TLR in eenvoudige taal
De Bandenetiketteringsverordening (TLR), formeel Verordening (EU) 2020/740, geeft kopers dezelfde drie ingedeelde feiten over elke band die in de EU wordt verkocht. Zij stelt een kader vast voor geharmoniseerde informatie over bandparameters door middel van etikettering, zodat eindgebruikers bij de aankoop van banden een geïnformeerde keuze kunnen maken, met als doel de veiligheid te vergroten, de gezondheid te beschermen en de economische en milieu-efficiëntie van het wegvervoer te verbeteren door brandstofefficiënte, duurzame en veilige banden met een laag geluidsniveau te bevorderen (art. 1). Zij is van toepassing op C1-, C2- en C3-banden die op de markt worden gebracht (art. 2, lid 1), en een eindgebruiker is een consument, een wagenparkbeheerder of een wegvervoeronderneming die een band koopt of naar verwachting zal kopen (art. 3, punt 19).
Anders dan een CE-markeringsrichtlijn gaat de TLR niet over de vraag of een band mag worden verkocht. Zij gaat over wat de koper te horen krijgt: het bandenlabel van bijlage II, het productinformatieblad van bijlage III, de registratie in de EU-productdatabank EPREL en de manier waarop de klassen de band volgen door winkels, websites, reclame-uitingen en catalogi. De technische veiligheidsvereisten voor de band liggen elders, in het kader voor voertuigtypegoedkeuring en in VN/ECE-Reglement nr. 117, waarnaar bijlage I verwijst voor de testmethoden.
De verordening trad in werking op 25 juni 2020 en is van toepassing sinds 1 mei 2021, de dag waarop zij Verordening (EG) nr. 1222/2009 introk (art. 17 en art. 18). Zij is nooit gewijzigd. Drie rectificaties staan in de geconsolideerde tekst vermeld: die van 27 juli 2020, die EUR-Lex registreert als correctie van de Duitse, Engelse en Italiaanse versies, die van 30 april 2021, die het titelblok corrigeerde, en die van 28 oktober 2021, die de vormgevingsspecificaties van bijlage II voor het label zelf corrigeerde. Op 24 juni 2026 heeft de Commissie voorgesteld de verordening te wijzigen, maar dat voorstel is geen wetgeving.
Officiële tekst Lees de verordening op EUR-Lex: geconsolideerde tekst van 5 juni 2020 (CELEX 02020R0740-20200605), die de drie rectificaties bevat; de oorspronkelijke handeling (CELEX 32020R0740) en de documentinformatiepagina registreren de rectificaties en de intrekking van Verordening (EG) nr. 1222/2009.
Toepassingsgebied
De verordening is van toepassing op C1-, C2- en C3-banden die op de markt worden gebracht (art. 2, lid 1). Dit zijn de klassen van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 661/2009: klasse C1 is primair ontworpen voor voertuigen van de categorieën M1, N1, O1 en O2, dat wil zeggen personenauto’s, bestelwagens en lichte aanhangwagens; klasse C2 is primair ontworpen voor voertuigen van de categorieën M2, M3, N, O3 en O4 met een lastindex in enkele opstelling van 121 of minder en een snelheidscategoriesymbool van N of hoger; klasse C3 is primair ontworpen voor dezelfde voertuigcategorieën met een lastindex van 121 of minder en een snelheidscategoriesymbool van M of lager, of met een lastindex van 122 of meer. Een band kan tot meer dan één klasse behoren als hij aan de vereisten van elke klasse voldoet (Verordening (EG) nr. 661/2009, art. 8). Die verordening werd met ingang van 6 juli 2022 ingetrokken bij Verordening (EU) 2019/2144 en verwijzingen ernaar gelden als verwijzingen naar die verordening. Verordening (EU) 2019/2144 herhaalt de klasse-indeling C1, C2 en C3 en de grenswaarden voor rolgeluid niet zelf, zodat de verwijzing bij letterlijke lezing nu verwijst naar bepalingen die nergens meer in vastgesteld Unierecht bestaan. De werkbare lezing, en die de sector toepast, is dat de inhoud voortleeft via VN/ECE-Reglement nr. 117, dat Verordening (EU) 2019/2144 via bijlage II verplicht stelt en waarnaar bijlage I van deze verordening rechtstreeks verwijst voor de testmethoden, en dat de klasse-indeling en grenswaarden van de ingetrokken verordening de inhoud blijven leveren totdat de Commissie de bijlagen bij gedelegeerde handeling wijzigt uit hoofde van artikel 13 (Verordening (EU) 2019/2144, art. 18, leden 1 en 2, art. 19 en bijlage II; art. 3, punt 1, bijlage I, deel C, en art. 13).
Acht groepen zijn uitgesloten op grond van artikel 2, lid 2, punten a) tot en met h): professionele terreinbanden, banden voor speciaal gebruik die primair worden gebruikt onder zware terreinomstandigheden; banden die uitsluitend zijn ontworpen om te worden gemonteerd op voertuigen die vóór 1 oktober 1990 voor het eerst zijn ingeschreven; T-type noodreservebanden, ontworpen voor gebruik bij hogere bandenspanning dan standaard- en versterkte banden; banden met een snelheidsindex van minder dan 80 km per uur; banden waarvan de nominale velgdiameter niet meer dan 254 mm bedraagt of 635 mm of meer bedraagt; banden met extra hulpmiddelen ter verbetering van de tractie-eigenschappen, zoals spijkerbanden; banden die uitsluitend zijn ontworpen om te worden gemonteerd op voertuigen die uitsluitend voor wedstrijden zijn bestemd; en tweedehands banden, tenzij zij uit een derde land zijn ingevoerd. Een ingevoerde gebruikte band is daarom een volledig gelabeld product, terwijl dezelfde band bij handel binnen de Unie dat niet is.
Coverbanden, gebruikte banden waarvan het versleten loopvlak is vervangen door nieuw materiaal, vormen het bijzondere geval. Zij vallen binnen het toepassingsgebied, maar artikel 2, lid 1, tweede alinea, bepaalt dat de vereisten ervoor gelden zodra een geschikte testmethode voor het meten van hun prestaties beschikbaar is overeenkomstig artikel 13. Artikel 13, lid 2, verplichtte de Commissie om uiterlijk op 26 juni 2022 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot invoering van informatievereisten voor coverbanden, mits een dergelijke methode bestond. Er is geen gedelegeerde handeling vastgesteld, zodat een coverband vandaag in de praktijk geen label, geen productinformatieblad en geen databankregistratie heeft, en de verplichting ingaat op de dag dat de Commissie deze invoert.
De verplichtingen rusten op vier groepen. Een leverancier is een in de Unie gevestigde fabrikant, een gemachtigde van een fabrikant die niet in de Unie is gevestigd, of een importeur, die een product op de markt van de Unie brengt (art. 3, punt 15); de definities van fabrikant en importeur zijn ontleend aan Verordening (EU) 2019/1020 (art. 3, punten 12 en 13). Een distributeur is eenieder in de toeleveringsketen, met uitzondering van de leverancier, die een product op de markt aanbiedt (art. 3, punt 16), wat groothandelaars, bandenwinkels, garages en onlinewinkels omvat. Voertuigleveranciers en voertuigdistributeurs hebben hun eigen verplichting wanneer banden met een nieuw voertuig meegaan (art. 7). Hostingdienstverleners die het mogelijk maken dat banden via hun internetsite worden verkocht, hebben een beperkte faciliterende verplichting (art. 8). De verordening kent geen drempel voor de bedrijfsomvang: een bandendealer met één winkel en een landelijke keten dragen dezelfde verplichtingen van artikel 6.
Wat u moet doen
Het label en de klassen ervan
Het bandenlabel is een grafisch diagram, in gedrukte of elektronische vorm, ook als sticker, met symbolen die eindgebruikers informeren over de prestaties van een band op de parameters van bijlage I (art. 3, punt 5). Het bovenste deel bevat de QR-code, de handelsnaam of het merk van de leverancier, de typeaanduiding van de band, de maataanduiding van de band met lastindex en snelheidscategoriesymbool uit hoofde van VN/ECE-Reglement nr. 30 of nr. 54, de bandklasse C1, C2 of C3, en de pictogrammen voor brandstofefficiëntie en natte grip met hun schaal en de klasse van de band. Het onderste deel bevat het pictogram voor extern rolgeluid, de waarde in dB(A) afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal en de geluidsklasse, het sneeuwgrippictogram wanneer de band voldoet aan de minimale sneeuwgripindexwaarden van VN/ECE-Reglement nr. 117, het ijsgrippictogram wanneer deze voldoet aan de relevante minimale ijsgripindexwaarden, en het serienummer 2020/740 (bijlage II, punten 1.1 tot en met 1.5).
Brandstofefficiëntie wordt ingedeeld van A tot E op basis van de rolweerstandscoëfficiënt in N per kN, gemeten uit hoofde van bijlage 6 bij VN/ECE-Reglement nr. 117 en afgestemd met de laboratoriumafstemmingsprocedure van bijlage V. De bandbreedtes verschillen per bandklasse: klasse A is 6,5 N per kN of minder voor C1, 5,5 voor C2 en 4,0 voor C3, en klasse E begint bij respectievelijk 10,6, 9,1 en 7,1. Natte grip wordt ingedeeld van A tot E op basis van de natte-gripindex G, berekend als de gemeten index G(T) min 0,03 en gemeten uit hoofde van bijlage 5 bij VN/ECE-Reglement nr. 117: klasse A vereist een G van ten minste 1,55 voor C1, 1,40 voor C2 en 1,25 voor C3, en klasse E is 1,09, 0,94 en 0,79 of minder. Behoort een bandtype tot meer dan één bandklasse, dan wordt de indelingsschaal van de hoogste klasse gebruikt (bijlage I, delen A en B).
Extern rolgeluid is zowel een getal als een klasse. De gemeten waarde N in dB(A) wordt berekend uit hoofde van bijlage 3 bij VN/ECE-Reglement nr. 117 en opgegeven in decibel, en de klasse loopt van A tot C ten opzichte van de grenswaarde LV van deel C van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 661/2009: klasse A wanneer N gelijk is aan of lager is dan LV min 3, klasse B wanneer N hoger is dan LV min 3 en gelijk is aan of lager is dan LV, en klasse C wanneer N hoger is dan LV. Die grenswaarden zijn 70 dB(A) voor C1-banden tot een nominale sectiebreedte van 185 mm, 71 tot 245 mm, 72 tot 275 mm en 74 daarboven, met 1 dB(A) extra voor sneeuw-, extra-last- of versterkte banden; 72 dB(A) voor normale C2-banden en 73 voor C2-tractiebanden; en 73 en 75 dB(A) voor normale en tractie-C3-banden, met 2 dB(A) extra voor banden voor speciaal gebruik en voor sneeuwbanden in de C2-tractiecategorie en 1 dB(A) voor overige C2- en C3-sneeuwbanden (Verordening (EG) nr. 661/2009, bijlage II, deel C, punten 1.1 en 1.2).
Sneeuwgrip wordt getest uit hoofde van bijlage 7 bij VN/ECE-Reglement nr. 117, en een band die voldoet aan de minimale sneeuwgripindexwaarden wordt ingedeeld als een band voor gebruik onder zware sneeuwomstandigheden en draagt het pictogram met de drie bergtoppen en sneeuwvlok. IJsgrip wordt getest aan de hand van betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden, waaronder in voorkomend geval internationale normen, die de algemeen erkende stand van de techniek weerspiegelen, en een band die voldoet aan de relevante minimale ijsgripindexwaarden draagt het ijsgrippictogram; de dwingende tekst beperkt het ijsgrippictogram niet tot een bepaalde bandklasse (bijlage I, delen D en E).
De vormgeving is voorgeschreven. Het label is minimaal 75 mm breed en 110 mm hoog, en wordt alleen naar verhouding groter gedrukt, op een volledig witte achtergrond, in Verdana en Calibri, met de CMYK-kleurcodes voor het EU-logo, het energielogo, de pijlen voor brandstofefficiëntie A tot E van 100,0,100,0 voor klasse A tot 0,100,100,0 voor klasse E en de pijlen voor natte grip A tot E van 100,60,0,0 tot 30,0,0,0, en met voorgeschreven afmetingen en lijndiktes voor elk pictogram en de geluidsklassenreeks A tot C gecentreerd onder de luidspreker (bijlage II, punt 2.2, zoals gecorrigeerd op 28 oktober 2021).
EPREL-registratie en het productinformatieblad
Voordat de leverancier een na 1 mei 2021 geproduceerde band op de markt brengt, moet hij de informatie van bijlage VII invoeren in de productdatabank, het Europees productregister voor energie-etikettering, opgericht bij artikel 12 van Verordening (EU) 2017/1369 (art. 3, punt 10, en art. 5, lid 1). Het openbare deel bevat de handelsnaam of het merk, het adres, de contactgegevens en andere wettelijke identificatie van de leverancier, de typeaanduiding van de band, het label in elektronisch formaat, de klassen en andere labelparameters en de parameters van het productinformatieblad. Het nalevingsdeel bevat de typeaanduidingen van alle gelijkwaardige bandtypen die al op de markt zijn gebracht, een algemene beschrijving met afmetingen, lastindex en snelheidscategorie die volstaat voor eenduidige identificatie, de protocollen van de test, indeling en meting van de parameters van bijlage I, eventuele specifieke voorzorgsmaatregelen voor montage, installatie, onderhoud of tests, de gemeten technische parameters en de daarmee uitgevoerde berekeningen (bijlage VII).
Daaruit volgen drie huishoudelijke regels. Een band waarvoor wijzigingen worden aangebracht die relevant zijn voor het label of het productinformatieblad, is een nieuw bandtype. De leverancier moet in de databank aangeven wanneer hij is gestopt met het op de markt brengen van eenheden van een bandtype. Nadat de laatste eenheid op de markt is gebracht, wordt de informatie van het nalevingsdeel gedurende vijf jaar bewaard (art. 5, leden 6 en 7). Banden die zijn geproduceerd tussen 25 juni 2020 en 30 april 2021 moesten uiterlijk op 30 november 2021 zijn ingevoerd, banden die vóór 25 juni 2020 op de markt zijn gebracht, konden vrijwillig worden ingevoerd, en zolang er geen registratie bestaat, moet de leverancier een elektronische versie van de technische documentatie beschikbaar stellen voor inspectie binnen 10 werkdagen na een verzoek van een markttoezichtautoriteit (art. 5, leden 2, 3 en 4).
Het productinformatieblad is een standaarddocument, gedrukt of elektronisch, opgenomen in de productbrochure of andere documentatie die bij de band wordt verstrekt. Het bevat de handelsnaam of het merk van de leverancier en van de fabrikant wanneer deze verschillen, de typeaanduiding van de band, de maataanduiding met lastindex en snelheidscategoriesymbool, de brandstofefficiëntieklasse, de natte-gripklasse, de klasse en waarde in decibel voor extern rolgeluid, een aanduiding of de band bestemd is voor gebruik onder zware sneeuwomstandigheden, een aanduiding of het een ijsgripband betreft, en de begin- en, zodra bekend, einddatum van de productie van het bandtype als twee cijfers voor de week en twee voor het jaar (bijlage III).
Verkooppunt, verkoop op afstand en reclame
Leveranciers moeten elke C1-, C2- en C3-band die op de markt wordt gebracht, kosteloos vergezeld doen gaan van hetzij een individuele sticker die voldoet aan bijlage II en een productinformatieblad, hetzij één gedrukt label en productinformatieblad per partij van een of meer identieke banden (art. 4, lid 1). Distributeurs moeten er vervolgens voor zorgen dat die informatie de koper bereikt.
Op het verkooppunt, dat elke locatie is waar banden worden tentoongesteld of opgeslagen en te koop worden aangeboden, met inbegrip van showrooms die losse banden aanbieden, moeten tentoongestelde banden de sticker dragen op een duidelijk zichtbare plaats en volledig leesbaar, met het productinformatieblad beschikbaar, ook in gedrukte vorm op verzoek; voor een band uit een partij moet het gedrukte label vóór de verkoop aan de eindgebruiker worden getoond en duidelijk zichtbaar dicht bij de band worden aangebracht (art. 3, punt 6, en art. 6, lid 1). Wanneer de te koop aangeboden banden op het moment van verkoop niet zichtbaar zijn voor de eindgebruiker, zoals doorgaans het geval is in een garage, moet de distributeur de eindgebruiker vóór de verkoop een kopie van het label geven (art. 6, lid 4).
Verkoop op afstand wordt op drie manieren geregeld. Voor banden die via internet worden verkocht of aangeboden, komt het label dicht bij de prijsaanduiding, duidelijk zichtbaar, leesbaar en evenredig met de in punt 2.1 van bijlage II vermelde afmeting, met het productinformatieblad toegankelijk; een geneste weergave, een visuele interface waarbij het label wordt bereikt via een klik, rollover of tactiele uitvouwing, is toegestaan (art. 4, lid 2, en art. 6, lid 7). Verkoop op afstand op papier moet het label tonen en eindgebruikers in staat stellen het productinformatieblad te raadplegen via een vrij toegankelijke website en een gedrukt exemplaar aan te vragen (art. 6, lid 5). Telemarketing vereist dat de distributeur eindgebruikers de klasse voor elke labelparameter meedeelt en hun vertelt dat het label en het blad beschikbaar zijn op een vrij toegankelijke website en op verzoek in gedrukte vorm (art. 6, lid 6).
Elke visuele reclame-uiting voor een specifiek bandtype moet het bandenlabel tonen, en wanneer de reclame-uiting de prijs vermeldt, moet het label dicht bij de prijsaanduiding staan; online is een geneste weergave toegestaan. Deze verplichting rust zowel op leveranciers als op distributeurs (art. 4, lid 3, en art. 6, lid 2).
Wanneer eindgebruikers voornemens zijn een nieuw voertuig aan te schaffen, moeten voertuigleveranciers en voertuigdistributeurs hun vóór de verkoop het bandenlabel verstrekken voor de banden die bij het voertuig worden aangeboden of erop zijn gemonteerd, samen met relevant technisch promotiemateriaal, en ervoor zorgen dat het productinformatieblad beschikbaar is (art. 7). Een hostingdienstverlener die het mogelijk maakt dat banden via zijn internetsite worden verkocht, moet de weergave van het label en het productinformatieblad dicht bij de prijsaanduiding mogelijk maken en de distributeur informeren over de weergaveverplichting (art. 8); sinds 17 februari 2024 wordt de verwijzing naar artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG gelezen als een verwijzing naar artikel 6 van Verordening (EU) 2022/2065.
Technisch promotiemateriaal en websiteverklaringen
Technisch promotiemateriaal is documentatie, gedrukt of elektronisch, die door een leverancier wordt opgesteld om reclamemateriaal aan te vullen met de informatie van bijlage IV (art. 3, punt 7). Betreft het een specifiek bandtype, dan moeten zowel leveranciers als distributeurs het bandenlabel van dat type tonen en de informatie van bijlage IV opnemen (art. 4, lid 4, en art. 6, lid 3).
Bijlage IV bepaalt de volgorde en de kwaliteitseis: de brandstofefficiëntieklasse als letter A tot E, de natte-gripklasse als letter A tot E, de klasse en gemeten waarde in dB voor extern rolgeluid, een aanduiding of de band bestemd is voor gebruik onder zware sneeuwomstandigheden en een aanduiding of het een ijsgripband betreft, eenvoudig te lezen, eenvoudig te begrijpen, en met vermelding van de bandbreedte tussen het laagst en het hoogst presterende bandtype wanneer typen binnen een bandenfamilie per afmeting of ander kenmerk anders worden ingedeeld (bijlage IV, punten 1 en 2).
Leveranciers moeten op hun website ook een link publiceren naar de relevante webpagina van de Commissie die aan de verordening is gewijd, een toelichting op de labelpictogrammen en een verklaring dat de werkelijke brandstofbesparing en verkeersveiligheid sterk afhangen van het rijgedrag, met name dat zuinig rijden het brandstofverbruik aanzienlijk kan verminderen, dat de bandenspanning regelmatig moet worden gecontroleerd om de brandstofefficiëntie en natte grip te optimaliseren, en dat de remafstand altijd in acht moet worden genomen. Leveranciers en distributeurs moeten, waar relevant, een verklaring publiceren dat ijsgripbanden specifiek zijn ontworpen voor wegdek bedekt met ijs en samengepakte sneeuw, alleen mogen worden gebruikt onder zeer strenge klimaatomstandigheden, en onder minder strenge omstandigheden suboptimaal kunnen presteren, met name wat betreft natte grip, wegligging en slijtage (bijlage IV, punten 3 en 4).
Verplichtingen per rol
Leveranciers testen en classificeren elk bandtype volgens bijlage I, stellen het label van bijlage II en het productinformatieblad van bijlage III op, laten elke band of partij hier kosteloos vergezeld van gaan, voeren de informatie van bijlage VII vóór het op de markt brengen in EPREL in, dienen de waarden, de aanvullende opgegeven prestatie-informatie en het label vooraf in bij de relevante nationale autoriteit, houden de technische documentatie binnen 10 werkdagen gereed totdat de databankregistratie bestaat, stellen documentatie op verzoek beschikbaar aan autoriteiten of geaccrediteerde instanties van andere lidstaten, zorgen voor de juistheid van elk label en blad, werken samen met markttoezichtautoriteiten en verhelpen niet-naleving onmiddellijk, en onthouden zich van het verstrekken of tonen van misleidende labels, merktekens, symbolen of opschriften of labels die het EU-bandenlabel nabootsen (art. 4 en art. 5). Omdat een leverancier een EU-fabrikant, een gemachtigde of een importeur is, draagt een importeur de volledige lijst, en niet een lichtere verificatierol.
Distributeurs tonen het label op het verkooppunt, overhandigen een kopie wanneer de banden niet zichtbaar zijn, tonen het label dicht bij de prijs online en bij verkoop op afstand op papier, lezen de klassen voor bij telemarketing, tonen het label in visuele reclame en nemen de informatie van bijlage IV op in technisch promotiemateriaal, en publiceren waar relevant de ijsgripverklaring (art. 6 en bijlage IV). Voertuigleveranciers en voertuigdistributeurs verstrekken het label en het technisch promotiemateriaal en zorgen ervoor dat het blad beschikbaar is voordat een nieuw voertuig wordt verkocht (art. 7). Hostingdienstverleners maken de weergave mogelijk en informeren de distributeur (art. 8).
Tests, verificatie en toleranties
De informatie die uit hoofde van de artikelen 4, 6 en 7 wordt verstrekt, moet worden verkregen met de testmethoden van bijlage I en de laboratoriumafstemmingsprocedure van bijlage V voor rolweerstand (art. 9). De lidstaten passen de verificatieprocedure van bijlage VI toe voor elke parameter bij het beoordelen of de opgegeven klassen conform zijn (art. 10).
Uit hoofde van bijlage VI wordt eerst één band of bandenset getest; voldoen de gemeten waarden binnen de verificatietoleranties aan de opgegeven klassen of de opgegeven geluidswaarde, dan wordt het label als conform beschouwd, en zo niet, dan worden drie extra banden of bandensets getest en wordt het gemiddelde daarvan gebruikt. Zijn de klassen of waarden afkomstig van typegoedkeuringstestresultaten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 661/2009 of VN/ECE-Reglement nr. 117, dan mogen de lidstaten meetgegevens gebruiken uit conformiteitscontroletests van de productie die zijn uitgevoerd uit hoofde van Verordening (EU) 2018/858, beoordeeld aan de hand van dezelfde toleranties. De toleranties zijn: de afgestemde rolweerstandscoëfficiënt mag de bovengrens van de opgegeven klasse met niet meer dan 0,3 N per kN overschrijden; het gemeten externe rolgeluid mag de opgegeven waarde N met niet meer dan 1 dB(A) overschrijden; de gemeten natte-gripindex G(T) mag niet onder de ondergrens van de opgegeven klasse vallen; en de gemeten sneeuwgrip- en ijsgripwaarden mogen niet onder de minimale indexen vallen (bijlage VI).
Handhaving en sancties
Verordening (EU) 2019/1020 is van toepassing op de door de verordening en de daaronder vastgestelde gedelegeerde handelingen bestreken banden (art. 12, lid 1). De lidstaten moeten ervoor zorgen dat hun nationale markttoezichtautoriteiten een systeem van routinematige en ad-hocinspecties van verkooppunten instellen (art. 11, lid 4), en de nationale markttoezichtstrategieën die zijn opgesteld uit hoofde van artikel 13 van Verordening (EU) 2019/1020 moeten acties omvatten om doeltreffende handhaving van bandenetikettering te waarborgen (art. 12, lid 3). De Commissie moedigt samenwerking en informatie-uitwisseling tussen autoriteiten aan, met name door de Administratieve Samenwerkingsgroep voor Bandenetikettering nauwer te betrekken (art. 12, lid 2), en autoriteiten kunnen de kosten van documentcontrole en fysieke producttests verhalen op een leverancier die niet voldoet (art. 12, lid 4).
De nauwkeurigheid van het label kent haar eigen traject. De leverancier dient de waarden die zijn gebruikt om de klassen te bepalen, eventuele aanvullende opgegeven prestatie-informatie en het label vóór het op de markt brengen van de bandtypen in bij een relevante nationale autoriteit, zodat de autoriteit het label kan verifiëren (art. 4, lid 5). Artikel 4, lid 5, en artikel 11, lid 3, definiëren die autoriteit onder verwijzing naar het begrip ‘nationale autoriteit’ in artikel 3, punt 37, van Verordening (EU) 2018/858: een goedkeuringsinstantie of een andere autoriteit die betrokken is bij en verantwoordelijk is voor markttoezicht, grenscontrole of registratie in een lidstaat ten aanzien van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden of onderdelen daarvan. Het woord ‘relevant’ is eigen aan deze verordening; Verordening (EU) 2018/858 definieert geen ‘relevante nationale autoriteit’. Heeft die autoriteit voldoende reden om aan te nemen dat een leverancier de nauwkeurigheid van het label niet heeft gewaarborgd, dan verifieert zij de opgegeven klassen en aanvullende informatie aan de hand van de ingediende waarden en documentatie (art. 11, lid 3). De lidstaten mogen het op de markt brengen of in gebruik nemen van conforme banden niet belemmeren (art. 11, lid 1), en wanneer zij stimuleringsmaatregelen voor banden toekennen, mogen die alleen gericht zijn op klasse A- of klasse B-banden voor rolweerstand of natte grip, waarbij belastingen en fiscale maatregelen niet als stimuleringsmaatregelen gelden (art. 11, lid 2).
Verordening (EG) nr. 1222/2009 is punt 34 van bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1020 en punt 14 van bijlage II daarbij, de lijst van harmonisatiewetgeving van de Unie zonder sanctiebepalingen; beide vermeldingen worden gelezen als deze verordening, aangezien artikel 17 verwijzingen naar de ingetrokken handeling uitlegt als verwijzingen naar Verordening (EU) 2020/740, die in artikel 11, lid 5, wel een eigen sanctiebepaling bevat. Bandenetikettering staat niet op de lijst van artikel 4, lid 5, van Verordening (EU) 2019/1020, zodat de afzonderlijke verplichting om een verantwoordelijke marktdeelnemer in de Unie te hebben, niet uit die verordening voortvloeit; een leverancier is hoe dan ook een EU-fabrikant, een gemachtigde of een in de Unie gevestigde importeur.
Sancties zijn nationaal. De lidstaten stellen de regels vast inzake sancties en handhavingsmechanismen voor inbreuken op de verordening en de gedelegeerde handelingen daarvan, zorgen ervoor dat deze worden uitgevoerd, en moesten de Commissie uiterlijk op 1 mei 2021 en zonder uitstel bij elke latere wijziging hiervan in kennis stellen; de sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn (art. 11, lid 5).
In Denemarken wordt de verordening gehandhaafd via de productwet, lov om produkter og markedsovervågning, gecodificeerd als LBK nr. 22 van 8 januari 2026. § 2 vermeldt Verordening (EU) 2020/740 als productgebied nr. 33 en de ingetrokken Verordening (EG) nr. 1222/2009 als nr. 32, en beide zijn productregelgeving uit hoofde van § 4, nr. 5, en verkeersgerelateerde producten uit hoofde van § 4, nr. 6. Twee Deense autoriteiten delen het werk, en met welke u te maken heeft, hangt af van de bepaling. Voor artikel 4, lid 5, en artikel 11, lid 3 — het indienen van de opgegeven waarden en het label vóór het op de markt brengen van een band, en het laten verifiëren daarvan — is de Deense contactinstantie Færdselsstyrelsen, de goedkeuringsinstantie voor voertuigen en hun onderdelen uit hoofde van de wet inzake voertuiggoedkeuring en -inspectie en uitvoeringsregeling nr. 787 van 18 juni 2025, en daarmee een nationale autoriteit in de zin van artikel 3, punt 37, van Verordening (EU) 2018/858. Voor algemeen markttoezicht en voor sancties is Erhvervsstyrelsen de toezichthoudende autoriteit uit hoofde van § 9, lid 1, van de productwet, via haar afdeling Markedsovervågning, die sinds januari 2026 de taken van Sikkerhedsstyrelsen heeft voortgezet. § 9, lid 2, verdringt haar hier niet: dit verplaatst het toezicht alleen wanneer andere wetgeving regels stelt ter voorkoming van specifieke risico’s, en een bandenlabel is een informatievereiste, geen risicoregel. De bevoegdheid van de minister van Vervoer in § 8 c om regels vast te stellen voor de controle op etiketteringsvereisten voor verkeersgerelateerde producten wordt uitgeoefend door Færdselsstyrelsen, maar geen uitvoeringsregeling uit hoofde van die paragraaf bestrijkt bandenetikettering, zodat de bevoegdheid ongebruikt blijft. In de praktijk publiceert Færdselsstyrelsen de Deense richtsnoeren voor het bandenlabel en is dit het natuurlijke eerste aanspreekpunt (productwet, § 8 c en § 9, leden 1 tot en met 3; uitvoeringsregeling nr. 787 van 18 juni 2025, § 5 en § 11).
Het Deense instrumentarium is voor bandenetikettering hetzelfde als voor andere productgebieden: een tijdelijk verbod op levering, verhandeling, uitstalling of andere terbeschikkingstelling wanneer het product een risico kan opleveren (§ 13); bevelen om gebruikers te waarschuwen voor de risico’s, misleidende reclame te staken, de niet-naleving te verhelpen, de verkoop of levering te staken, het product doeltreffend en onmiddellijk terug te trekken, het van gebruikers terug te roepen of veilig te vernietigen, en waarschuwingen (§ 14); verboden op het op de markt brengen, aanbieden, leveren of in gebruik nemen, met een bevel tot vernietiging (§ 16); en afsluiting van een zaak met begeleiding, een verbod, een bevel of een waarschuwing (§ 14 a). Een band die niet aan de verordening voldoet, brengt de marktdeelnemer in strijd met § 5, lid 1, nr. 2, van de productwet, die vereist dat producten voldoen aan de productregelgeving en die door § 3 a niet buiten werking wordt gesteld voor verkeersgerelateerde producten. Die inbreuk wordt bestraft op grond van § 37, lid 1, nr. 1, met een boete, tenzij een hogere straf verschuldigd is op grond van andere wetgeving, en de straf kan oplopen tot gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaar bij verzwarende omstandigheden — gevaar voor veiligheid of gezondheid, een ongeval met ernstig letsel of overlijden tot gevolg, herhaling, of een systematische inbreuk uit winstbejag — omdat bandenetikettering productgebied nr. 33 is, binnen de bandbreedte die de verzwaring bestrijkt. Het niet naleven van de beslissingen van de autoriteit en het ontwijken van haar controle worden op dezelfde schaal bestraft. Ondernemingen kunnen strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld uit hoofde van hoofdstuk 5 van het wetboek van strafrecht. De wet laat de minister van Bedrijfsleven ook toe om bij uitvoeringsregeling sancties voor de productregelgeving vast te stellen, maar § 3 a stelt die bevoegdheid buiten werking voor verkeersgerelateerde producten, en een dergelijke regeling is voor bandenetikettering niet vastgesteld (§ 3 a, § 5, lid 1, nr. 2, en § 37).
Hoe Conphora helpt
Conphora volgt de bandenetiketteringsverordening, de gedelegeerde handelingen die coverbanden en nieuwe parameters in het label zouden opnemen, het vereenvoudigingsvoorstel van de Commissie uit 2026 en de Deense productwet, en brengt uw bandenassortiment in kaart ten opzichte van de uitzonderingen van artikel 2, de klassen C1, C2 en C3, de indelingsschalen van bijlage I en de toleranties van bijlage VI. Het signaleert lacunes in de EPREL-registratie, de labelinhoud en -opmaak, het productinformatieblad, de weergave op het verkooppunt en online en de promotie- en website-inhoud van bijlage IV voordat een inspectie van een verkooppunt ze aan het licht brengt, bewaart het bewijs en de vijfjarige gegevens op één plek, en waarschuwt u wanneer een parameter, een testmethode, een autoriteit of de verordening zelf verandert.
Bekijk hoe Conphora werkt · Bekijk abonnementen en prijzen
Bronnen
- Verordening (EU) 2020/740 betreffende de etikettering van banden, geconsolideerde tekst van 5 juni 2020 (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2020/740 zoals bekendgemaakt in PB L 177 van 5 juni 2020 (EUR-Lex)
- Documentinformatie, data, rectificaties en verbanden voor CELEX 32020R0740 (EUR-Lex)
- Verordening (EG) nr. 1222/2009 inzake bandenetikettering, ingetrokken met ingang van 1 mei 2021 (EUR-Lex)
- Verordening (EG) nr. 661/2009 betreffende de algemene veiligheid van motorvoertuigen, ingetrokken met ingang van 6 juli 2022 (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/2144 betreffende de algemene veiligheid van motorvoertuigen (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2017/1369 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering, die EPREL opricht (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2018/858 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2022/2065, de digitaledienstenverordening (EUR-Lex)
- COM(2026) 565 definitief, voorstel inzake vereenvoudiging en beter gebruik van digitale opties voor energie- en bandenetikettering (EUR-Lex)
- Banden, het EU-bandenlabel en de verplichtingen van leverancier en dealer (Europese Commissie, Energy Efficient Products)
- EPREL-informatie voor productleveranciers (Europese Commissie, Energy Efficient Products)
- EPREL, het Europees productregister voor energie-etikettering (Europese Commissie)
- Bekendtgørelse af lov om produkter og markedsovervågning, LBK nr. 22 af 8. januar 2026 (Retsinformation)
- Bekendtgørelse nr. 787 af 18. juni 2025 om Færdselsstyrelsens opgaver og beføjelser samt klageadgang (Retsinformation)
- Sikkerhedsstyrelsen, en del af Erhvervsstyrelsen sinds januari 2026 (Erhvervsstyrelsen)
Deze gids bevat algemene informatie en vormt geen juridisch advies.