaat vergezeld van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring, of één kopie per partij of zending aan één marktdeelnemer, en van instructies en veiligheidsinformatie in de door de lidstaat bepaalde taal.

Bron · art. 11, leden 5 tot 7, art. 13, lid 3, art. 13, lid 4, en art. 21
Wat veranderen de door Verordening (EU) 2024/2748 toegevoegde noodprocedures?

Vanaf 29 mei 2026 is hoofdstuk Va van toepassing, maar alleen op subsystemen en veiligheidscomponenten die als crisisrelevante goederen zijn aangewezen, alleen zolang een noodtoestand van de interne markt op grond van Verordening (EU) 2024/2747 actief is en pas nadat de Commissie de activerende uitvoeringshandeling heeft vastgesteld. Gedurende zo'n periode behandelen aangemelde instanties aanvragen voor die producten bij voorrang, mag een lidstaat het in de handel brengen of inbouwen van een specifiek product zonder de procedure van de aangemelde instantie en zonder CE-markering toestaan als de conformiteit met bijlage II anderszins is aangetoond, mag de Commissie normen vermelden of gemeenschappelijke specificaties vaststellen die een vermoeden van conformiteit geven, en wordt het markttoezicht van de vermelde producten bij voorrang uitgeoefend met wederzijdse bijstand tussen autoriteiten. In Denemarken moet een subsysteem of veiligheidscomponent dat onder een uitvoeringshandeling valt die een dergelijke machtiging uitbreidt, duidelijk en in het Deens of Engels de vermelding dragen dat het als crisisrelevant goed in de handel wordt gebracht (bekendtgørelse nr. 2517, § 8, stk. 2, ingevoegd bij bekendtgørelse nr. 490 van 28 mei 2026).

Bron · art. 43 bis tot art. 43 sexiesBron · art. 2 en art. 7Bron · § 1, nr. 4

CIR volgen — één e-mail per week bij wijzigingen

Rectificaties, richtsnoeren, trends op Safety Gate en nieuwe artikelen voor de verordeningen die u volgt. Verder niets.

Bronnen

  1. Verordening (EU) 2016/424 betreffende kabelbaaninstallaties, geconsolideerde tekst van 29 mei 2026 (EUR-Lex) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02016R0424-20260529
  2. Verordening (EU) 2016/424 zoals gepubliceerd in PB L 81, 31 maart 2016 (EUR-Lex) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32016R0424
  3. Documentinformatie, data en verbanden voor CELEX 32016R0424 (EUR-Lex) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:32016R0424
  4. Verordening (EU) 2024/2748 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 305/2011, (EU) 2016/424, (EU) 2016/425, (EU) 2016/426, (EU) 2023/988 en (EU) 2023/1230 wat noodprocedures betreft (EUR-Lex) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32024R2748
  5. Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten, artikel 39 en bijlage I, punt 61 (EUR-Lex) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32019R1020
  6. Kabelbanen (Europese Commissie, DG GROW), met de toepassingsgids, geharmoniseerde normen en aangemelde instanties https://single-market-economy.ec.europa.eu/sectors/mechanical-engineering/cableways_en
  7. Bekendtgørelse nr. 2517 af 14. december 2021 om tovbaneanlæg (Retsinformation) https://www.retsinformation.dk/eli/lta/2021/2517
  8. Bekendtgørelse nr. 490 af 28. maj 2026 om ændring af bekendtgørelse om tovbaneanlæg (Retsinformation) https://www.retsinformation.dk/eli/lta/2026/490
  9. Verordening (EU) 2016/424 toepassingsgids (Europese Commissie, docsroom) https://ec.europa.eu/docsroom/documents/48154
  10. Bekendtgørelse af lov om produkter og markedsovervågning, LBK nr. 22 af 8. januar 2026 (Retsinformation) https://www.retsinformation.dk/eli/lta/2026/22
  11. Regler for tovbaner (Sikkerhedsstyrelsen, Erhvervsstyrelsen Markedsovervågning) https://www.sik.dk/erhverv/produkter/elevatorer-og-tovbaner/love-og-regler/regler-tovbaner
  12. Kontrol med elevatorer og tovbaner (Sikkerhedsstyrelsen, Erhvervsstyrelsen Markedsovervågning) https://www.sik.dk/erhverv/produkter/elevatorer-og-tovbaner/kontrol-og-tilsyn/kontrol-elevatorer-og-tovbaner
  13. Sikkerhedsstyrelsen skal markedsovervåge produkter på maskinområdet, nieuwsbericht van 21 november 2018 over de overdracht van Arbejdstilsynet (Sikkerhedsstyrelsen) https://www.sik.dk/om-os/sik/nyheder/sikkerhedsstyrelsen-skal-markedsovervage-produkter-pa-maskinomradet

Over deze gids

Beoordeeld door
Conphora compliance team, Compliance-redacteuren, Conphora
Beoordeeld
24 september 2026
Volgende beoordeling
11 maart 2027
Citeer deze pagina
Conphora (2026). CIR: Kabelbaaninstallatieverordening (Verordening (EU) 2016/424), uitgelegd. Geraadpleegd op 13 oktober 2026 via https://www.conphora.com/nl/eu-verordeningen/cir/
Beoordeeld
Demo Company

See CIR handled end to end

Thirteen products, the documents retailers ask for, supplier requests and this year's deadlines — a complete, read-only example. Open it with a free account; no card, no trial clock.

Free account · no card · opens in the Demo Company