PVD in gewone taal
De Richtlijn verf en vernis, ook wel de VOC-richtlijn of Decopaint-richtlijn genoemd, officieel Richtlijn 2004/42/EG, is de EU-wet die begrenst hoeveel oplosmiddel een decoratieve deklaag of een product voor autoreparatielakken mag bevatten. Haar doel is het totale gehalte aan vluchtige organische stoffen in bepaalde verf en vernis en producten voor autoreparatielakken te beperken om luchtverontreiniging als gevolg van de bijdrage van VOS aan de vorming van troposferische ozon te voorkomen of te verminderen, en dat te doen door de technische specificaties voor die producten te harmoniseren (art. 1, leden 1 en 2). Een VOS is elke organische verbinding met een beginkookpunt van 250 °C of lager, gemeten bij een standaarddruk van 101,3 kPa, en het VOS-gehalte is de massa aan vluchtige organische stoffen, in gram per liter, in de formulering van het product in gebruiksklare toestand; VOS die tijdens het drogen chemisch reageren en deel gaan uitmaken van de deklaag, tellen daarvoor niet mee (art. 2, punten 5 en 6).
De richtlijn werkt als een controle op het in de handel brengen, niet als een emissievergunning. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de producten van bijlage I alleen op hun markt worden gebracht als het VOS-gehalte de grenswaarde van bijlage II voor de subcategorie van het product niet overschrijdt en het product voldoet aan het etiketteringsartikel; het in de handel brengen betekent het beschikbaar stellen aan derden, al dan niet tegen betaling, en invoer in het douanegebied van de Unie geldt als het in de handel brengen (art. 2, punt 12, en art. 3, lid 1). Een product dat in gebruiksklare toestand voldoet, circuleert vrij: de lidstaten mogen, op gronden die de richtlijn regelt, het in de handel brengen ervan niet verbieden, beperken of belemmeren (art. 8). De richtlijn vult de chemicaliënregels ook eerder aan dan dat zij ze vervangt, want zij doet geen afbreuk aan maatregelen, met inbegrip van etiketteringseisen, op het niveau van de Unie of nationaal ter bescherming van de gezondheid van consumenten en werknemers en hun werkomgeving (art. 1, lid 4).
De tekst van 2004 is geschreven als een bronspecifieke aanvulling op de toenmalige nationale emissieplafonds voor VOS van Richtlijn 2001/81/EG, aangezien het VOS-gehalte van verf, vernis en producten voor autoreparatielakken aanzienlijke emissies veroorzaakt die bijdragen aan de lokale en grensoverschrijdende vorming van fotochemische oxidanten (overwegingen 1 tot en met 7). Zij is op de dag van bekendmaking, 30 april 2004, in werking getreden, de lidstaten moesten uiterlijk 30 april 2005 een bevoegde autoriteit aanwijzen en de richtlijn uiterlijk 30 oktober 2005 omzetten, en de grenswaarden golden vanaf de data van bijlage II (art. 5, art. 14, lid 1, en art. 15). Richtlijn 2001/81/EG werd zelf met ingang van 1 juli 2018 ingetrokken door Richtlijn (EU) 2016/2284 inzake de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, zodat de plafonds die de richtlijn ondersteunt nu de nationale reductieverbintenissen van die handeling zijn.
Toepassingsgebied
Bijlage I definieert het toepassingsgebied in twee delen. Verf en vernis betekent de producten van de twaalf subcategorieën (a) tot en met (l) van punt 1.1, met uitzondering van aerosolen: deklagen aangebracht op gebouwen, hun lijstwerk en fittingen en aanverwante constructies voor een decoratief, functioneel of beschermend doel. De twaalf zijn matte deklagen voor binnenmuren en plafonds met een glansgraad van 25 bij 60 graden of lager; glanzende deklagen voor binnenmuren en plafonds boven die glansgraad; deklagen voor buitenmuren van minerale ondergrond, dat wil zeggen metselwerk, baksteen of pleisterwerk; binnen- en buitenlijstwerk- en bekledingsverf voor hout, metaal of kunststof die een dekkende film vormt, met inbegrip van grondlagen en tussenlagen; binnen- en buitenlijstwerkvernis en houtbeits die een transparante of halftransparante film vormt, met inbegrip van dekkende houtbeits zoals gedefinieerd in EN 927-1 binnen de semi-stabiele categorie; houtbeits met minimale laagdikte met een gemiddelde dikte van minder dan 5 micrometer getest volgens ISO 2808:1997, methode 5A; grondverf met afdichtende of blokkerende eigenschappen voor hout, muren en plafonds; bindende grondlagen die losse deeltjes van de ondergrond stabiliseren, hydrofobe eigenschappen geven of hout tegen blauwverkleuring beschermen; eencomponent-hoogwaardige deklagen voor toepassingen die bijzondere prestaties vereisen, zoals vloercoatings, anticorrosieafwerklagen, graffitiwerendheid, brandvertraging en hygiënenormen in de voedings-, drank- of gezondheidssector; tweecomponent-hoogwaardige deklagen met hetzelfde gebruik maar een tweede component die vóór het aanbrengen wordt toegevoegd; meerkleurige deklagen die rechtstreeks vanuit de eerste toepassing een tweekleurig of meerkleurig effect geven; en decoratieve effectcoatings die bijzondere esthetische effecten geven over voorbereide, reeds geverfde ondergronden of basislagen.
Producten voor autoreparatielakken betekent de producten van de vijf subcategorieën (a) tot en met (e) van punt 2.1, gebruikt voor het lakken van wegvoertuigen of onderdelen daarvan, uitgevoerd als onderdeel van reparatie, conservering of decoratie van voertuigen buiten productie-installaties. Dit zijn voorbereidings- en reinigingsproducten, met inbegrip van gunwash, verfafbijtmiddelen, ontvetters, siliconenverwijderaars en voorreinigers; plamuur of stopverf, de zwaar gevulde middelen die diepe oppervlaktegebreken opvullen; grondlaag, met de subtypen surfacer of vulmiddel, algemene metaalgrondlaag en wash-primer met ten minste 0,5 gewichtsprocent fosforzuur; deklaag, met inbegrip van basislagen en heldere lagen; en speciale afwerklagen zoals metallic- of parelmoereffecten, kraswerende en gefluoreerde heldere lagen, reflecterende basislagen, textuurafwerkingen, antislipcoatings, onderbodemafdichtingen, steenslagbestendige coatings, interieurafwerkingen en aerosolen. De verwijzing in punt 2 naar wegvoertuigen zoals gedefinieerd in Richtlijn 70/156/EEG wordt gelezen tegen Verordening (EU) 2018/858, omdat Richtlijn 70/156/EEG met ingang van 29 april 2009 werd ingetrokken door Richtlijn 2007/46/EG en die richtlijn met ingang van 1 september 2020 door Verordening (EU) 2018/858, waarbij verwijzingen gelden als verwijzingen naar de latere handeling.
Twee grenzen zijn gemakkelijk verkeerd te trekken. Aerosolen zijn uitgesloten van de familie verf en vernis door de aanhef van bijlage I, punt 1, maar zij worden uitdrukkelijk genoemd in subcategorie (e) van autoreparatielak, zodat een aerosol speciale afwerklaag voor spuitwerk binnen het toepassingsgebied valt met een grens van 840 g/l, terwijl een aerosol decoratieve spuitverf voor een muur erbuiten valt. En deklagen die buiten de twee families worden aangebracht, met name de oorspronkelijke deklaag van voertuigen op de productielijn en algemene industriële deklagen, vallen hier helemaal niet onder; oplosmiddelemissies van die installaties worden geregeld door hoofdstuk V en bijlage VII van Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies.
De richtlijn noemt geen rollen van marktdeelnemers en stelt geen drempel voor bedrijfsomvang. Het verbod grijpt aan bij het in de handel brengen, zodat het zowel de fabrikant, de importeur, de groothandelaar als de detailhandelaar treft, wat overeenkomt met de manier waarop de Commissie de uitvoerende actoren in haar uitvoeringsverslag omschrijft.
Wat u moet doen
Deel het product in één subcategorie in
Elk product binnen het toepassingsgebied behoort tot precies één van de zeventien subcategorieën, en de subcategorie bepaalt zowel de grenswaarde als de tekst van het etiket (bijlage I, punten 1.1 en 2.1). Voor verf en vernis moet u ook vastleggen of de deklaag op waterbasis is, met een viscositeit aangepast met water, of op oplosmiddelbasis, met een viscositeit aangepast met organisch oplosmiddel, omdat elf van de twaalf subcategorieën verschillende grenzen dragen voor de twee typen (art. 2, punten 10 en 11). Het verslag van de Commissie constateerde dat de meeste producten die in 2010 zowel de VOS-grenzen als de etiketteringsregels overtraden, in subcategorie (d) vielen, binnen- en buitenlijstwerk- en bekledingsverf, en dat drie verdere subcategorieën op beide punten als niet-conform werden gemeld: (a) matte binnenmuur- en plafonddeklagen, (e) lijstwerkvernis en houtbeits en (i) eencomponent-hoogwaardige deklagen. Het verslag rangschikt die drie niet ten opzichte van elkaar, maar samen met (d) laten zij zien waar indeling en formulering het vaakst misgaan.
Blijf binnen de grenswaarde
Bijlage II, deel A, stelt de twee fasen voor verf en vernis vast in gram per liter gebruiksklaar product. De Fase I-waarden golden vanaf 1 januari 2007, de strengere Fase II-waarden vanaf 1 januari 2010. Onder Fase II zijn matte binnenmuur- en plafonddeklagen begrensd op 30 g/l zowel op waterbasis als op oplosmiddelbasis; glanzende binnenmuur- en plafonddeklagen op 100 g/l in beide vormen; buitenmuurdeklagen op minerale ondergrond op 40 g/l op waterbasis en 430 g/l op oplosmiddelbasis; lijstwerk- en bekledingsverf op 130 en 300 g/l; lijstwerkvernis en houtbeits op 130 en 400 g/l; houtbeits met minimale laagdikte op 130 en 700 g/l; grondverf op 30 en 350 g/l; bindende grondlagen op 30 en 750 g/l; eencomponent-hoogwaardige deklagen op 140 en 500 g/l; tweecomponent-reactieve hoogwaardige deklagen voor specifieke eindtoepassingen zoals vloeren op 140 en 500 g/l; meerkleurige deklagen op 100 g/l in beide vormen; en decoratieve effectcoatings op 200 g/l in beide vormen. Bijlage II, deel B, stelt één set waarden vast voor producten voor autoreparatielakken die sinds 1 januari 2007 geldt en nooit is gewijzigd: 850 g/l voor voorbereidingsproducten en 200 g/l voor voorreinigers, 250 g/l voor plamuur of stopverf van alle typen, 540 g/l voor surfacer, vulmiddel en algemene metaalgrondlaag en 780 g/l voor wash-primer, 420 g/l voor deklagen van alle typen en 840 g/l voor speciale afwerklagen van alle typen. Behalve in de subcategorie voorbereiding en reiniging wordt elk watergehalte van het gebruiksklare product voor autoreparatielakken buiten beschouwing gelaten.
Voor producten waaraan vóór gebruik oplosmiddelen of andere oplosmiddelhoudende bestanddelen moeten worden toegevoegd, geldt de grens voor het VOS-gehalte in gebruiksklare toestand (art. 3, lid 1, derde alinea). Dat is de regel die tweecomponentsystemen, verdunning ter plaatse en verdunning bij het spuiten raakt: het concentraat in het blik is niet het cijfer waaraan de autoriteit toetst.
Bepaal het VOS-gehalte
De naleving van de grenswaarden van bijlage II wordt uitsluitend vastgesteld met de methoden van bijlage III (art. 3, lid 1). Sinds Richtlijn 2010/79/EU van de Commissie die bijlage verving, gelden drie methodeblokken. Voor producten met een VOS-gehalte onder 15 % van de massa zonder reactieve verdunners is de toegestane methode ISO 11890-2 van 2006. Op of boven 15 % van de massa zonder reactieve verdunners mag ofwel ISO 11890-1 van 2007 ofwel ISO 11890-2 van 2006 worden gebruikt, waarbij de eenvoudigere en goedkopere ISO 11890-1 in 2010 juist is toegevoegd om de testkosten te verlagen. Waar reactieve verdunners aanwezig zijn, is de methode ASTM D 2369 van 2003. Sinds 26 juli 2019 mag de Commissie bijlage III bij gedelegeerde handeling wijzigen krachtens artikel 11 en artikel 11 bis, zodat de methodelijst kan wijzigen zonder een nieuwe richtlijn.
Etiketteer het product
Elk product van bijlage I moet een etiket dragen wanneer het in de handel wordt gebracht, en het etiket moet de subcategorie van het product en de relevante VOS-grenswaarden in g/l als bedoeld in bijlage II vermelden, en het maximale VOS-gehalte in g/l van het product in gebruiksklare toestand (art. 4). Beide elementen zijn verplicht: de EU-grens voor de subcategorie en het eigen maximumgehalte van het product, zodat een inspecteur, een downstreamgebruiker of een koper de subcategorie, de toepasselijke grens en het werkelijke gehalte van het blik kan aflezen en het een tegen het ander kan controleren. Miljøstyrelsen adviseert Deense leveranciers de informatie duidelijk en zichtbaar op het etiket te plaatsen, bij voorkeur naast maar buiten het veld met de gevareninformatie. Etikettering is waar de handhaving de meeste problemen vindt: in 2010 werden zo’n 121 000 etiketten in de hele Unie gecontroleerd en was 94,2 % conform, een verbetering ten opzichte van het overtredingspercentage van ongeveer 20 % in 2007, maar nog steeds de zwakkere helft van de regeling.
Vrijstellingen en vergunningen
Er bestaan drie uitzonderingen, elk eng. Ten eerste moeten de lidstaten producten vrijstellen van de eisen van artikel 3, lid 1, die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik in een activiteit die onder Richtlijn 1999/13/EG valt en wordt uitgeoefend in een installatie die overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van die richtlijn is geregistreerd of vergund (art. 3, lid 2). Richtlijn 1999/13/EG werd met ingang van 7 januari 2014 ingetrokken door Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies, en verwijzingen ernaar gelden als verwijzingen naar die richtlijn, zodat de vrijstelling nu wijst naar de oplosmiddelactiviteiten van hoofdstuk V en bijlage VII, maar punt 13 van deel 1, autoreparatielakken, dekt alleen de oorspronkelijke deklaag van wegvoertuigen of onderdelen daarvan buiten de productielijn en het lakken van aanhangwagens, boven 0,5 ton oplosmiddel per jaar krachtens punt 6 van deel 2, en niet de reparatielak die een spuitbedrijf uitvoert, die artikel 13 van de Richtlijn verf en vernis in 2004 uit de oplosmiddelenregeling heeft gehaald; artikel 4, lid 1, van die richtlijn vereist een vergunning maar laat de lidstaten een registratieprocedure instellen voor installaties die uitsluitend onder hoofdstuk V vallen. De vrijstelling draait om het woord uitsluitend: hetzelfde product dat voor algemene handel wordt verkocht, is niet vrijgesteld. Ten tweede mogen de lidstaten, voor de restauratie en het onderhoud van gebouwen en oldtimers die door de bevoegde autoriteiten zijn aangewezen als van bijzondere historische en culturele waarde, individuele vergunningen verlenen voor de verkoop en aankoop, in strikt beperkte hoeveelheden, van producten die niet aan de grenzen van bijlage II voldoen (art. 3, lid 3). Ten derde konden producten waarvan was aangetoond dat zij vóór het van kracht worden van een grenswaarde waren geproduceerd, nog 12 maanden na die datum op de markt worden gebracht (art. 3, lid 4); die overgang liep af op 31 december 2007 voor Fase I en op 31 december 2010 voor Fase II en is nu uitgewerkt.
Verplichtingen per rol
De fabrikant of merkeigenaar stelt de subcategorie vast, formuleert tot de grens voor het gebruiksklare product, laat het gehalte bepalen met een methode van bijlage III en stelt het etiket op. De importeur draagt dezelfde plichten op eigen rekening, omdat invoer in het douanegebied van de Unie geldt als het in de handel brengen. De groothandelaar en de detailhandelaar brengen het product eveneens in de handel wanneer zij het aan een derde beschikbaar stellen, dus mogen zij alleen geëtiketteerde producten binnen de grens leveren. De professionele gebruiker is niet de geadresseerde van het verbod, maar bepaalt de mengverhouding die het gebruiksklare product oplevert, beslist of de vrijstelling voor uitsluitend gebruik geldt, en mag in Denemarken geen product gebruiken dat de vereiste subcategorie- en VOS-informatie mist.
Denemarken
Denemarken zet de richtlijn om via uitvoeringsbesluit nr. 1369 van 25 november 2015 over het op de markt brengen en etiketteren van vluchtige organische stoffen in bepaalde verven en vernissen en producten voor autoreparatielakken, vastgesteld krachtens de kemikalielov en van kracht sinds 31 december 2015, toen het besluit nr. 1049 van 27 oktober 2005 verving. Zijn § 3 herhaalt het verkoopverbod, de methoden van bijlage III en de gebruiksklare-regel, en zijn § 3, stk. 4, draagt de afwijking voor oplosmiddeleninstallaties over door verwijzing naar het Deense besluit over installaties en activiteiten met organische oplosmiddelen en het besluit over de goedkeuring van genoemde activiteiten. Zijn § 4 gaat verder dan de richtlijn: hij verbiedt de invoer, de verkoop en het gebruik van een gedekt product dat niet de subcategorie draagt met de relevante VOS-grenswaarden in g/l en het maximale VOS-gehalte in g/l van het gebruiksklare product, en dat verbod wordt niet opgeheven door de afwijking van § 3, stk. 4. Miljøstyrelsen mag individuele vergunningen voor erfgoedherstel verlenen krachtens § 5 en houdt toezicht op en controleert de naleving krachtens § 6; de grenswaarden in bijlage 2 van het besluit geven bijlage II van de richtlijn exact weer.
Handhaving en sancties
De richtlijn laat de handhaving aan de nationale wetgeving over: de lidstaten stellen de sanctieregels vast die van toepassing zijn op inbreuken op de krachtens de richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen de nodige maatregelen om de toepassing ervan te verzekeren, de sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, en zij moesten uiterlijk 30 oktober 2005 aan de Commissie worden meegedeeld, met elke latere wijziging onverwijld meegedeeld (art. 10). Tot 2021 verplichtte de richtlijn de lidstaten ook een monitoringprogramma te laten draaien en de resultaten en de krachtens artikel 3, lid 3, vergunde hoeveelheden aan de Commissie te rapporteren (voormalige art. 6 en art. 7). Artikel 38 van Verordening (EU) 2019/1020 schrapte beide artikelen, en de richtlijn is in plaats daarvan punt 17 van bijlage I bij die verordening, zodat vanaf 16 juli 2021 de markttoezichtregeling van de verordening geldt: autoriteiten mogen documenten en informatie vorderen, inspecties uitvoeren en monsters nemen, corrigerende maatregelen verplichten, het aanbieden van een product verbieden of beperken en de terugtrekking, terugroeping of vernietiging ervan bevelen. Artikel 4 van die verordening, dat voor bepaalde producten een in de Unie gevestigde marktdeelnemer vereist, geldt hier niet, omdat de lijst van artikel 4, lid 5, deze richtlijn niet vermeldt.
Hoe handhaving er in de praktijk uitziet, staat op papier. In 2010 voerden de lidstaten zo’n 4 700 inspecties van bedrijfsruimten uit voor VOS-gehalte of etikettering, analyseerden meer dan 19 000 verf- en vernismonsters en controleerden ongeveer 121 000 etiketten. De naleving van de Fase I-grenzen bedroeg 98,7 % en van de Fase II-grenzen 97,46 %. Tegen de Fase I-grenzen waren de hoogste aandelen niet-conforme monsters bij groothandelaren, 2,5 %, en importeurs, 2,4 %; tegen de strengere Fase II-grenzen stonden importeurs bovenaan met 6 %. De meest voorkomende sanctie bij overschrijding van een VOS-grens was het uit de markt nemen van het product; een overtreding van de etiketteringseisen werd meestal met een bevel tot correctie van de fout binnen een vaste termijn afgedaan, om vervolging of financiële sancties te vermijden.
In Denemarken bestraft § 7 van uitvoeringsbesluit nr. 1369/2015 met een boete wie het verkoopverbod van § 3, stk. 1, of het invoer-, verkoop- en gebruiksverbod van § 4 overtreedt, de in § 3, stk. 2, genoemde analysemethoden niet gebruikt, of een voorwaarde van een vergunning krachtens § 5 overtreedt. De straf loopt op tot een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar wanneer de inbreuk opzettelijk of door grove nalatigheid is begaan en schade of gevaar voor het leven of de gezondheid van mens of vee heeft veroorzaakt, schade of gevaar voor het milieu heeft veroorzaakt, of een economisch voordeel heeft opgeleverd of beoogde op te leveren, ook via besparingen, voor de dader of een ander; bedrijven kunnen strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld krachtens hoofdstuk 5 van het wetboek van strafrecht. Achter het bevel staat de kemikalielov, geconsolideerd als LBK nr. 1200 van 25 september 2025: de toezichthoudende autoriteit moet een onwettige situatie laten wettigen tenzij zij van gering belang is, moet de verantwoordelijke gelasten de onwettige gedraging, met inbegrip van de verkoop, te staken, en mag hem, op eigen kosten en onmiddellijk of binnen een termijn, bevelen achteraf informatie te geven over het gevaar en hoe het te voorkomen, de oorzaak van het gevaar te verhelpen, het product van dealers of gebruikers terug te roepen en het veilig te vernietigen; dealers en gebruikers moeten het product teruggeven. De autoriteit mag bevolen maatregelen op kosten van de verantwoordelijke laten uitvoeren, mag een product dat een ernstig risico vormt zonder voorafgaand bevel vernietigen of onbruikbaar maken, mag onwettige goederen in beslag nemen, heeft zonder rechterlijk bevel toegang tot bedrijfsruimten en voertuigen en mag kosteloos monsters nemen, mag producten onder een verhulde identiteit kopen, mag verkopers die een online-interface gebruiken verplichten op eigen kosten monsterexemplaren te sturen, mag de eigenaar van een online-interface bevelen inhoud te wijzigen of te verwijderen die naar onwettige producten verwijst, en mag de rechter vragen een online-interface te blokkeren, wat de rechter alleen beveelt om een ernstig risico weg te nemen en alleen wanneer een bevel krachtens § 50 niet is nageleefd of wanneer niet-conforme producten herhaaldelijk via de interface zijn verkocht of bemiddeld, en mag bevelen, verboden en berispingen publiceren met de namen van de betrokken producenten, importeurs of handelaren.
Hoe Conphora helpt
Conphora volgt de Richtlijn verf en vernis, het Deense uitvoeringsbesluit en de handelingen die er nu achter staan, Verordening (EU) 2019/1020 voor toezicht en Richtlijn 2010/75/EU voor de oplosmiddeleninstallaties, en brengt uw deklagen in kaart tegen de zeventien subcategorieën van bijlage I, de verdeling op waterbasis en op oplosmiddelbasis en de grenswaarden van bijlage II voor het gebruiksklare product, en signaleert waar een subcategorie-indeling, een VOS-cijfer of een etiket niet klopt voordat het een handhavingsprobleem wordt. Het platform houdt de met de methoden van bijlage III opgestelde testrapporten, de subcategoriebeslissingen en de etiketopmaak per product en per markt bij elkaar, combineert het VOS-etiket met de CLP- en andere etikettering die uw blik ook draagt, en waarschuwt u wanneer een testmethode, een nationaal besluit of de handhavingsopzet verandert.
Bronnen
- Richtlijn 2004/42/EG betreffende VOS-emissies van bepaalde verven, vernissen en producten voor autoreparatielakken, geconsolideerde tekst van 16 juli 2021 (EUR-Lex)
- Richtlijn 2004/42/EG zoals gepubliceerd in PB L 143 van 30 april 2004 (EUR-Lex)
- Documentinformatie, data, wijzigingen en rectificaties voor CELEX 32004L0042 (EUR-Lex)
- Verordening (EG) nr. 1137/2008 tot aanpassing van handelingen aan Besluit 1999/468/EG, die artikel 11 en artikel 12, lid 3, verving (EUR-Lex)
- Richtlijn 2008/112/EG tot afstemming van de richtlijn op Verordening (EG) nr. 1272/2008 inzake indeling, etikettering en verpakking (EUR-Lex)
- Richtlijn 2010/79/EU van de Commissie tot aanpassing van bijlage III aan de technische vooruitgang (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/1243 tot vervanging van de comitologiemachtiging door gedelegeerde handelingen (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten, geconsolideerde tekst van 23 mei 2024 (EUR-Lex)
- Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies, geconsolideerde tekst van 4 augustus 2024 (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2018/858 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen (EUR-Lex)
- COM(2013) 704, het tweede verslag van de Commissie over de uitvoering van de Richtlijn verf en vernis (EUR-Lex)
- Samenvatting van de richtlijn: emissies van vluchtige organische stoffen in verf, vernis en producten voor autoreparatielakken (EUR-Lex)
- Bekendtgørelse nr. 1369 af 25. november 2015 om markedsføring og mærkning af flygtige organiske forbindelser i visse malinger og lakker samt produkter til autoreparationslakering (Retsinformation)
- Bekendtgørelse af lov om kemikalier, LBK nr. 1200 af 25. september 2025 (Retsinformation)
- Faktaark: flygtige organiske forbindelser (VOC) i maling og lak til brug i bygninger (Miljøstyrelsen)
- Faktaark: flygtige organiske forbindelser (VOC) i produkter til auto-reparationslakering (Miljøstyrelsen)
- Maling, lak og andre produkter til overfladebehandling (Miljøstyrelsen)
Deze gids is bedoeld voor algemene informatie en vormt geen juridisch advies.