MetrD in gewone taal
Richtlijn 2009/34/EG is het kader van het metrologiesysteem van de oude aanpak. Zij legt zelf geen eisen voor enig instrument vast: zij bepaalt de twee gemeenschappelijke procedures, EG-modelgoedkeuring van een instrumenttype en EG-eerste ijk van elk instrument, en de tekens en merktekens die aantonen dat een instrument deze heeft doorlopen, en laat de meetprocedures, kenmerken en technische eisen voor elke categorie over aan de afzonderlijke richtlijnen die op haar grondslag zijn vastgesteld (art. 1, lid 5). In ruil daarvoor mag geen enkele lidstaat het in de handel brengen of in gebruik nemen beletten, verbieden of beperken van een instrument of product dat EG-merktekens of -tekens draagt die onder die voorwaarden zijn aangebracht, en lidstaten hechten aan EG-modelgoedkeuring en EG-eerste ijk dezelfde waarde als aan hun eigen nationale maatregelen (art. 1, lid 3, en art. 1, lid 4).
De richtlijn is een herschikking van Richtlijn 71/316/EEG van de Raad van 26 juli 1971 en de wijzigingen ervan, vastgesteld op 23 april 2009, bekendgemaakt in PB L 106 van 28 april 2009 en in werking getreden op 18 mei 2009 (art. 20 en art. 21). Haar enige wijziging is Verordening (EU) 2019/1243, die vanaf 26 juli 2019 de comitéprocedure verving door gedelegeerde handelingen. Het systeem dat zij beschrijft, is er echter grotendeels omheen ontmanteld: de instrumentenrichtlijnen die op Richtlijn 71/316/EEG waren gebouwd, werden vanaf 30 oktober 2006 vervangen door de richtlijn betreffende meetinstrumenten, en de resterende werden uiterlijk op 1 december 2015 ingetrokken bij Richtlijn 2011/17/EU, zodat het kader vandaag nog van belang is voor het omgekeerde-epsilonteken op meetflessen, de kleine letter e op voorverpakkingen, de aanpassing van de richtlijn betreffende meeteenheden, en voor instrumenten die nog in gebruik zijn onder oude EG-goedkeuringen.
Officiële tekst Lees de geconsolideerde tekst op EUR-Lex: Richtlijn 2009/34/EG, geconsolideerd op 26 juli 2019 (CELEX 02009L0034-20190726). De oorspronkelijke handeling en de documentinformatiepagina ervan bevatten de data van bekendmaking en inwerkingtreding.
Toepassingsgebied
De richtlijn is van toepassing op instrumenten, dat wil zeggen meetinstrumenten, onderdelen van meetinstrumenten, hulpapparatuur en meetmaterieel; op meeteenheden, de harmonisatie van meetmethoden en metrologische controle en de middelen die nodig zijn om deze toe te passen; en op de voorschriften, meetmethoden, metrologische controle en aanduiding van hoeveelheden van voorverpakte producten (art. 1, lid 1, en art. 1, lid 2). Voor elk daarvan leggen de afzonderlijke richtlijnen de eisen vast en kunnen zij de datum bepalen waarop nationale bepalingen door communautaire bepalingen worden vervangen (art. 1, lid 5, en art. 1, lid 6).
Welke afzonderlijke richtlijnen nog bestaan, bepaalt wat het kader in de praktijk bestrijkt. Richtlijn 2004/22/EG trok vanaf 30 oktober 2006 elf instrumentenrichtlijnen in: gasmeters, meters voor andere vloeistoffen dan water en het bijbehorende materieel, lengtematen, koudwatermeters voor de MI-001-meters, continu totaliserende weegwerktuigen, elektriciteitsmeters, taxameters, meetsystemen voor andere vloeistoffen dan water, automatische controle- en sorteerweegtoestellen en warmwatermeters (Richtlijn 2004/22/EG, art. 22). Richtlijn 2011/17/EU trok de resterende acht in: de ijking van scheepstanks vanaf 1 juli 2011, en gewichten van middelbare en hogere nauwkeurigheid, de standaardmassa van graan, koudwatermeters, alcoholmeters, alcoholtabellen en bandenspanningsmeters vanaf 1 december 2015; EG-modelgoedkeuringen en certificaten afgegeven tot en met 30 november 2015 onder de Richtlijnen 71/347/EEG, 75/33/EEG, 76/765/EEG en 86/217/EEG blijven geldig (artikel 6, lid 2); gewichten die voldoen aan de Richtlijnen 71/317/EEG en 74/148/EEG konden in plaats daarvan tot en met 30 november 2025 aan een EG-eerste ijk op grond van de artikelen 8, 9 en 10 van deze richtlijn worden onderworpen (artikel 6, lid 3), en Richtlijn 76/766/EEG betreffende alcoholtabellen kent geen overgangsbepaling (Richtlijn 2011/17/EU, art. 1 tot en met art. 3 en art. 6). De richtlijn betreffende meetinstrumenten 2014/32/EU bestrijkt nu tien instrumentcategorieën, MI-001 tot en met MI-010, met twee extra, meetsystemen voor het opladen van elektrische voertuigen en voor samengeperst-gasafleverinstallaties, toegevoegd bij Richtlijn (EU) 2026/706 vanaf 10 oktober 2028, en Richtlijn 2014/31/EU bestrijkt alle niet-automatische weeginstrumenten; beide gebruiken de nieuwe-aanpak-conformiteitsbeoordeling met CE-markering en geen van beide verwijst naar EG-modelgoedkeuring of EG-eerste ijk (Richtlijn 2014/32/EU, art. 2, lid 1, en art. 7; Richtlijn (EU) 2026/706, art. 1 en art. 3; Richtlijn 2014/31/EU, art. 1, lid 1).
Wat nog naar het kader verwijst, zijn de producten van artikel 1, lid 1, onder b) en c). Richtlijn 75/107/EEG van de Raad verplicht de fabrikant van een meetfles om op eigen verantwoordelijkheid het teken van artikel 6, de omgekeerde epsilon, aan te brengen (Richtlijn 75/107/EEG, bijlage I, punt 5). Richtlijn 76/211/EEG van de Raad neemt de vorm van de kleine letter e op voorverpakkingen over uit de tekening in punt 3 van bijlage II en past het verbod op verwarrende merktekens en het artikel over controle tijdens het gebruik mutatis mutandis toe (Richtlijn 76/211/EEG, bijlage I, punten 3.3 en 6). Haar eigen bijlagen lopen niet meer via het kader: Verordening (EU) 2019/1243 verving haar artikel 6 door een bevoegdheid tot gedelegeerde handelingen en voegde artikel 6 bis in, zodat de Commissie sinds 26 juli 2019 de bijlagen I en II van die richtlijn rechtstreeks wijzigt. En Richtlijn (EU) 2019/1258 van de Commissie, die de definities van de SI-basiseenheden in Richtlijn 80/181/EEG afstemde op het besluit van 2018 van de Algemene Conferentie over Maten en Gewichten, werd vastgesteld op grond van artikel 16 van deze richtlijn, waarvan de overweging haar omschrijft als het algemene kader voor afzonderlijke richtlijnen betreffende meeteenheden (Richtlijn (EU) 2019/1258, overwegingen en overweging 2).
De verplichtingen rusten op de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde, die als enige EG-modelgoedkeuring kan aanvragen en die de tekens aanbrengt (art. 2, lid 4, art. 4, art. 6 en art. 11); de metrologische diensten van de lidstaten verrichten de onderzoeken en brengen de ijkmerktekens aan (art. 10 en art. 13). Importeurs en distributeurs worden niet door deze richtlijn aangesproken, maar door Verordening (EU) 2019/1020, die haar als punt 28 van bijlage I vermeldt, en in Denemarken door de productwet als erhvervsdrivende (Verordening (EU) 2019/1020, art. 3 en bijlage I; lovbekendtgørelse 22 van 2026, § 4).
Wat u moet doen
EG-modelgoedkeuring
Lidstaten verlenen EG-modelgoedkeuring overeenkomstig deze richtlijn en de relevante afzonderlijke richtlijn; de goedkeuring vormt de toelating tot EG-eerste ijk en, wanneer geen ijk is vereist, de machtiging om de instrumenten in de handel te brengen en in gebruik te nemen, en een categorie die door haar afzonderlijke richtlijn is vrijgesteld van goedkeuring, gaat rechtstreeks naar de ijk (art. 2, lid 1, en art. 2, lid 2). Een aanvraag kan alleen worden ingediend door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde, in slechts één lidstaat voor één en hetzelfde instrument, in de officiële taal van die lidstaat, met een afschrift dat tegelijkertijd aan alle andere lidstaten wordt gezonden; zij vermeldt de naam en het adres van de aanvrager, de categorie, het beoogde gebruik, de meetkenmerken en het type, en gaat in tweevoud vergezeld van beschrijvingen van de constructie en werking, de beveiligingsvoorzieningen, de afstelvoorzieningen en de plaatsen voor ijkmerktekens en verzegelingen, tekeningen, een schematische tekening en eventuele reeds verleende nationale goedkeuringen (art. 2, lid 4, en bijlage I, punten 1.1 tot en met 1.4). Het onderzoek omvat een bestudering van de documenten en een onderzoek van de meetkenmerken in de laboratoria van de metrologische dienst, in erkende laboratoria of op de plaats van vervaardiging, levering of installatie, of enkel van de documenten wanneer de kenmerken in detail bekend zijn, en bestrijkt de volledige werking van het instrument onder normale gebruiksomstandigheden; de dienst kan van de aanvrager normalen, materieel en assisterend personeel vereisen en, in de gevallen die de afzonderlijke richtlijnen vermelden, de depositie van een monsterinstrument (bijlage I, punten 2 en 4).
De lidstaat die het onderzoek heeft verricht, stelt het EG-modelgoedkeuringscertificaat op en zendt het aan de aanvrager, met afschriften aan de Commissie en de andere lidstaten, die ook de onderzoeksverslagen kunnen opvragen (art. 4 en bijlage I, punt 5). De goedkeuring geldt voor 10 jaar, verlengbaar met opeenvolgende periodes van 10 jaar, zonder beperking van het aantal instrumenten; zij kan niet meer worden verlengd na een wijziging of aanpassing van de communautaire bepalingen op grond waarvan zij niet meer zou kunnen worden verleend, maar blijft van toepassing op instrumenten die al in gebruik zijn (art. 5, lid 1). Wijzigingen of aanvullingen die de meetresultaten of de voorgeschreven gebruiksvoorwaarden beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, vereisen een aanvullende goedkeuring van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend, of een nieuwe goedkeuring wanneer de regels zijn gewijzigd (art. 2, lid 5). Wanneer een nieuwe techniek wordt gebruikt waarin een afzonderlijke richtlijn niet voorziet, kan na raadpleging van de andere lidstaten een goedkeuring met beperkte werking worden verleend, met beperkingen op aantallen, kennisgeving van installatieplaatsen, beperkingen op het gebruik en op de techniek, voor ten hoogste twee jaar, verlengbaar met ten hoogste drie jaar (art. 5, lid 2). Het vroegere artikel 5, lid 3, over de aanpassing van de bijlagen na dergelijke goedkeuringen, werd geschrapt bij Verordening (EU) 2019/1243 omdat beperkte goedkeuringen niet meer bestaan.
EG-eerste ijk
EG-eerste ijk is het onderzoek van een nieuw of hersteld instrument en de bevestiging van de overeenstemming ervan met het goedgekeurde model en met de eisen van deze richtlijn en de afzonderlijke richtlijnen, gecertificeerd door het EG-eerste-ijkmerkteken; zij kan in de gevallen die de afzonderlijke richtlijnen vermelden, worden verricht volgens een andere methode dan stuksgewijze controle (art. 8, lid 1, en art. 8, lid 2). De metrologische dienst gaat na of het instrument behoort tot een categorie die is vrijgesteld van modelgoedkeuring en aan de technische constructie- en functioneringseisen voldoet, of een goedkeuring heeft en met het goedgekeurde model overeenstemt, en onderzoekt de metrologische kenmerken, de maximaal toegestane afwijkingen, de constructie voor zover deze waarborgt dat de kenmerken onder normale gebruiksomstandigheden niet verslechteren, en de aanwezigheid van de voorgeschreven opschriften en plaatjes (art. 9). De ijk vindt in één fase plaats voor instrumenten die de fabriek als geheel verlaten en in twee of meer fasen voor instrumenten waarvan de goede werking afhangt van de installatie- of gebruiksomstandigheden, waarbij de laatste fase plaatsvindt op de plaats van installatie en de andere op een door de dienst gekozen plaats; buiten het kantoor kan de dienst normalen, middelen, assisterend personeel en een afschrift van het goedkeuringscertificaat vereisen (bijlage II, punten 1 en 2). De verplichting van de lidstaat om een instrument met het merkteken te aanvaarden, geldt tot het einde van het jaar dat volgt op het jaar waarin het merkteken is aangebracht, tenzij een afzonderlijke richtlijn een langere termijn bepaalt (art. 8, lid 4).
Tekens en merktekens
Het EG-goedkeuringsteken van artikel 4 is een gestileerde letter epsilon met in het bovenste deel de onderscheidingshoofdletters van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend en de laatste twee cijfers van het jaar, en in het onderste deel een door de metrologische dienst toegekend identificatienummer; de letter P van dezelfde grootte ervoor duidt op een beperkte goedkeuring (bijlage I, punten 3.1 en 3.2). Wanneer een categorie die aan een afzonderlijke richtlijn voldoet, geen EG-modelgoedkeuring vereist, mag de fabrikant op eigen verantwoordelijkheid het bijzondere teken van artikel 6 aanbrengen, dezelfde epsilon symmetrisch omgekeerd rond een verticale as en zonder andere aanduiding, tenzij een afzonderlijke richtlijn anders bepaalt (art. 6 en bijlage I, punt 3.3). Wanneer geen EG-eerste ijk is vereist, brengt de fabrikant het teken van artikel 11 aan, het goedkeuringsteken binnen een zeshoek (art. 11 en bijlage I, punt 3.4). Alle door de fabrikant aangebrachte tekens moeten op een zichtbare plaats staan op elk instrument en alle voor ijk aangeboden hulpapparatuur, leesbaar en onuitwisbaar (bijlage I, punt 3.5). Het definitieve EG-ijkmerkteken, dat onder verantwoordelijkheid van de lidstaat wordt aangebracht wanneer het instrument volledig is geijkt, bestaat uit twee stempels: een kleine letter e met de letters van de lidstaat en, waar nodig, een cijfer voor de territoriale onderverdeling in de bovenste helft en het identificatienummer van de ijkende instantie of het ijkkantoor in de onderste helft, en de laatste twee cijfers van het jaar van de ijk in een zeshoek; het gedeeltelijke ijkmerkteken is de eerste stempel alleen en dient ook als verzegeling, en de werkelijke diameters van de cirkels rond de merktekens zijn 1,6 mm, 3,2 mm, 6,3 mm en 12,5 mm (art. 10 en bijlage II, punt 3). Lidstaten moeten het gebruik voorkomen van tekens of opschriften die met de EG-tekens of -merktekens kunnen worden verward, elkaar en de Commissie in kennis stellen van de diensten die zijn gemachtigd om te onderzoeken, te certificeren en te merken, en mogen de voorgeschreven opschriften in hun officiële taal vereisen (art. 12, art. 13 en art. 14). De landenlijsten in bijlage I, punt 3.1, en bijlage II, punt 3.1.1.1, van de geconsolideerde tekst lopen van B voor België tot UK voor het Verenigd Koninkrijk.
Intrekking, controle tijdens het gebruik en beslissingen
De lidstaat die een EG-modelgoedkeuring heeft verleend, kan deze intrekken wanneer de instrumenten niet overeenstemmen met het goedgekeurde model of de afzonderlijke richtlijn, wanneer niet wordt voldaan aan de metrologische eisen van het certificaat of aan de grenzen van een beperkte goedkeuring, of wanneer de goedkeuring op onregelmatige wijze is verleend, en moet deze intrekken wanneer instrumenten van het model in gebruik een gebrek van algemene aard vertonen dat ze ongeschikt maakt voor hun beoogde gebruik; zij kan vervolgens het in de handel brengen en in gebruik nemen van de instrumenten tot nader order verbieden, met kennisgeving aan de andere lidstaten en de Commissie, en dezelfde procedure geldt voor instrumenten die zijn vrijgesteld van EG-eerste ijk waarvan de fabrikant ze, na een passende waarschuwing, niet in overeenstemming brengt (art. 7). De afzonderlijke richtlijnen leggen de controle-eisen vast voor instrumenten in gebruik met EG-tekens of -merktekens, met name de maximaal toegestane afwijkingen tijdens het gebruik, en minder strenge nationale eisen voor ongemerkte instrumenten kunnen als maatstaf dienen (art. 15). Elke beslissing tot weigering of intrekking van een goedkeuring, tot weigering van een ijk of tot verbod van het in de handel brengen of in gebruik nemen, moet met redenen worden omkleed en ter kennis worden gebracht met de rechtsmiddelen en termijnen die naar nationaal recht beschikbaar zijn (art. 18).
Aanpassing aan de technische vooruitgang
Sinds Verordening (EU) 2019/1243 is de Commissie gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I en II om ze aan te passen aan de technische vooruitgang (art. 16). De bevoegdheid wordt verleend voor vijf jaar vanaf 26 juli 2019 en stilzwijgend verlengd voor gelijke periodes, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke periode verzet; zij kan te allen tijde worden ingetrokken, de Commissie raadpleegt deskundigen van de lidstaten alvorens een handeling vast te stellen, en een handeling treedt alleen in werking indien geen van beide instellingen binnen drie maanden bezwaar maakt, verlengbaar met twee maanden (art. 16 bis). Het vroegere artikel 17 over het comité werd geschrapt. De bevoegdheid is ook enger dan de vorige: tot 26 juli 2019 bestreek artikel 16 ‘de bijlagen I en II bij deze richtlijn en de bijlagen bij de in artikel 1 bedoelde afzonderlijke richtlijnen’, en op die grondslag stelde de Commissie op 23 juli 2019, drie dagen vóór de wijziging, Richtlijn (EU) 2019/1258 over de SI-basiseenheden in Richtlijn 80/181/EEG vast onder de comitéprocedure van het oude artikel 17; het nieuwe artikel 16 reikt alleen tot de bijlagen I en II van deze richtlijn, en de lidstaten moesten Richtlijn (EU) 2019/1258 vanaf 13 juni 2020 toepassen.
Verplichtingen per rol
De fabrikant vraagt de goedkeuring aan, levert het dossier, de normalen en de monsters, brengt het goedkeuringsteken of de vrijstellingstekens aan, houdt de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend op de hoogte van wijzigingen, houdt de geldigheidsduur van 10 jaar in de gaten, biedt instrumenten aan voor ijk en brengt niet-conforme instrumenten na een waarschuwing in overeenstemming (art. 2, art. 4 tot en met art. 8 en bijlage I). De in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde kan de aanvraag in plaats van de fabrikant indienen en ontvangt het certificaat en elke met redenen omklede weigering (art. 2, lid 4, art. 4 en art. 18). Importeurs en distributeurs brengen in de handel en bieden aan slechts producten waarvan de EG-tekens of -merktekens naar behoren zijn aangebracht, en zijn de markttoezichtautoriteiten de documenten, informatie over de toeleveringsketen en corrigerende maatregelen van Verordening (EU) 2019/1020 verschuldigd (art. 1, lid 3; Verordening (EU) 2019/1020, art. 14 en art. 16). Eigenaren en gebruikers van instrumenten in gebruik blijven binnen de eisen voor controle tijdens het gebruik die de afzonderlijke richtlijnen of nationale regels vastleggen (art. 15).
Handhaving en sancties
De richtlijn kent geen sanctieartikel. Haar handhaving is het administratieve instrumentarium van de artikelen 7, 12 en 18: intrekking van de EG-modelgoedkeuring, verbod van de instrumenten tot nader order, voorkoming van verwarrende merktekens en met redenen omklede beslissingen met nationale rechtsmiddelen. Sinds 16 juli 2021 is de richtlijn punt 28 van bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1020, zodat markttoezichtautoriteiten documenten en informatie over de toeleveringsketen kunnen vereisen, inspecties kunnen uitvoeren, corrigerende maatregelen binnen een gestelde termijn kunnen gelasten en niet-conforme producten kunnen verbieden, laten intrekken, terugroepen of vernietigen (Verordening (EU) 2019/1020, art. 14, art. 16 en art. 44). De richtlijn staat niet tussen de in bijlage II van die verordening genoemde handelingen, zodat de sanctieplicht van artikel 41 daarvan via het nationale recht loopt in plaats van via de richtlijn zelf.
In Denemarken wordt de richtlijn uitgevoerd door bekendtgørelse nr. 1139 af 15. december 2003 om EØF-typegodkendelse og -verifikation, uitgevaardigd door Sikkerhedsstyrelsen op grond van lov om erhvervsfremme, van kracht sinds 1 januari 2004 en gewijzigd bij de bekendtgørelser 161 van 5 maart 2008 en 349 van 30 maart 2010. Sinds de wijziging van 2010 wordt EØF-typegodkendelse aangevraagd bij en verleend door Sikkerhedsstyrelsen, dat ook de laboratoria machtigt die EØF-førstegangsverifikation uitvoeren, op basis dat zij de vereiste accreditatie hebben van DANAK of van een gelijkwaardige accreditatie-instantie die de multilaterale EA-overeenkomst inzake wederzijdse erkenning heeft ondertekend; de regeling weerspiegelt het aanvraagdossier, de geldigheidsduur van 10 jaar, de aanvullende en beperkte goedkeuringen, de vrijstellingstekens, de ijkfasen en -merktekens van de richtlijn, onderwerpt EG-gemerkte instrumenten in gebruik aan de algemene Deense regels voor instrumenten die aan controle zijn onderworpen, laat beslissingen aan Sikkerhedsstyrelsen worden voorgelegd, en bestraft met een boete het verstrekken van onjuiste of misleidende informatie in verband met een beslissing en inbreuken op de merk-, intrekkings- en verwarringsregels, met aansprakelijkheid voor ondernemingen (§§ 2, 3, 7, 12, 13, 15, 17 tot en met 22 en 24). Sinds 1 juli 2021 valt de wettelijke metrologie onder de productwet, lov om produkter og markedsovervågning (lovbekendtgørelse nr. 22 af 8. januar 2026), die Verordening (EU) 2019/1020 aanvult, de richtlijn betreffende gemeenschappelijke bepalingen voor meetinstrumenten en voor de methodes van metrologische controle vermeldt in § 2, stk. 1, nr. 15, Erhvervsstyrelsen aanwijst als controleautoriteit, haar bevelen en verboden laat uitvaardigen, met inbegrip van bevelen aan de eigenaar van een instrument dat wordt gebruikt voor een meting waarop een betaling is gebaseerd, en met boetes bestraft wie geen informatie of toegang verstrekt of haar beslissingen niet naleeft; omdat deze richtlijn een productgebied is binnen § 2, stk. 1, nr. 15, kan de sanctie onder verzwarende omstandigheden oplopen tot een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar, hetgeen § 37, stk. 2, omschrijft als gevaar voor de veiligheid of de gezondheid, een ongeval met ernstig letsel of overlijden tot gevolg, herhaling na een eerdere veroordeling voor een soortgelijke inbreuk, of een stelselmatige inbreuk gepleegd voor economisch gewin, met aansprakelijkheid voor ondernemingen (§ 1, § 2, § 9, § 14, § 16, § 16 a en § 37). Sinds januari 2026 is Sikkerhedsstyrelsen de afdeling Markedsovervågning van Erhvervsstyrelsen en zet dezelfde taken als voorheen voort.
Hoe Conphora helpt
Conphora brengt het metrologiekader, de nog geldende afzonderlijke richtlijnen, de MID en de NAWI-richtlijn en de Deense bekendtgørelser op één plek samen en laat u zien onder welk regime uw instrument of product valt, zodat een oude EG-modelgoedkeuring, een fles met omgekeerd epsilonteken, een met de letter e gemerkte voorverpakking of een CE-gemerkte meter tegen de juiste regels wordt getoetst. Het platform volgt de geldigheid van goedkeuringen en certificaten, toetst de tekens en merktekens die u gebruikt aan de vormen die de bijlagen voorschrijven, en waarschuwt u wanneer de richtlijn, de afzonderlijke richtlijnen of de Deense regels veranderen.
Bekijk hoe Conphora werkt · Bekijk abonnementen en tarieven
Bronnen
- Richtlijn 2009/34/EG betreffende gemeenschappelijke bepalingen voor meetinstrumenten en voor de methodes van metrologische controle, geconsolideerde tekst van 26 juli 2019 (EUR-Lex)
- Richtlijn 2009/34/EG zoals bekendgemaakt in PB L 106 van 28 april 2009 (EUR-Lex)
- Documentinformatie, data en verbanden voor CELEX 32009L0034 (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/1243 tot aanpassing van handelingen waarin wordt verwezen naar de regelgevingsprocedure met toetsing aan de artikelen 290 en 291 VWEU (EUR-Lex)
- Richtlijn 2011/17/EU tot intrekking van acht metrologierichtlijnen die op grond van Richtlijn 71/316/EEG waren vastgesteld (EUR-Lex)
- Richtlijn 2004/22/EG betreffende meetinstrumenten, geconsolideerde tekst van 1 december 2009 (EUR-Lex)
- Richtlijn 2014/32/EU betreffende meetinstrumenten, geconsolideerde tekst van 27 januari 2015 (EUR-Lex)
- Richtlijn (EU) 2026/706 tot wijziging van Richtlijn 2014/32/EU wat betreft oplaadapparatuur voor elektrische voertuigen, afleverinstallaties voor samengeperst gas en elektriciteits-, gas- en warmte-energiemeters (EUR-Lex)
- Richtlijn 2014/31/EU betreffende niet-automatische weeginstrumenten (EUR-Lex)
- Richtlijn (EU) 2019/1258 van de Commissie tot wijziging van de bijlage bij Richtlijn 80/181/EEG wat betreft de definities van de SI-basiseenheden (EUR-Lex)
- Richtlijn 75/107/EEG van de Raad betreffende flessen die als meetcontainer worden gebruikt (EUR-Lex)
- Richtlijn 76/211/EEG van de Raad betreffende het gereedmaken naar gewicht of volume van bepaalde voorverpakte producten, geconsolideerde tekst van 26 juli 2019 (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten (EUR-Lex)
- Wettelijke metrologie (Europese Commissie, DG GROW)
- Meet- en weeginstrumenten in de EU (Europese Commissie, DG GROW)
- Bekendtgørelse nr. 1139 af 15. december 2003 om EØF-typegodkendelse og -verifikation (Retsinformation)
- Bekendtgørelse nr. 161 af 5. marts 2008 om ændring af bekendtgørelse om EØF-typegodkendelse og -verifikation (Retsinformation)
- Bekendtgørelse nr. 349 af 30. marts 2010 om ændring af bekendtgørelse om EØF-typegodkendelse og -verifikation (Retsinformation)
- Bekendtgørelse af lov om produkter og markedsovervågning, LBK nr. 22 af 8. januar 2026 (Retsinformation)
- Regler og bekendtgørelser for måling og vægt (Sikkerhedsstyrelsen)
- Legal måling og vejning (legal metrologi) (Sikkerhedsstyrelsen)
- Typegodkendelser, oversigt over nationale og EØF-typegodkendelser (Sikkerhedsstyrelsen)
- Sikkerhedsstyrelsen, en del af Erhvervsstyrelsen vanaf januari 2026 (Erhvervsstyrelsen)
Deze gids bevat algemene informatie en vormt geen juridisch advies.