RCD in gewone taal
De richtlijn pleziervaartuigen (RCD), formeel Richtlijn 2013/53/EU, is de EU-wetgeving voor pleziervaartuigen en waterscooters. Zij stelt eisen vast voor het ontwerp en de vervaardiging van de in artikel 2, lid 1, genoemde producten en regels voor hun vrij verkeer in de Unie (art. 1). Die producten zijn pleziervaartuigen en gedeeltelijk afgebouwde pleziervaartuigen, waterscooters en gedeeltelijk afgebouwde waterscooters, de in bijlage II genoemde onderdelen wanneer zij afzonderlijk op de markt worden aangeboden, voortstuwingsmotoren die zijn geïnstalleerd of specifiek bestemd zijn om op of in vaartuigen te worden geïnstalleerd, motoren die een ingrijpende motorwijziging ondergaan en vaartuigen die een ingrijpende ombouw ondergaan (art. 2, lid 1). Een pleziervaartuig is elk vaartuig, met uitzondering van een waterscooter, bestemd voor sport en recreatie met een romplengte van 2,5 tot 24 m, ongeacht het voortstuwingsmiddel; een waterscooter is een vaartuig met een romplengte van minder dan 4 m voor sport en recreatie dat een voortstuwingsmotor met waterstraalpomp als primaire voortstuwingsbron gebruikt en is ontworpen om te worden bestuurd door een persoon die op de romp zit, staat of knielt in plaats van zich erbinnen te bevinden (art. 3, punten 2 en 3). Producten mogen alleen op de markt worden aangeboden of in bedrijf worden gesteld als zij, correct onderhouden en gebruikt zoals bedoeld, geen gevaar opleveren voor de gezondheid, de veiligheid, eigendommen of het milieu, en alleen als zij voldoen aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage I (art. 4). Een conform vaartuig circuleert vrij: de lidstaten mogen het aanbieden of in bedrijf stellen ervan niet belemmeren, hoewel zij de bevoegdheid behouden om de vaart op bepaalde wateren te reguleren, zolang dat geen wijzigingen aan conforme vaartuigen vereist (art. 5 en art. 6).
De tekst uit 2013 verving Richtlijn 94/25/EG, die pleziervaartuigen van 2,5 tot 24 m bestreek en die Richtlijn 2003/44/EG al had uitgebreid tot waterscooters en van uitlaat- en geluidsgrenzen had voorzien (overwegingen 1 en 2). De herschikking stemde de regeling af op het nieuwe wetgevingskader, verscherpte de uitlaatgrenzen, harmoniseerde de verplichtingen van particuliere importeurs en verduidelijkte de uitsluitingen (overwegingen 4, 6, 20 en 32). Zij is op 17 januari 2014 in werking getreden, de lidstaten moesten hun omzettingsmaatregelen uiterlijk op 18 januari 2016 vaststellen, bekendmaken en toepassen, en Richtlijn 94/25/EG werd met ingang van die datum ingetrokken (art. 54, art. 56 en art. 57). De richtlijn is nooit gewijzigd. Vijf rectificaties staan geregistreerd op EUR-Lex; alleen de eerste, in PB L 297 van 13 november 2015, raakt de Engelse tekst, bij artikel 47, punt a) i), en bijlage I, deel B, punt 1.1 b).
Officiële tekst Lees de richtlijn op EUR-Lex: Richtlijn 2013/53/EU (CELEX 32013L0053). De geconsolideerde versie bevat de rectificatie van 2015 en is verder identiek aan de oorspronkelijke tekst, omdat de richtlijn niet is gewijzigd; de pagina met documentinformatie vermeldt de vijf rectificaties en de intrekking van Richtlijn 94/25/EG.
Toepassingsgebied
De uitsluitingen van artikel 2, lid 2, zijn het onderdeel dat het vaakst te ruim wordt gelezen. Zij zijn per deel van bijlage I geordend, niet als algehele vrijstellingen. Dertien categorieën zijn uitgesloten van de ontwerp- en bouweisen van deel A: vaartuigen uitsluitend bestemd voor wedstrijden, met inbegrip van roeiwedstrijd- en trainingsboten, als zodanig gelabeld; kano’s en kajaks ontworpen om uitsluitend door menselijke kracht te worden voortgestuwd, gondels en waterfietsen; zeilplanken, in de tekst omschreven als surfplanken uitsluitend ontworpen om door wind te worden voortgestuwd en bestuurd door staande personen; surfplanken; originele historische vaartuigen en individuele replica’s ontworpen vóór 1950, overwegend met de oorspronkelijke materialen gebouwd en als zodanig gelabeld; experimentele vaartuigen die niet op de markt van de Unie worden aangeboden; voor eigen gebruik gebouwde vaartuigen, mits zij niet binnen vijf jaar na het in bedrijf stellen op de markt van de Unie worden gebracht; vaartuigen specifiek bestemd om te worden bemand en om voor commerciële doeleinden passagiers te vervoeren, ongeacht het aantal passagiers; onderzeeboten; luchtkussenvoertuigen; draagvleugelboten; op stoom aangedreven vaartuigen met externe verbranding gestookt met kolen, cokes, hout, olie of gas; en amfibievoertuigen (art. 2, lid 2, onder a)).
Een kortere lijst is uitgesloten van de uitlaatemissie-eisen van deel B: motoren geïnstalleerd of bestemd voor installatie op wedstrijdvaartuigen, experimentele vaartuigen, commerciële passagiersvaartuigen, onderzeeboten, luchtkussenvoertuigen, draagvleugelboten en amfibievoertuigen; originele en individuele replica’s van historische motoren op basis van een ontwerp van vóór 1950, niet in serie geproduceerd en gemonteerd op historische of voor eigen gebruik gebouwde vaartuigen; en voor eigen gebruik gebouwde motoren die niet binnen vijf jaar op de markt worden gebracht (art. 2, lid 2, onder b)). Deel C over geluid sluit de in punt b) genoemde vaartuigen en voor eigen gebruik gebouwde vaartuigen uit (art. 2, lid 2, onder c)). Stoomvaartuigen zijn dus alleen van deel A uitgesloten, maar een voortstuwingsmotor wordt gedefinieerd als een vonk- of compressieontstekingsverbrandingsmotor, zodat een stoomwerktuig met externe verbranding hoe dan ook buiten deel B valt (art. 3, punt 5). Historische vaartuigen zijn uitgesloten van deel A maar niet van deel C, zodat een vaartuig van vóór 1950 met een binnenboordmotor zonder geïntegreerde uitlaat nog steeds aan de geluidsgrenzen moet voldoen. En artikel 2, lid 3, houdt een vaartuig binnen de richtlijn wanneer het ook voor charter of voor sport- en recreatieopleiding kan worden gebruikt, zolang het voor recreatieve doeleinden op de markt van de Unie wordt aangeboden.
De verplichtingen rusten op de marktdeelnemers, de fabrikant, de gemachtigde, de importeur en de distributeur (art. 3, punt 19), plus één actor die de richtlijn afzonderlijk benoemt: de particuliere importeur, een in de Unie gevestigde persoon die een product uit een derde land invoert in een niet-commerciële activiteit om het voor eigen gebruik in bedrijf te stellen (art. 3, punt 17). Een importeur of distributeur die onder zijn eigen naam of merk verkoopt, of een reeds in de handel gebracht product zodanig wijzigt dat dit gevolgen kan hebben voor de conformiteit, neemt de verplichtingen van de fabrikant op zich (art. 11). In Denemarken zet bekendtgørelse nr. 1548 van 3 december 2025 het toepassingsgebied en de uitsluitingen woordelijk om en vermeldt dezelfde dertien uitsluitingen als punten a) tot en met m) van § 2, stk. 2, nr. 1.
Wat u moet doen
Ontwerpcategorieën en de essentiële eisen
Bijlage I, deel A, punt 1, wijst elk vaartuig een van vier ontwerpcategorieën toe, uitsluitend bepaald door de windkracht op de schaal van Beaufort en de significante golfhoogte waartegen het bestand moet zijn: categorie A voor winden die kracht 8 kunnen overschrijden en golfhoogten van meer dan 4 m, met uitzondering van abnormale omstandigheden zoals storm, zware storm, orkaan, tornado en monstergolven; categorie B tot en met kracht 8 en 4 m; categorie C tot en met kracht 6 en 2 m; en categorie D tot en met kracht 4 en 0,3 m, met incidentele golven van maximaal 0,5 m. Vaartuigen in elke categorie moeten zo worden ontworpen en gebouwd dat zij tegen die parameters bestand zijn wat betreft stabiliteit, drijfvermogen en de andere essentiële eisen, en goede vaareigenschappen hebben. De richtlijn geeft de categorieën geen namen.
De algemene eisen bestrijken het vaartuigidentificatienummer (punt 2.1), de fabrieksplaat (punt 2.2), bescherming tegen overboord vallen en middelen om weer aan boord te klimmen die een persoon in het water zelfstandig kan bereiken of inzetten (punt 2.3), rondom zicht vanaf de belangrijkste stuurpositie bij normale snelheid en belasting (punt 2.4) en de gebruikershandleiding (punt 2.5). De integriteits- en structurele eisen bestrijken de structuur, stabiliteit en vrijboord, drijfvermogen en drijfvermogen bij averij, waarbij bewoonbare multihulls die kunnen kapseizen ondersteboven moeten kunnen blijven drijven en vaartuigen van minder dan 6 m die vol kunnen lopen drijfmiddelen nodig hebben; openingen in romp, dek en opbouw; wateroverlast; de door de fabrikant maximaal aanbevolen belasting; opslag van reddingsvlotten voor de categorieën A en B en voor de categorieën C en D langer dan 6 m; ontsnapping bij kapseizen en bij brand; en verankerings-, aanmeer- en sleeppunten (punten 3.1 tot en met 3.9). De vaareigenschappen moeten voldoende zijn met de krachtigste motor waarvoor het vaartuig is ontworpen, en het maximaal nominaal motorvermogen wordt in de gebruikershandleiding vermeld (punt 4). De installatie-eisen bestrijken binnenboordmotoren en hun compartimenten, ventilatie, blootgestelde delen, beveiliging tegen starten in versnelling voor buitenboordmotoren boven 500 N statische stuwkracht, de automatische uitschakeling of snelheidsverlaging op een waterscooter die zonder bestuurder vaart, de noodstopvoorziening op buitenboordmotoren met stuurboom, brandstofsystemen, elektrische systemen, sturing met noodsturing voor zeilvaartuigen en enkelmotorige vaartuigen met afstandsbediening, gassystemen, brandbeveiliging, navigatieverlichting en geluidssignalen volgens COLREG 1972 of CEVNI, en lozingspreventie met toiletten die uitsluitend zijn aangesloten op een opslagtank of een behandelingssysteem (punt 5).
Uitlaat- en geluidsemissies
Voortstuwingsmotoren moeten worden gemerkt met de naam en het contactadres van de motorfabrikant, het motortype en, waar van toepassing, de motorfamilie, een uniek serienummer en de CE-markering, duurzaam en leesbaar gedurende de normale levensduur van de motor, op een onderdeel dat normaal niet wordt vervangen en dat goed zichtbaar is zodra de motor is gemonteerd (bijlage I, deel B, punt 1). De emissies moeten binnen de grenswaarden blijven die volgen uit punt 2.1, tabel 1, en punt 2.2, tabellen 2 en 3. Tabel 2 bestrijkt compressieontstekingsmotoren en tabel 3 vonkontstekingsmotoren vanaf 18 januari 2016, maar tabel 1 is niet louter historisch: tabel 2 verwijst compressieontstekingsmotoren met een cilinderinhoud onder 0,9 L per cilinder en een nominaal vermogen onder 37 kW terug naar de waarden van tabel 1, die zijn uitgedrukt als de formules CO ≤ A + B/PN^n en HC ≤ A + B/PN^n met de constanten van die tabel. Tabel 1 is ook de maatstaf voor de overgangsregeling van artikel 55, lid 2, voor buitenboordmotoren van kleine fabrikanten (bijlage I, deel B, punt 2). Het testen volgt de ISO 8178-4:2007-cycli E1, E3, E4 of E5 met de opgegeven weegfactoren, en de gespecificeerde referentiebenzine en -diesel, tenzij een aangemelde instantie een in een geharmoniseerde norm gespecificeerde brandstof aanvaardt (punten 2.3 en 2.4). De motorfabrikant moet installatie- en onderhoudsinstructies verstrekken die de motor binnen de grenzen houden gedurende zijn normale levensduur, vastgesteld door voorafgaande duurtests en berekening van componentvermoeiing: 480 uur of 10 jaar voor compressieontstekingsmotoren, 480 uur of 10 jaar, 150 uur of 3 jaar en 50 uur of 1 jaar voor de drie vermogenscategorieën van binnenboord- en hekaandrijvings-vonkontstekingsmotoren, 350 uur of 5 jaar voor motoren van waterscooters en 350 uur of 10 jaar voor buitenboordmotoren (punt 3). Elke motor krijgt een gebruikershandleiding met de installatie-, gebruiks- en onderhoudsinstructies en het volgens de geharmoniseerde norm gemeten motorvermogen (punt 4).
Geluid geldt voor pleziervaartuigen met binnenboord- of hekaandrijvingsmotoren zonder geïntegreerde uitlaat, voor waterscooters, en voor buitenboordmotoren en hekaandrijvingsmotoren met geïntegreerde uitlaat (bijlage I, deel C). Het maximale geluidsdrukniveau wordt naar nominaal vermogen van een enkele motor begrensd op 67, 72 en 75 dB, met een marge van 3 dB voor twee- en meermotorige opstellingen (punt 1.1). Als alternatief voor geluidsmeting wordt een pleziervaartuig met een binnenboord- of hekaandrijvingsconfiguratie zonder geïntegreerde uitlaat geacht te voldoen wanneer het een Froude-getal van 1,1 of minder en een vermogen-waterverplaatsingsverhouding van 40 of minder heeft en de motor en het uitlaatsysteem zijn geïnstalleerd volgens de specificaties van de motorfabrikant; het Froude-getal is de maximumsnelheid gedeeld door de wortel van de waterlijnlengte maal 9,8 m/s², en de vermogen-waterverplaatsingsverhouding is het nominale vermogen in kW gedeeld door de waterverplaatsing in ton (punten 1.2 en 1.3). De gebruikershandleiding moet de informatie bevatten die nodig is om het vaartuig, het uitlaatsysteem of de motor in een staat te houden die de conformiteit handhaaft, en de duurzaamheidsregels van deel B gelden ook voor geluid (punten 2 en 3).
Geharmoniseerde normen
Producten die voldoen aan geharmoniseerde normen, of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt, worden geacht te voldoen aan de eisen die deze normen bestrijken (art. 14). De Commissie heeft de referenties gebundeld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1954 van de Commissie van 12 oktober 2022 en heeft het sindsdien drie keer gewijzigd, laatstelijk bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/550 van 12 maart 2026, dat EN ISO 8665-2:2024 over vermogensmetingen en -verklaringen voor elektrische scheepsvoortstuwing en EN ISO 15085:2024 over bescherming tegen overboord vallen en middelen om weer aan boord te klimmen toevoegde, en de verwijzing naar EN ISO 15085:2003 zoals gewijzigd in 2009 en 2018 met ingang van 13 augustus 2027 schrapte. De Commissie leidt ook de sectorale groep pleziervaartuigen, die werkt aan de uniforme toepassing en interpretatie van de richtlijn door aangemelde instanties en andere belanghebbenden, en publiceert een toepassingsgids bij de richtlijn.
Conformiteitsbeoordeling
De fabrikant past de modules van bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG toe die de artikelen 20 tot en met 22 toestaan, vóór het in de handel brengen van het product (art. 19, lid 1). Voor het ontwerp en de bouw van pleziervaartuigen in de categorieën A en B mogen vaartuigen van 2,5 m tot minder dan 12 m module A1 met gecontroleerde producttests gebruiken, module B EU-typeonderzoek samen met C, D, E of F, module G eenheidskeuring of module H volledige kwaliteitsborging, en moeten vaartuigen van 12 m tot 24 m B met C, D, E of F, G of H gebruiken (art. 20, lid 1, onder a)). Voor categorie C mogen vaartuigen van 2,5 m tot minder dan 12 m louter interne productiecontrole onder module A gebruiken wanneer aan de geharmoniseerde normen inzake stabiliteit en vrijboord en inzake drijfvermogen en drijfvermogen bij averij wordt voldaan, en anders beginnen bij A1; vaartuigen van 12 m tot 24 m gebruiken opnieuw B met C, D, E of F, G of H (art. 20, lid 1, onder b)). Voor categorie D mogen vaartuigen van 2,5 m tot 24 m A, A1, B met C, D, E of F, G of H gebruiken (art. 20, lid 1, onder c)). Waterscooters mogen A, A1, B met C, D, E of F, G of H gebruiken (art. 20, lid 2), en onderdelen gebruiken B met C, D, E of F, G of H (art. 20, lid 3). Uitlaatemissies volgen B met C, D, E of F, G of H waar tests de geharmoniseerde norm gebruiken, en B met C1 of G waar dat niet het geval is (art. 21). Geluid volgt A1, G of H waar de geharmoniseerde norm voor geluidsmeting wordt gebruikt, G waar dat niet het geval is, en A, G of H waar de Froude-getal- en vermogen-waterverplaatsingsmethode wordt gebruikt; waterscooters, buitenboordmotoren en hekaandrijvingsmotoren met geïntegreerde uitlaat gebruiken A1, G of H, of G zonder de norm (art. 22).
Artikel 24 voegt de aanvullende regels toe: een EU-typeonderzoek onder module B wordt uitgevoerd als een productietype, dat verschillende versies kan bestrijken wanneer de verschillen geen gevolgen hebben voor veiligheid of prestaties en de versies in het certificaat worden genoemd; module A1-controles worden uitgevoerd op een of meer vaartuigen die representatief zijn voor de productie en volgen bijlage VI, die een stabiliteitstest en een drijfvermogenstest en de geluidstests onder de verantwoordelijkheid van een aangemelde instantie vereist; de optie om geaccrediteerde interne instanties te gebruiken in de modules A1 en C1 is uitgeschakeld; module F voor uitlaatemissies volgt bijlage VII; en onder module C voert een aangemelde instantie willekeurige productcontroles uit, tenzij de fabrikant werkt onder een kwaliteitssysteem van module H. Door artikel 24, lid 3, is bij elke route behalve louter module A een aangemelde instantie betrokken. De technische documentatie moet alle relevante gegevens en bijzonderheden van de middelen om conformiteit te waarborgen bevatten, met inbegrip van de in bijlage IX vermelde documenten, en moet het ontwerp, de bouw, de werking en de conformiteitsbeoordeling duidelijk begrijpelijk maken (art. 25).
Identificatie, fabrieksplaat, CE-markering en de gebruikershandleiding
Elk vaartuig draagt een identificatienummer met de landcode van de fabrikant, de door de nationale autoriteit van een lidstaat toegekende unieke fabrikantcode, een uniek serienummer, de maand en het jaar van productie en het modeljaar, ingedeeld zoals de relevante geharmoniseerde norm voorschrijft (bijlage I, deel A, punt 2.1). Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1 van de Commissie voorziet in de procedure: elke lidstaat wijst de nationale autoriteit of instantie aan die de code toekent en deelt dit aan de Commissie mee; een in de Unie gevestigde fabrikant vraagt de code aan bij de autoriteit van zijn eigen lidstaat met bewijs van vestiging vóór het in de handel brengen van een vaartuig; een in een derde land gevestigde fabrikant, of zijn gemachtigde, vraagt de code aan bij slechts één lidstaat, die eerst het register van derde landen controleert om zeker te zijn dat geen andere lidstaat al een code heeft toegekend; elke fabrikant ontvangt één code voor de hele markt van de Unie; en de lidstaten mogen een vergoeding vragen. Wanneer een aangemelde instantie een beoordeling na de bouw uitvoert, draagt het fabrikantcodeveld de identificatiecode van de instantie voor beoordeling na de bouw, geregistreerd in het register van de aangemelde instanties.
Elk vaartuig draagt ook een permanent aangebrachte fabrieksplaat, afzonderlijk gemonteerd van het identificatienummer, met de naam, geregistreerde handelsnaam of het merk en het contactadres van de fabrikant, de CE-markering, de ontwerpcategorie, de door de fabrikant maximaal aanbevolen belasting exclusief de inhoud van volle vaste tanks, en het aantal personen waarvoor het vaartuig is ontworpen; na een beoordeling na de bouw omvatten de contactgegevens ook die van de aangemelde instantie (bijlage I, deel A, punt 2.2). De CE-markering wordt op vaartuigen, onderdelen en voortstuwingsmotoren zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht vóór het in de handel brengen of in bedrijf stellen, op de fabrieksplaat voor een vaartuig, op de motor voor een voortstuwingsmotor, en op de verpakking en de begeleidende documenten voor een onderdeel dat te klein of ongeschikt is om deze te dragen, gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie wanneer die instantie betrokken is bij de productiecontrole of de beoordeling na de bouw (art. 17 en art. 18). De EU-conformiteitsverklaring volgt het model van bijlage IV, bevat de elementen van de gebruikte modules en van bijlage V, wordt voortdurend geactualiseerd en vertaald in de talen die de lidstaat vereist, en vergezelt elk vaartuig, elk afzonderlijk verhandeld onderdeel en elke voortstuwingsmotor; een gedeeltelijk afgebouwd vaartuig gaat in plaats daarvan vergezeld van de verklaring van bijlage III (art. 15). Elk product wordt geleverd met een gebruikershandleiding met de instructies en veiligheidsinformatie die nodig zijn voor veilig gebruik, met aandacht voor opbouw, onderhoud, regelmatig gebruik, risicopreventie en risicobeheer, in een taal die de lidstaat bepaalt (art. 7, lid 7, en bijlage I, deel A, punt 2.5).
Beoordeling na de bouw en particuliere invoer
Beoordeling na de bouw krachtens bijlage V is de gelijkwaardige conformiteitsroute voor een product waarvan de fabrikant geen verantwoordelijkheid voor de conformiteit heeft genomen. Zij is van toepassing in vier situaties: een particuliere importeur die een product in bedrijf stelt waarvoor de fabrikant de conformiteitsbeoordeling niet heeft uitgevoerd; iedereen die een motor of vaartuig na een ingrijpende motorwijziging of ingrijpende ombouw in de handel brengt of in bedrijf stelt; iedereen die de beoogde bestemming van een niet onder de richtlijn vallend vaartuig zodanig wijzigt dat het binnen het toepassingsgebied valt; en iedereen die een voor eigen gebruik gebouwd vaartuig vóór het einde van de periode van vijf jaar op de markt brengt (art. 19, leden 2 tot en met 4). Overweging 25 beperkt het gebruik ervan voor invoer tot niet-commerciële invoer door particuliere importeurs, om misbruik voor commerciële doeleinden te voorkomen.
De verantwoordelijke persoon dient een aanvraag in bij een aangemelde instantie en verstrekt de documenten, het technisch dossier en alle informatie over het gebruik van het product sinds het voor het eerst in bedrijf werd gesteld, en houdt deze gedurende 10 jaar ter beschikking van de nationale autoriteiten. De instantie onderzoekt het individuele product en voert de berekeningen, tests en andere beoordelingen uit die nodig zijn om gelijkwaardige conformiteit aan te tonen, geeft een certificaat en een verslag af en bewaart een kopie gedurende 10 jaar, en brengt haar identificatienummer aan of laat dit aanbrengen naast de CE-markering. Voor een vaartuig laat de instantie ook het identificatienummer aanbrengen, waarbij het landcodeveld het land toont waar de instantie is gevestigd en de fabrikantcodevelden haar identificatiecode voor beoordeling na de bouw tonen, gevolgd door het serienummer van het certificaat, met de maand- en jaarvelden die aangeven wanneer de beoordeling plaatsvond. De verantwoordelijke persoon brengt vervolgens de CE-markering aan, bevestigt de fabrieksplaat met de woorden beoordeling na de bouw, vermeldt de naam en het adres van de instantie op het product, stelt de EU-conformiteitsverklaring op en bewaart deze gedurende 10 jaar na de afgifte van het certificaat (art. 12, bijlage V).
Verplichtingen per rol
Fabrikanten ontwerpen en vervaardigen volgens bijlage I, stellen de technische documentatie op en voeren de conformiteitsbeoordeling uit, stellen de verklaring op en brengen de CE-markering aan, bewaren de documentatie en de verklaring gedurende 10 jaar, houden de serieproductie in overeenstemming, testen steekproefsgewijs en houden een klachtenregister bij wanneer de risico’s dit rechtvaardigen, merken een type-, partij- of serienummer en hun naam en contactadres, verstrekken de gebruikershandleiding in de vereiste taal, nemen corrigerende maatregelen, brengen de autoriteiten op de hoogte van risico’s en werken mee op verzoek (art. 7). Gemachtigden treden op krachtens een mandaat dat hen ten minste in staat moet stellen de verklaring en de documentatie gedurende 10 jaar te bewaren, gemotiveerde verzoeken te beantwoorden en met de autoriteiten samen te werken, en kunnen de ontwerp- of documentatietaken niet overnemen (art. 8). Importeurs brengen uitsluitend conforme producten in de handel, verifiëren de beoordeling, de documentatie, de CE-markering, de begeleidende documenten en de identificatie, voegen hun eigen naam en contactadres toe, zorgen voor de gebruikershandleiding, beschermen het product bij opslag en vervoer, testen steekproefsgewijs waar gerechtvaardigd, nemen corrigerende maatregelen en bewaren de verklaring gedurende 10 jaar (art. 9). Distributeurs handelen met de nodige zorgvuldigheid, verifiëren de CE-markering, de documenten, de gebruikershandleiding en de identificatie voordat zij een product aanbieden, beschermen het bij opslag en vervoer en zien erop toe dat corrigerende maatregelen worden genomen (art. 10). Particuliere importeurs nemen de verplichtingen van de fabrikant over inzake documentatie, beoordeling, de gebruikershandleiding en informatie aan de autoriteiten waar de fabrikant dat niet heeft gedaan (art. 12). Elke marktdeelnemer identificeert zijn leveranciers en klanten gedurende 10 jaar, en een particuliere importeur identificeert de marktdeelnemer die hem heeft beleverd voor dezelfde periode (art. 13). Sinds 16 juli 2021 vereist Verordening (EU) 2019/1020 bovendien een in de Unie gevestigde marktdeelnemer, een fabrikant, importeur, gemachtigde of fulfilmentdienstverlener, voor elk onder de richtlijn vallend product dat in de handel wordt gebracht (Verordening (EU) 2019/1020, art. 4).
Denemarken: wie doet wat
Denemarken verdeelt de richtlijn over twee bekendtgørelser. Bekendtgørelse nr. 1548 van 3 december 2025 over pleziervaartuigen en waterscooters (bekendtgørelse om fritidsfartøjer og personlige fartøjer), uitgevaardigd door Søfartsstyrelsen, de Deense maritieme autoriteit, krachtens de wet op de veiligheid op zee, trad op 1 januari 2026 in werking en trok bekendtgørelse nr. 1689 van 15 december 2015 in. Zij zet alles om behalve de emissiegrenzen en verplaatst de administratieve rollen die de bekendtgørelse van 2015 aan Søfartsstyrelsen gaf naar Erhvervsstyrelsen: Erhvervsstyrelsen is de aanmeldende autoriteit die Deense aangemelde instanties aanwijst, met DANAK als beoordelende en toezichthoudende instantie, de instantie die klachten over besluiten van aangemelde instanties beslecht, de nationale autoriteit krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1 die de unieke fabrikantcode toekent, en de markttoezichtautoriteit voor de producten die de bekendtgørelse bestrijkt, terwijl Søfartsstyrelsen het toezicht in Groenland behoudt (bekendtgørelse nr. 1548/2025, § 27, stk. 5 en stk. 8, § 39 en § 43, stk. 2). Bekendtgørelse nr. 1596 van 30 juni 2021 over de regulering van geluids- en luchtemissies van pleziervaartuigen en waterscooters, vastgesteld krachtens de milieubeschermingswet en de wet op het mariene milieu, bevat de uitlaat- en geluidsgrenzen, de motormarkering en de duurzaamheidsregels, en legt het toezicht bij Sikkerhedsstyrelsen, sinds januari 2026 de afdeling Markedsovervågning van Erhvervsstyrelsen, bijgestaan door Miljøstyrelsen (bekendtgørelse nr. 1596/2021, § 1, § 6, § 11, § 12 en § 17).
Handhaving en sancties
Artikel 43 past artikel 15, lid 3, en de artikelen 16 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 toe op de producten die de richtlijn bestrijkt; die artikelen zijn met ingang van 16 juli 2021 vervangen door Verordening (EU) 2019/1020, die de richtlijn vermeldt als punt 46 van bijlage I daarbij, zodat de verwijzing wordt gelezen als die verordening. Wanneer een autoriteit voldoende redenen heeft om aan te nemen dat een product een risico oplevert voor de gezondheid, de veiligheid, eigendommen of het milieu, beoordeelt zij het product, verplicht zij de marktdeelnemer corrigerende maatregelen te nemen, het terug te trekken of terug te roepen binnen een redelijke termijn die evenredig is met het risico, en brengt zij een particuliere importeur op de hoogte van de corrigerende maatregelen, van de opschorting van het in bedrijf stellen of van de opschorting van het gebruik van het product; zij brengt de aangemelde instantie op de hoogte, en neemt, waar geen passende maatregelen worden genomen, voorlopige maatregelen om het aanbieden te verbieden of te beperken, het product terug te trekken of terug te roepen, of het gebruik van een particulier ingevoerd vaartuig te verbieden of te beperken, en meldt dit aan de Commissie en de andere lidstaten. Een maatregel wordt gerechtvaardigd geacht wanneer noch een lidstaat noch de Commissie binnen drie maanden bezwaar maakt (art. 44). Betwiste maatregelen gaan naar de vrijwaringsprocedure van de Unie, waarin de Commissie overlegt en een uitvoeringshandeling vaststelt die beslist of de nationale maatregel gerechtvaardigd is (art. 45). Formele non-conformiteit, een CE-markering die is aangebracht in strijd met de artikelen 16 tot en met 18 of niet is aangebracht, een ontbrekende of onjuist opgestelde EU-conformiteitsverklaring of verklaring van bijlage III, niet-beschikbare of onvolledige technische documentatie, ontbrekende, onjuiste of onvolledige identificatie van de fabrikant of de importeur, of enige andere niet-nagekomen administratieve eis van artikel 7 of artikel 9, moet worden beëindigd en leidt anders tot beperking, verbod, terugroeping of terugtrekking, of tot een verbod op of beperking van het gebruik van een particulier ingevoerd product (art. 46).
De sancties worden nationaal vastgesteld: de lidstaten stellen regels vast inzake sancties, die strafrechtelijke sancties kunnen omvatten voor ernstige inbreuken, die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en kunnen worden verhoogd wanneer de marktdeelnemer of particuliere importeur al eerder een soortgelijke inbreuk heeft gepleegd (art. 53). In Denemarken bestraft bekendtgørelse nr. 1548 van 3 december 2025 overtredingen van de bekendtgørelse met een boete of gevangenisstraf tot 1 jaar, breidt dezelfde straf uit tot overtredingen van artikel 4, lid 1, 3 of 4, van Verordening (EU) 2019/1020, tot het niet aanstellen van een gemachtigde waar dit vereist is of het aanstellen van een gemachtigde zonder de bevoegdheden of middelen om de taak uit te voeren, en tot een gemachtigde die geen kopie van het mandaat overhandigt, en verhoogt de straf tot gevangenisstraf van maximaal 2 jaar wanneer de inbreuk leven of gezondheid heeft geschaad of in gevaar heeft gebracht, wanneer al eerder een verbod of bevel voor dezelfde of een soortgelijke kwestie was uitgevaardigd, of wanneer een economisch voordeel werd verkregen of beoogd; ondernemingen kunnen strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld (bekendtgørelse nr. 1548/2025, § 56). Bekendtgørelse nr. 1596 van 30 juni 2021 bestraft met een boete het op de markt brengen of in bedrijf stellen van een product dat de emissiegrenzen, de motormarkering, de testcycli of testbrandstoffen, een verbod krachtens § 18 daarvan of een bevel van de toezichthoudende autoriteit overtreedt, oplopend tot gevangenisstraf van maximaal 2 jaar wanneer de overtreding opzettelijk of grof nalatig was en het milieu heeft geschaad of in gevaar heeft gebracht of een economisch voordeel heeft opgeleverd; de toezichthoudende autoriteit kan documenten, gegevens en informatie over de toeleveringsketen opvragen, monsters kopen, ook onder een dekmantel, en deze aan reverse engineering onderwerpen, en een eigenaar van een online-interface bevelen inhoud die naar een niet-conform product verwijst te wijzigen of te verwijderen (bekendtgørelse nr. 1596/2021, § 18 tot en met § 21 en § 24).
Verwante gidsen
- Richtlijn scheepsuitrusting (MED)
- Richtlijn vervoerbare drukapparatuur (TPED)
- Richtlijn drukapparatuur (PED)
Hoe Conphora helpt
Conphora volgt de richtlijn pleziervaartuigen, de lijst van geharmoniseerde normen en de Deense bekendtgørelser, en toetst uw vaartuigen, motoren en onderdelen aan het toepassingsgebied en de uitsluitingen van artikel 2, lid 2, de ontwerpcategorie, de moduleroutes, de uitlaat-, geluids- en duurzaamheidseisen en de identificatie-, plaat-, markerings- en handleidingsregels, waarbij lacunes in de technische documentatie, de EU-conformiteitsverklaring en het vaartuigidentificatienummer worden gesignaleerd voordat zij handhavingsproblemen worden. Het platform helpt u de documentatie en de tienjarige registers op te bouwen en bij te houden, combineert de RCD-verklaring met de andere verklaringen die hetzelfde vaartuig of dezelfde motor nodig heeft, en waarschuwt u wanneer een geharmoniseerde norm, een Deense bekendtgørelse of de handhavingsstructuur verandert.
Ontdek hoe Conphora werkt · Bekijk abonnementen en prijzen
Bronnen
- Richtlijn 2013/53/EU betreffende pleziervaartuigen en waterscooters, zoals bekendgemaakt in PB L 354, 28 december 2013 (EUR-Lex)
- Geconsolideerde tekst van Richtlijn 2013/53/EU per 28 december 2013 (EUR-Lex)
- Documentinformatie, data, rectificaties en verwante documenten voor CELEX 32013L0053 (EUR-Lex)
- Richtlijn 94/25/EG betreffende pleziervaartuigen, ingetrokken met ingang van 18 januari 2016 (EUR-Lex)
- Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1 van de Commissie betreffende de procedures voor de identificatie van vaartuigen (EUR-Lex)
- Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/550 tot wijziging van de lijst van geharmoniseerde normen voor pleziervaartuigen (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2016/1628 betreffende mobiele machines niet bestemd voor wegverkeer (EUR-Lex)
- Geharmoniseerde normen voor pleziervaartuigen krachtens Richtlijn 2013/53/EU (Europese Commissie, DG GROW)
- Sector pleziervaartuigen, de sectorale groep pleziervaartuigen en de toepassingsgids (Europese Commissie, DG GROW)
- Bekendtgørelse nr. 1548 af 3. december 2025 om fritidsfartøjer og personlige fartøjer (Retsinformation)
- Bekendtgørelse nr. 1596 af 30. juni 2021 om regulering af støj- og luftemissioner fra fritidsfartøjer og personlige fartøjer (Retsinformation)
- Bekendtgørelse nr. 1689 af 15. december 2015 om fritidsfartøjer og personlige fartøjer, ingetrokken op 1 januari 2026 (Retsinformation)
- Sikkerhedsstyrelsen, sinds januari 2026 een onderdeel van Erhvervsstyrelsen (Erhvervsstyrelsen)
Deze gids bevat algemene informatie en vormt geen juridisch advies.