Verordening (EU) 2023/1115 heeft betrekking op de zeven grondstoffen die het sterkst met ontbossing worden geassocieerd — rundvee, cacao, koffie, palmolie, rubber, soja en hout — en op de in bijlage I genoemde producten die deze grondstoffen bevatten, ermee zijn gevoed of ermee zijn vervaardigd, van leer en chocolade tot banden en houten meubels. Artikel 3 verbiedt het in de handel brengen, op de markt aanbieden of exporteren van dergelijke producten, tenzij aan drie voorwaarden is voldaan: zij zijn ontbossingsvrij, dat wil zeggen geproduceerd op grond die na 31 december 2020 niet is ontbost en, voor hout, geoogst zonder na die datum bosdegradatie te veroorzaken; zij zijn geproduceerd in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving van het land van productie; en zij vallen onder een zorgvuldigheidsverklaring of, voor micro- en kleine primaire marktdeelnemers, een vereenvoudigde verklaring.
De verplichtingen rusten op marktdeelnemers, de personen die relevante producten voor het eerst in de handel brengen of exporteren, en op handelaren verderop in de keten, met een lichtere regeling voor marktdeelnemers in een latere fase van de toeleveringsketen, ingevoerd bij Verordening (EU) 2025/2650. Artikel 8 omschrijft passende zorgvuldigheid in drie stappen: het verzamelen van de in artikel 9 genoemde informatie, gegevens en documenten, met inbegrip van de geolocatie van elk perceel waar de grondstof is geproduceerd; het beoordelen van het risico op niet-naleving; en het beperken daarvan totdat het risico verwaarloosbaar is. Pas daarna mag de marktdeelnemer zijn zorgvuldigheidsverklaring indienen via het informatiesysteem van de Commissie.
De verordening is op 29 juni 2023 in werking getreden, maar de toepassing ervan is tweemaal uitgesteld. Na de Verordeningen (EU) 2024/3234 en 2025/2650 zijn de belangrijkste verplichtingen van toepassing vanaf 30 december 2026, en vanaf 30 juni 2027 voor marktdeelnemers die natuurlijke personen zijn of micro- of kleine ondernemingen die vóór 31 december 2024 zijn opgericht, met uitzondering van producten die al onder de EU-Houtverordening vallen. De handhaving berust bij de door elke lidstaat aangewezen bevoegde autoriteiten.